Website At Polhuis



donderdag 08 september 2011

Transitie Welzijn

De cie vergadering van afgelopen dinsdag avond lijkt mij tamelijk illustratief voor het hele proces tot op heden. Het doet mij denken aan een groot gezin dat door de vader bij elkaar geroepen is om met elkaar te beslissen waar het volgende uitstapje naar toe mag gaan. De kinderen komen vol verwachting, hebben zich voorbereid. Nog voordat zij zich kunnen uitspreken neemt de vader het woord. Ieder mag zeggen wat zijn of haar mening is, maar moet er daarbij wel rekening mee houden, dat het uitstapje dit jaar naar de Efteling gaat. Uit eigen ervaring weet ik dat dat geen leuk dagje uit wordt. Dat is voor mij de essentie en tegelijk mijn grote zorg over de weg die gegaan wordt. Ik zal dat uitwerken.

We spreken vanavond over het rapport Focus en Massa. De onderzoeker gaf het een aansprekend motto mee: Elke waarheid is eenvoudig als je hem ontdekt hebt. Het punt is om die waarheid te ontdekken. Het DB en de portefeuillehouder hebben die waarheid ontdekt en daar zijn zij zo blij mee dat zij die dan ook aan ieder die die waarheid nog niet ontdekt heeft, willen verkondigen. Die waarheid is dat aanbesteding van het welzijnswerk de oplossing is voor de problemen, opgeroepen door de bezuinigingen en de veranderende wereld. U mag van alles zeggen als we daar maar uitkomen. We hebben geen tijd te verliezen.

Het rapport lezend kwam bij mij een heel ander motto naar boven. Ik ontleen dat motto aan een bron die de portefeuillehouder toch zeer moet aanspreken. Omwille van hem citeer ik de tekst in de oude vertaling: Gij geveinsde, doe eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien om de splinter uit te doen die in uws broeders oog is. (Lk. 6:42). De kern van deze uitspraak is een omdraai van wat voor ons meestal vanzelfsprekend is. Wij zien meestal een balk in de ogen van de ander en bij onszelf hooguit een splinter. In dit motto wordt het omgedraaid. Niet de ander is het middelpunt van reflectie, je bent het zelf. Ik zal u zeggen waarom ik dit een beter motto vind.

Op drie plaatsen wordt in het rapport de deelgemeente kritisch beoordeeld. Dinsdag al gezegd dat het moedig is dat het DB en de portefeuillehouder deze kritiek niet weggemoffeld hebben. Moedig zeker, maar daar is toch niet alles mee gezegd. Het gaat er om dat die kritiek ter harte genomen wordt. Ik citeer drie kernzinnen.

p. 28: Onhelder is tevens op welke informatiepositie het bestuur zich heeft gebaseerd bij het formuleren van haar ambities. Dan doelen we op het inzicht in de problematiek in de verschillende wijken en buurten, de daaraan ten grondslag liggende oorzaken, de aangrijpingspunten voor het creëren van verandering en de denkbare aanpak en consequenties daarvan.
Het is dan ook, volgens het rapport, niet inzichtelijk wat nu de onderliggende factoren en oorzaken zijn van de problematiek die het bestuur wil aanpakken. (p. 30)

p 51: de vraag van de burger wordt nog niet gekend. Pogingen om deze te ontsluiten zijn er wel, maar nog weinig systematisch en robuust. Dat bemoeilijk de keuze uit de denkbare ‘oplossingen’.

p. 69: ontbreken van een gedeelde visie op de nieuwe rol van welzijn en de rol daarvan binnen de deelgemeentelijke agenda.
Dit lijkt mij de kern van het rapport. Als fractie van de PvdA trekken we ons deze kritiek aan. Het is de balk in ons eigen oog. Zijn we al zo ver dat we kunnen zeggen dat deze balk uit ons eigen oog weg gedaan is? Is er nu een gedeeld inzicht in de problematiek in de verschillende wijken en buurten? Is de vraag van de burger nu wel gekend?

