Psalm 112
Een prachtig lied is psalm 112. Wie verlangt er niet naar het machtig worden op aarde van het geslacht der rechtvaardigen? Jaren terug zongen wij de psalm mee in de overtuiging dat daar deel van uitmaakten. Het ging om gerechtigheid en vrede. De goddelozen zagen het aan er ergerden zich, maar gingen niet teniet. Daarom lijkt het lied te breken op de harde werkelijkheid. Ook wijzelf bleken daar niet tegen bestand.
Nu lijkt de psalm een herinnering te zijn aan een andere mogelijkheid en een uitdrukking van ons diep maar machteloos verlangen. We hopen op de mens die zich ontfermt en zal wankelen, maar we weten wel beter. Wie het volhield, ging ten onder in de wetten van ons economisch systeem. Voorspoed bracht het in ieder geval niet. Zo weerspreekt onze werkelijkheid bijna alle uitspraken van de psalm.
Heeft het dan nog zin deze psalm te zingen, terwijl zijn werkelijkheid zo intens verschilt met de onze? In die aarzeling is vers 6 tot troost: tot eeuwige gedachtenis zal de rechtvaardige zijn. Tot die gedachtenis zijn wij in onze wereld geroepen. Het noemen van zijn naam roept ergernis op tot op de dag vandaag, niet in het minst bij onszelf. Hij heeft de wereld aangeraakt. Dat is niet uit te wissen. Dan spreken we van Jezus Christus. Deze psalm is op zijn lijf geschreven.
