Website At Polhuis


Psalm 124

Pijnlijk duidelijk wordt in de psalm beschreven hoe de verhouding tussen mensen is. Mensen staan tegen elkaar op. Ze doden elkaar. Dat is de ervaring van velen in bedrijven, verenigingen en ook in kerken. De één zijn dood is de ander zijn brood. Het lukt ons niet deze spiraal te doorbreken. Soms lijkt het er op. Dan is er vrede, maar Joegoslavië heeft ons laten zien hoe broos dat is. Ook in onze eigen samenleving hoeft er maar iets te gebeuren en de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen zijn gespannen.

Uit deze spiraal worden we bevrijd, jubelt de psalmist. Hij looft de Heer. Hij onderscheidt zich van ons allen. Hij is niet tegen, maar vóór ons. Dat is oogverblindend opgelicht in Jezus Christus, teken van zijn menslievendheid. Hij doorbreekt de spiraal die ons maar al te bekend is. Hij keert zich niet tegen ons, hoewel dat juist bij Hem voor de hand gelegen had. Zoals Hij Kain spaarde toen hij zich van zijn broeder afkeerde, zo spaart Hij ook ons.

Deze daad van genade bezingt de psalmist. Daardoor is onze toekomst niet langer het net van de vogelvangers. We weten van deze Heer, die vóór ons is. Aan Hem is de toekomst. Deze kennis maakt gelovige mensen tot dwarsliggers in onze samenleving van oog om oog, tand om tand. Waar mogelijk doorbreken we de dodelijke spiraal en bieden uitzicht naar menselijkheid. Dat doen we niet op eigen kracht. Daarbij vertrouwen we op de hulp van deze menslievende God.