Het rapport analyseert slechts. Van het DB wordt verwacht dat zij deze geanalyseerde zwakheden in het beleid tot op heden op niet mis te verstane wijze ter hand neemt. Ik heb er tot op heden nog niets van vernomen.

Waarom is het van belang dat dat gebeurt. Het rapport noemt deze zwakheden als één van de zwakheden van de huidige organisatie van het welzijnsbeleid. Als de vraag niet helder geformuleerd wordt, kan het welzijnswerk ook niet adequaat reageren. Zij biedt immers aan op wat door de dlg als vraag geformuleerd wordt.

Als deze zwakheden niet in een helder beleidsplan onderkend en ondervangen worden, zal elke organisatie van het welzijnswerk, ook als dat via een aanbieding gaat, uiteindelijk falen. Onduidelijk blijft dan welke vraag, welk probleem we nu eigenlijk willen aanpakken. Daarom verwachten wij nu als eerste van de portefeuillehouder een grondig antwoord op deze vragen die in het rapport gesteld worden.

Dat brengt mij naar een tweede kernpunt van het rapport. In het rapport wordt veel nadruk gelegd op gezamenlijkheid., een gedeelde visie, consensus enz. Dan gaat het niet alleen om een gedeelde visie binnen de deelraad maar ook met de partijen in het veld. Het gaat er om dat partijen niet buitengesloten, maar juist ingesloten worden in het proces van transitie. Ik citeer: ‘Een transformatieproces als voorgesteld in deze rapportage laat zich niet goed realiseren zonder brede steun van de deelraad van IJsselmonde. Mutatis mutandis geldt dat ook voor de steun van de welzijnsorganisaties die tot op heden in IJ werkzaam zijn.

Op dit punt hebben wij grote zorg. Dinsdag werd pijnlijk duidelijk hoe zeer de welzijnsorganisaties zich door het proces van de afgelopen maanden geschoffeerd voelden. Als fractie van de PvdA hebben we begrip voor hun nauwelijks verholen woede. Vele jaren lang hebben deze organisaties zich ingespannen voor de bevolking van IJ.. De tevredenheid van de bevolking is groot.  Zij deden hun inspanning op basis van afspraken met de dlg. De dlg formuleerde de vraag en zij probeerden die in de praktijk zo goed mogelijk te beantwoorden. Wij hebben er grote moeite mee dat zij nu op dit moment zich zo behandeld voelen. U mag roepen wat u wilt maar luisteren doen we niet. Voor ons is het in de lijn van het rapport van belang dat de goede relatie met deze organisaties hersteld wordt. Excuses gemaakt worden voor fouten die gemaakt zijn.

Hebben wij deze mening omdat er voor ons niets hoeft te veranderen. Geenzins! Wij begroeten het rapport Focus en Massa als een goede onderlegger voor nieuw te formuleren welzijnsbeleid. We constateren ook met vreugde dat alle 6 welzijnsorganisaties zich hier openlijk hebben uitgesproken om open en constructief met de deelgemeente mee te willen denken in het kader van deze transitie en – niet onbelangrijk – met de daar bij horende bezuinigingen. Zij geven blijk van een sense of urgency. Zij zijn geen tegenstander van de dlg., zij zijn bondgenoten. Van de portefeuillehouder horen wij graag hoe hij de relatie met deze organisaties herstelt, hoe hij hen bij de transitie betrekt. Het is voor onze fractie een kernpunt in dit dossier.

Aparte aandacht vraagt in dit verband de ambtelijke organisatie. Ik citeer één zin uit het rapport waar we als fractie van de PvdA buitengewoon van geschrokken zijn. ‘Het waargenomen spanningsveld leidt tot frustratie en zekere vormen van lethargie binnen de organisatie’. (p. 30) Hoe kan een zo ingewikkeld proces van transitie slagen als deze gevoelens leven? Ook ten aanzien van dit punt willen wij van het DB een helder beleidsstuk hebben of zij dit situatie herkennen en willen aanpakken. Nu lijkt het er op dat er over heen gelopen wordt. De organisatie is nog met de ene kanteling bezig, maar moet nu al weer meedoen in projectmanagement teams sociale opgave. Deze loyaliteit van ambtenaren is te prijzen.

