Psalm 116
Merkwaardig klinkt in deze psalm van vreugde en leven het vers waarin gesproken wordt over de dood van Gods gunstgenoten. Die dood is kostbaar in zijn ogen. Het lijkt er op als God de dood van zijn geliefden op hoge prijs stelt. Zo is het niet! Hun dood gaat Hem ter harte, zoals het bloed van de armen dat vloeit. Hij kan de dood van zijn geliefden en het vergoten bloed niet aanzien. Daarin verschilt Hij ten principale met ons. Wij raken er aan gewend, Hij nooit.
Aks Hij in ons midden is, wordt dat verschil tot in de diepste diepte van ons bestaan zichtbaar en voelbaar: Hij het leven, wij de dood. Wat wij ons als mensen als toekomst en hoop dachten, wordt ontmaskerd als zelfbedrog. Leugens waarmee wij onszelf bedriegen. Vanuit onszelf is er niet anders dan de dood. Banden van de dood omvangen ons. Banden die wij niet verbreken kunnen.
Kostbaar in zijn ogen is de dood van zijn gunstgenoten. Hij kan het niet aanzien. In ons midden is Hij de Levende. Dat is hoop, troost en bemoediging voor ons. Dat Hij zich laat zien, doet alles anders worden. Hij schenkt ons zijn Leven. Onze banden van de dood zijn losgemaakt. Van die weldaad is deze psalm doordrongen. Wie ervan weet, zingt de lof van deze God.
