Tegen de onverschilligheid en de naïviteit
Verschillende malen hebben Michael Stein en Betsy Udink in Trouw de afgelopen jaren aandacht gevraagd voor het groeiende antisemitisme in de Arabische wereld. Het gaat dan niet om uitingen van marginale groepjes. Het antisemitisme is doorgedrongen in de toonaangevende media en regeringskringen. Schoolboeken, mede door de EU gefinancierd, presenteren de oude Europese vooroordelen tegen Joden als feiten. De Protocollen van de wijzen van Zion worden als belangrijke bron van kennis in ere gehouden. Het gaat dus niet om incidenten maar om een systematische, breed gedragen antisemitische campagne.
Wie kennis neemt van de feiten kan niet anders dan geschokt zijn. Nog schokkender is de reactie vanuit Europa, of beter de non-reactie. Op dit virulent de kop opstekende antisemitisme wordt niet of nauwelijks gereageerd. Tegen deze achtergrond is het noodzakelijk opnieuw aandacht voor het werk van G.L. Durlacher. In de inleiding van zijn in 1985 verschenen boek ‘Strepen aan de hemel’ worstelt hij met de vraag waarom de wereld toekeek bij de moord op de Joden. De geallieerden wisten van de kampen, maar deden niets. Ook in de aanloop van de Holocaust stuitten de ‘klokkenluiders’ op een muur van onbegrip. Hij vat dat als volgt samen ‘Politiek opportunisme, laksheid, onverschilligheid, haat en naïviteit stonden tegenover wanhoop en ondergang van vervolgden en hun verwanten, vrienden en sympathisanten’. Alleen deze inleiding al dient bij verantwoordelijken in onze samenleving bekend te zijn. Wie hem gelezen heeft, verandert. Althans zo verging het mij.
Dezelfde onverschilligheid en naïviteit kenmerken nu de reactie vanuit Europa en ook van uit ons eigen land op het de kop opstekende antisemitisme in de Arabische wereld. Ik zie het terug in de steun aan één van de uitlopers van dit antisemitisme. Met succes wordt de kaart van het antikolonialisme uitgespeeld. Israël is de bezetter, de neokoloniale macht. Palestijnen worden uitgebuit en onderdrukt, verdreven uit hun land. Inderdaad de schijn is tegen Israël. Al vele jaren houden zij land van Palestijnen bezet, de zogenaamde bezette gebieden in de Golan en het Overjordaanse. Nederzettingen worden er gebouwd op plaatsen buiten de formele door de VN vastgestelde grenzen. De beelden van de optredende Israëlische soldaten laten weinig aan de verbeelding over. De agressiviteit van de kolonisten wekt afschuw. Wie dat ziet, wordt gevoelig voor de gedachte dat Israël een bezettende macht is, die verantwoordelijk is voor het lijden van het Palestijnse volk. Dan ontstaat er begrip voor het toenemende antisemitisme.
Ik noem dat naïviteit. Antisemitisme wordt niet gezien als de oorzaak van de agressieve situatie in het Midden Oosten, maar als een gevolg daarvan. Tegen deze gevaarlijke omdraaiing moet gewaakt worden. Als er over Israël als bezetter gesproken wordt, bedoelt men de staat Israël. Het gaat er niet om dat Israël zich terugtrekt uit de bezette gebieden, maar uit het hele gebied. Niet het Israëlische bestuur over de bezette gebieden is in het geding maar de staat Israël. Deze dient te verdwijnen. Twee staten worden hooguit als tussenstation naar de ene Palestijnse staat getolereerd. Dan kan men wel zeggen dat in die staat Palestijnen en Joden vreedzaam naast elkaar kan lezen, ik kan dat niet geloven als ik de zee van antisemitische propaganda zie. Dit antisemitisme zal niet verdwijnen als de Israëlische ‘agressie’ verdwijnt. Daarvoor is het teveel geworteld in het Islamitische denken. Daar ligt de oorzaak van het huidige Arabische antisemitisme. Het is naïef te veronderstellen dat het een gevolg is van de huidige situatie.