Ik kom tot het derde en afrondende punt. Het moge duidelijk zijn, dat de PvdA het rapport Focus en Massa als een goede onderlegger voor het te formuleren welzijnsbeleid aanvaardt. De waardering die we reeds in de cie Samenleving voor de onderzoeker uitspraken, wil ik hier graag herhalen. We waarderen het ook dat het DB dit rapport als kader voor de uitvoering wil gebruiken. We kunnen dan instemmen met het onder 1 genoemde besluit in het concept raadsvoorstel. De onder 2 en 3 genoemde punten kunnen wij zoals ze nu geformuleerd zijn niet ondersteunen. Daarvoor is nog te veel onzeker en te weinig uitgewerkt. In hetgeen ik gezegd heb ik daarvoor de punten aangereikt.

Deze invulling willen we niet aan de portefeuillehouder overlaten. Zijn optreden tot op heden geeft ons te weinig vertrouwen dat dit ingewikkelde proces tot een goed einde komt. Niet voor niets ben ik begonnen met de sfeertekening van de vader die inspraak geeft als we maar wel naar de efteling gaan. De onvrede bij de welzijnsinstellingen rekenen wij hem aan. Het feit dat wij als deel van deze raad nauwelijks bij de transitie betrokken zijn, rekenen wij hem aan. Twee maanden heeft het rapport in eind versie bij het DB gelegen voordat het naar de raad gestuurd werd. Grote haast was geboden, maar zonder enige toelichting is er nu opeens een uitstel van 6 maanden mogelijk. Het lijkt ons dan ook beter als we als raad een strikte controle houden op de voortgang van dit proces. Daarom stellen wij naast het besluit om het rapport als uitgangspunt te nemen het volgende voor.

Van de portefeuillehouder verwachten wij binnen korte termijn een visiestuk waarin hij ingaat op de kritiek op het welzijnsbeleid van de dlg tot op heden. Ik verwijs naar hetgeen ik hierover gezegd heb. Ook dat hij een communicatieplan opstelt om de verstoorde verhoudingen met de huidige welzijnsaanbieders te herstellen. Verder verwachten wij op zo kort mogelijke termijn een stappenplan wanneer wat door wie moet gebeuren, een concept implementatieplan, concept bestekken. Op die manier krijgt het rapport een bestuurlijke vertaling. Die vertaling ontbreekt.

Ik spreek nadrukkelijk over concepten. Het vaststellen is wat ons betreft aan de Raad. Ik herinner in dit verband aan de toezegging van de portefeuillehouder gedaan tijdens het debat over het emancipatiebeleid. Juist bij het vaststellen van de bestekken voor een aanbesteding heeft de Raad de ruimte om dit soort kernpunten te bespreken en vast te stellen. Bij het vaststellen van de bestekken dienen garanties te zijn waardoor oneerlijke concurrentie tussen de aanbieders uitgesloten worden.

Dat zijn de besluiten die we vanavond dienen te nemen. Meer niet. Dat betekent ook dat de overwegingen zoals die nu in het concept besluit genoemd worden, ons op dit moment te voorbarig zijn.

Tot slot. De fractievoorzitter van het CDA vroeg tijdens de cie vergadering of we ons konden vinden in de 6 aanbevelingen die in het rapport gedaan worden. Wij zeggen daar als PvdA volmondig ja op. Ik wijs in dat verband op de inleidende zinnen bij deze aanbevelingen. Daar wordt terecht gezegd, dat het nog om grove pennestreken gaat. Het zal allemaal nog nader ingevuld moeten worden. Dat zal niet simpel zijn en het zal tijd kosten. Ons voorstel mag u zien als bijdrage aan deze nadere invulling van de genoemde aanbevelingen. Wij zijn bereid dit proces in te gaan. Waar we dan uitkomen zullen we nog zien. Dat kan de Efteling zijn, maar als dat zo is, is dat een keus die niet opgelegd, maar zelf genomen is.

Geschreven door At Polhuis | (0) Reactie(s) | Permalink
Page 1 of 1 pages