Psalm 111
De lof van de Heer klinkt in de vergadering van de oprechten. Dat is een beperking die veelzeggend is. Vele zaken worden er door uitgesloten. De lof van de Heer klinkt niet in de natuur, hoe mooi die ook kan zijn. Zij klinkt ook niet in enige historische gebeurtenis, hoezeer wij daarvan onder de indruk kunnen raken. Ook op ons eigen houtje loven wij de Heer niet. De lof klinkt alleen in de vergadering van de oprechten.
Wie zijn dan de oprechten? Het gaat niet om een kwalificatie die wij onszelf of de ander geven. Het gaat niet om een morele beoordeling. Oprecht is iemand of iets die doet waarvoor hij of het bedoeld is. Een oprecht mens verwijst naar de Enige die oprecht genoemd kan worden. De oprechte vertrouwt niet op zichzelf en schept geen behagen in zijn eigen woorden. Hij kent het oordeel daarover.
Aan de Eeuwig Oprechte is de toekomst. Wie Hem heeft leren kennen, wil naar Hem heten. Hij verwijst in zijn woorden en daden naar Hem. Dat is de lof die de oprechte met anderen in de vergadering zingt. Deze psalm is er een voorbeeld van. Zo klinkt in onze wereld de lof van God. De vergadering vindt immers in het midden der volken plaats. Hier kan de wereld de barmhartige God leren kennen. De vergadering van oprechten, die deze lofzang zingt, is tot op de dag van vandaag een weldaad.
