Psalm 108
Het is riskant in tijden van oorlogsdreiging of oorlog deze psalm te lezen. Aan God wordt de overwinning gevraagd. Hij zal uittrekken met onze legers. Hij zal onze tegenstanders vertreden. De misverstanden liggen voor het oprapen. Voorzichtigheid is geboden. Direct toepasbaar is deze psalm niet. Een geheel bevredigende uitleg is er niet. Deze waarschuwing gaat voorop.
De psalm zet in met de lofzang op de goedertierenheid Gods. Zijn trouw is oneindig. Dat wordt gezongen door het volk dat weet heeft van de verstoting door God. Verstoting wil zeggen dat het ten prooi gevallen is aan de vijanden. Alles is vernield. Het verbond is teniet gedaan. Er is geen toekomst en geen hoop. God heeft zich afgewend. Zijn vijanden hebben de overhand. Deze verstoting is onontkoombaar en onophefbaar.
Het onbegrijpelijke wonder is dat de Here God het ondanks deze verstoting voor Zijn volk opneemt. Waar het geen recht op had, ontvangt het uit Zijn hand. Geen kracht of macht op aarde houdt Zijn toekomst tegen. Dat is Zijn goedertierenheid, die bezongen wordt. Dat betekent niet dat het volk, opgelucht ademhalend nu de nacht voorbij is, weer verder kan gaan met waarmee het bezig was. Verstoting wil ook zeggen, verstoting van alles wat wij in te brengen hebben. Alleen Hij geeft de overwinning door Zijn rechterhand, niet dank zij ons maar ondanks ons. Daartoe kan deze psalm ons toerusten.
