Website At Polhuis


Psalm 109

In voor onze oren en ogen gruwelijke beelden en verwensingen spreekt de gelovige over hen die hem bedreigen. De naam van hen moge uitgewist worden van de aarde. Twee dingen moeten daarbij bedacht worden. Er is geen sprake van dat de gelovige de daad bij het woord zal voegen. Hij is er niet toe in staat. Hij is de onderliggende partij. De psalm is een gebed tot God. Van Hem wordt verwacht, dat Hij zal vergelden.

De psalm kan ons leren dat verlossing wat kost. De gelovige komt in scherpe tegenspraak met de wereld waarin hij leeft. Hij doorziet dat die wereld van God los is en geen toekomst heeft. Het oordeel van de Here God gaat daar over. Het is de onoverbrugbare tegenstelling tussen de oude en nieuwe mens, tussen het oude leven en het eeuwige leven, tussen de goddeloze en de rechtvaardige. Het is de tegenstelling die dwars door iedere gelovige zelf heen gaat.

Het meest intrigerende van de psalm is de oproep aan God niet te zwijgen. Dat is kennelijk de ervaring van de psalmdichter. God zwijgt. Wie herkent dat niet? Dat betekent niet dat de gelovige nu maar niets hoeft te doen. De psalmist vertrouwt op de Heer, ook al spreekt Hij niet. Hij doet wat in de Naam van de Heer gedaan moet worden. Wij hebben niet meer dan de psalmdichter: te leven als getuigen van God in de hoop dat Hij het zwijgen verbreekt.