Naast naïviteit noemt Durlacher ook onverschilligheid als kracht die de Shoah mogelijk gemaakt heeft. Het is de weigering je echt te willen verdiepen in de nood van de ander. Het is het discrete wegkijken van de realiteit. Die onverschilligheid bespeur ik in uitspraken van politici over het ontstaan en het bestaan van de Joodse staat. Hoewel door dezelfde VN, waarop Palestijnen nu graag een beroep doen om hun gelijk te onderstrepen, gelegitimeerd, worden er vraagtekens gezet bij deze staat. Palestijnen worden opgescheept met het Europese schuldbesef en Joden zijn er bekwaam in dat schuldbesef te bespelen. Ook nu lijkt het voor de hand liggend met deze redenering mee te gaan. Israël lijkt de methoden van zijn eigen onderdrukker overgenomen te hebben. In de extreme uitingen wordt Sharon aan Hitler gelijkgesteld. Door dit type redeneringen ontlasten we ons geweten. Joden zijn niet langer slachtoffers, maar zelf onderdrukkers. We hoeven ons er niet langer door te laten manipuleren.
Onverschilligheid noem ik dat. In zijn in 1991 verschenen boek ‘De zoektocht’ beschrijft Durlacher zijn zoektocht naar zijn medegevangen in het kamp Birkenau. Als jongen werd hij daar gevangen gehouden tezamen met andere jongens. De ontmoetingen met hen zijn stuk voor stuk beklemmend. Bij allen heeft de ervaring van de hel van Birkenau diepe sporen nagelaten. De levens van de overlevenden zijn er door getekend. Gezwegen werd er over. Gesproken werd er pas toen Durlacher hen bezocht en dan nog is de één spraakzamer dan de ander. In zijn sobere relaas laat Durlacher meevoelen hoe peilloos diep het trauma is. Voordat dat geheeld is, zijn er zeker generaties voorbij. Dan spreken we over een veilige omgeving waarin de ervaringen verwerkt kunnen worden. Indringend beschrijft Durlacher hoe de vijandigheid en onbegrip van de omgeving leed vermeerderde. Het is tot op de dag van vandaag niet anders. Nee, het is geen boek dat je in één adem uitleest. De adem wordt je vele malen ontnomen.
Wie stelt dat het beroep op de Holocaust nu maar eens voorbij moet zijn, noem ik onverschillig. Onverschillig voor de diepe kwetsuur van generaties Joden. Het is onzin als dan beweerd wordt dat daardoor de daden van het huidige Israël altijd goed gepraat kunnen worden. Daar mag best grondig over gediscussieerd worden. Wie een beetje de Israëlische politiek en kranten volgt, weet dat dat ook volop in Israël gebeurt. Het betekent wel voor buitenstaanders enige afstand. Reageren zonder de diepe angst gepeild te hebben, leidt tot niets. Iedere pastor kan je dat vertellen. Om die angst te voelen is de lectuur van Durlacher een goede ‘hulp’. Dan kan er ook begrip ontstaan voor de in onze ogen mateloze behoefte aan veiligheid, die de Israëlische politiek en samenleving kenmerkt.
Het ontbreken van veiligheid is de rode draad door de geschiedenis van het Joodse volk. Van ons als Christenen en Europeanen mag toch inspanning gevraagd worden hen dat gevoel te verschaffen. Niet alleen van ons, maar ook van Islamieten en Arabieren. Antisemitisme kent in dat opzicht geen grenzen. Tot die inspanning kan het werk van Durlacher ons inspireren en toerusten. Het behoedt ons voor naïviteit en onverschilligheid.
At Polhuis
G.L. Durlacher (1928-1996), Verzameld werk, Meulenhoff, ISBN 9029054379
In de Waagschaal, 5 juli 2003, nieuwe jaargang 32, nr. 9
