Website At Polhuis


Psalm 123

Wie de hoogmoedigen zijn, blijft intrigeren. Voor ons is hoogmoed moreel verwerpelijk, maar zo gemakkelijk kunnen we ons er niet van af maken. Het is ook moed en wel moed om fier en trots te zijn. Het is de wil om iets van het leven te maken, om vooruit te komen. De afhankelijkheid van natuur en anderen moet doorbroken worden. Knechting moet bestreden worden. Verwacht niet dat anderen voor je opkomen, blijf niet in de slachtofferrol hangen, maar neem moedig je lot ter hand. Maak wat van je leven en van de wereld.

Daartegenover staat de deemoed. Dat is de moed om dienaar te zijn. Daar spreekt de psalm over. De gelovige wordt er door gekenmerkt. Hij volgt de Heer, zoals een slaaf de hand van zijn heer volgt. Het is het besef van de diepe afhankelijkheid van God. Niet wij, maar Hij zal het maken en heeft het gemaakt. Hij zal ons genadig zijn en is ons genadig geweest. Dat is de zekerheid van het geloof. Daar is geen twijfel over mogelijk. Daarom zet niet de hoogmoed, maar de deemoed bij de gelovige de toon.

Dit gemoed van een dienaar roept verachting en spot op. De hoon treft de gelovige. Het treft ons omdat we er ten diepste geen weerstand tegen hebben. Het is immers de hoon die ook in ons eigen hart leeft. Onze kracht en vitaliteit zijn zoveel zichtbaarder en de uitdagingen om zaken ter hand te nemen zo talrijk. Het werk van de Here God is zo weinig aantoonbaar. Hoe kan je blijven geloven in een wereld met zoveel onrecht, waar iets gedaan moet worden, waar God onzichtbaar blijft. Dan kost het waarachtig inspanning niet tot spot te vervallen, maar te blijven geloven; tot Hem onze ogen op te slaan.