Website At Polhuis


Psalm 82

God houdt gericht te midden der goden. Wie zijn de goden? Dat is voor het verstaan van de psalm van belang. Dat zij naast God macht hebben, is wel duidelijk. Het is het bittere raadsel van het kwaad. Bitter, omdat we geloven in een God die goed is. Waarom dan toch het kwaad? Naast God zijn er machten, waar wij geen vat op hebben, maar zij wel op ons. Zo zeer zelfs dat het er soms op lijkt alsof er geen God is.

Het verrassende van de psalm is het niet vanzelfsprekende. Wat in onze ogen ondenkbaar is, gebeurt. De goden-machten die recht doen aan de onrechtvaardigen en aan degenen die zonder de barmhartige God zijn, worden geoordeeld. Hun regime van chaos en onrust, onder het mom van rust en orde, wordt gebroken. Dit tot vreugde van de geringe, de wees, de ellendige en de behoeftige.

De psalm eindigt met een gebed. Wie zou niet willen dat het reeds zichtbaar wordt. Dat geldt zeker voor de arme en geringe. Het geldt ook voor hen die zich hun lot aantrekken. Acht en vijftig dode mensen in een vrachtwagen is onmenselijk. Wie dit gebed bidt, kan zich daarbij niet neerleggen.