Onopgeefbaar verbonden
In september van dit jaar publiceerde het Dienstencentrum van de SoW kerken een bijdrage tot meningsvorming over het Israëlisch-Palestijns conflict. Kern van de notitie is het onderscheid dat gemaakt wordt tussen de houding van de kerk ten opzichte van Israël en de Palestijnen. Met Israël voelt de kerk zich onopgeefbaar verbonden, met de Palestijnen voor zo ver er sprake is van een diaconale opdracht. Met andere woorden, ook als er geen sprake is van een diaconale nood blijft de betrokkenheid met Israël. Als de nood bij Palestijnen gelenigd is, is de verbondenheid voorbij. Er is geen loyaliteit met het Palestijnse volk als zodanig. Om deze reden wil de kerk dan ook niet langer spreken over een ‘dubbele loyaliteit’. Deze de laatste decennia gangbare aanduiding schept verwarring.
In een artikel in Woord en Dienst van 25 oktober jl. trekt Henri Veldhuis, predikant te Culemborg, fel van leer tegen deze door de SoW kerken voorgestelde begripsverheldering. Hij vraagt zich af waarom KerkinActie met dit voorstel akkoord is gegaan. ‘Is het pro Israël standpunt zo verheersend, dat een andere visie niet meer bespreekbaar is,…?’ Onopgeefbaar verbonden met Israël betekent immers, volgens hem, ‘een emotionele rem op onze betrokkenheid bij het lot van de Palestijnen’.
Wie de notitie van de kerk leest kan deze conclusie toch moeilijk serieus nemen. Expliciet erkennen de kerken dat zij in het verleden te weinig oog gehad hebben voor het lot en de rechten van de Palestijnen. Door heel het stuk wordt nauwkeurig de betrokkenheid met de Israëlische en Palestijnse politiek in evenwicht gehouden. Er is kritiek op Israël en op de Palestijnen. De Christenen-voor-Israël worden niet gevolgd. Op alle politiek gevoelige punten wordt zorgvuldig ‘enerzijds-anderzijds’ gezegd. De notitie is in dat opzicht zo genuanceerd dat ik mij afvroeg wat nu eigenlijk het verschil tussen onopgeefbare verbondenheid en diaconale opdracht in de praktijk inhoudt. Ik kan mij heel goed voorstellen dat KerkinActie met de notitie ingestemd heeft. Alle projecten kunnen gewoon doorgaan. Ze worden aan het eind van de notitie dan ook keurig opgesomd.
Als de concrete diaconale praktijk het verzet tegen de door de kerk voorgestelde begripsverheldering niet rechtvaardigt,moet je je afvragen wat de wortel van dat verzet dan wel is. Waarom kan Veldhuis niet leven met de ‘onopgeefbare verbondenheid’ ook als deze in de praktijk een uiterst genuanceerde positiebepaling oplevert? Het antwoord geeft hij aan het slot van zijn artikel. Daarin stelt hij de in zijn woorden pijnlijk vraag of Israël niet een apartheidsstaat is, waarover de kerk zich net als indertijd over Zuid Afrika dient uit te spreken. Met zo’n staat kan je toch niet onopgeefbaar verbonden zijn? Zo’n staat dient veroordeeld te worden en te verdwijnen.
Veldhuis is met zijn opvatting geen eenling. Vanuit dezelfde motieven voert C.H. Koetsier al jarenlang actie om de jaarlijkse Israël zondag te vervangen door een Midden Oosten zondag. Het IKV zit op deze lijn. Een groeiend deel van de Nederlandse bevolking neigt naar deze positie. Dan is het hinderlijk als de kerk, ook al heeft dat voor de diaconale praktijk geen gevolgen, over onopgeefbare verbondenheid blijft spreken. Om deze reden wil hij van die term af. Israël heeft als volk geen aparte positie te midden van de volkeren. Het is een staat zoals alle andere staten en dient ook als zodanig beoordeeld en dus veroordeeld te worden. Elke vermenging tussen geloof en etniciteit dient te vermeden te worden. De kerk mag zich wel verbonden weten met joodse gelovigen zoals zij dat ook is met Palestijnse christenen. De staat Israël heeft daar niets mee te maken.
De verleiding is groot Veldhuis cs te volgen. De Israëlische politiek maakt het ons niet gemakkelijk, met als nieuwste struikelblok de muur. Ogenschijnlijk zijn er parallellen met Zuid Afrika van weleer. Toch volg ik hem niet. Integendeel, juist omwille van wat hij zegt, is het goed als de kerk bij de ‘onopgeefbare solidariteit’ blijft. Dat is het enig juiste antwoord op zijn pijnlijke vraag aan de kerk, die vooral pijnlijk voor hem zelf is.
Over de verkiezing van Israël is veel te zeggen. Hoe dat precies in de Schrift zit, moeten schriftgeleerden nog maar eens uitleggen. Wel weet ik dat het historische lot van de Joden tot op de dag van vandaag er door gekenmerkt wordt. De staat Israël en de holocaust zijn niet los te koppelen en de holocaust niet van de bijzondere positie van Israël. Land, staat en volk zijn met elkaar verbonden. Het voorstel van Veldhuis is dan ook een geweldige reductie, die in ieder geval a-historisch is en in geen enkel opzicht recht doet aan het zelfverstaan van het Joodse volk. Aan dat zelfverstaan hebben we als Christenen door de eeuwen krachtig bij gedragen.
Onopgeefbaar verbonden wil dan zeggen dat we als kerk pal staan voor het bestaan van Israël als joodse staat. In zijn artikel gebruikt Veldhuis de Balkan als bewijs voor het gevaar van de vermenging van religie met etnisch-nationalistische gevoelens. Laat ik ook een parallel trekken. Het zou toch beslist aandacht getrokken hebben als iemand ten tijde van Sebrenica ervoor gepleit had om Serviërs als volwaardige burgers in deze moslim-enclave toe te laten. Niemand had het toch in zijn hoofd gehaald om de moslims dan van apartheidspolitiek te betichten? Israël heeft van meet af aan ook Palestijnen, ook al heetten ze toen nog niet zo, in hun staat rechten gegeven. Vanaf het begin is het bestaansrecht van deze staat, hoewel erkend door de VN, in de Arabische wereld betwist en fel bestreden. Dat gaat tot op de dag vandaag door. In die strijd is ook Israël verminkt geraakt. Ik zal het niet ontkennen, hoewel ik respect blijf houden voor de interne felle discussie in de Israëlische samenleving en politiek.
Onopgeefbaar verbonden wil zeggen dat de kerk, zich bewust van haar eigen rol in de geschiedenis, opkomt voor deze ‘safe haven’ in de wereld. Het is een krachtig getuigenis tegen elke poging deze staat op te heffen of a-historisch als anti-apartheidsstaat te betitelen.. Elke suggestie dienaangaande vergroot (het gevoel van )de onveiligheid van de Israëlische samenleving. Dat had de kerk in de nota nog wel iets duidelijker mogen zeggen. Het veroordelen en verdwijnen van de joodse staat Israël leidt tot een nieuwe holocaust. Na WOII hebben we uitgesproken dat nooit meer.
At Polhuis
In de Waagschaal, 20 december 2003 nieuwe jaargang 32, nr. 17
