<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<rss version="2.0"
    xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
    xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
    xmlns:admin="http://webns.net/mvcb/"
    xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#"
    xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/">

    <channel>
    
    <title>Website At Polhuis</title>
    <link>http://www.polhuis.net/index.php</link>
    <description>At Polhuis is predikant van de Protestantse wijkgemeente Pendrecht-Heijplaat</description>
    <dc:language>nl</dc:language>
    <dc:creator>werk@polhuis.net</dc:creator>
    <dc:rights>Copyright 2010</dc:rights>
    <dc:date>2010-05-10T12:48:00+01:00</dc:date>
    <admin:generatorAgent rdf:resource="http://www.pmachine.com/" />
    

    <item>
      <title>Overzicht Publicaties</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/overzicht/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>De theologie van Barth, toppunt van Constantinisme?,1976, in: Verwekkingen, bundel voor Frans Breukelman. UvA, Amsterdam. 
</p>
<p>
Van illusie naar zakelijkheid, een onderzoek naar Barths denken over het gebruik van geweld in de etiese partijen van zijn eerste en tweede Romerbrief, Doctoraal scriptie, 1977.
</p>
<p>
De agressie theorie van Konrad Lorenz, doctoraal scriptie, 1977.
</p>
<p>
Een serie artikelen over de kernwapenen, 1979/1980 in: diverse kerk‑ en andere bladen.
</p>
<p>
Armen en kernwapenen, 1980 ‑ Een Kerk en Vrede brochure als reaktie op het Hervormde rapport van 1979. De Horstink, Amersfoort.
</p>
<p>
Het kind Jezus, 1980 ‑ in: Het dagboek van de Lutherse kerk. 
</p>
<p>
Jeugddiakonaat, in dienst van wie - in: In de Waagschaal 1982, nrs. 14,15,18
</p>
<p>
Preekschetsen over het diakonaat - Postille nr. 37, 47. Boekencentrum, Zoetermeer
</p>
<p>
Zeven uitgebreide op beperkte schaal uitgegeven werkverslagen.
</p>
<p>
Geboden Vrijheid, de tien geboden uitgelegd, 1984. Rotterdam (samen met ds J.H. Visser).
</p>
<p>
De positie van Migranten in Crooswijk, 1984. Rapport uitgebracht aan de gemeenteraad van Rotterdam. WOC, Rotterdam.
</p>
<p>
De liturgie van God, 1985 - in: A. Polhuis (red.) De kerk, instituut en beweging. Rotterdam.
</p>
<p>
Homo&#8217;s onder de tucht, 1987. Publivorm, Voorburg.
</p>
<p>
Integration, Maroccans and the Church, 1991 - in: EVNTES Dossiers studies.
</p>
<p>
Over revolutie en geweld, 1992 - in: A. van de Beek e.a. De zucht naar vrijheid, Ter Schegget doordacht. Ten Have, Baarn.
</p>
<p>
Kleine beginnetjes maken met diakonie, 1994. Brochure DPC (Diocesaan Pastoraal Centrum) Rotterdam.
</p>
<p>
Lotgenoten Bondgenoten? Mogelijkheden van coalitie vorming in oude wijken, 1994. Boekencentrum, Zoetermeer. Dissertatie. (1994)
</p>
<blockquote><p>Promotoren:&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;Prof. dr G.H. ter Schegget, Leiden
<br />
&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;Prof. dr F. Bovenkerk, Utrecht.</p></blockquote>
<p>
God van de armen! Een persoonlijk verslag over twaalf jaar diaconaal predikant-zijn in Rotterdam-Crooswijk. Kontekstueel, 10e jaargang nr. 2. November 1995
</p>
<p>
Diaconaat aan Marokkanen, 1996 - in: C. Elshout e.a.. In het midden van de stad. Backhuys Publishers, Leiden.
</p>
<p>
Bewogen tot diaconaal handelen, 1997. Brochure in de reeks Toerusting, Centrum voor educatie, Driebergen.
</p>
<p>
Psalmen in Crooswijk, 1997. Backhuys Publishers Leiden.
</p>
<p>
Geconfronteerd met onszelf, een impressie uit Graz, 1997. In de Waagschaal, nr. 11.
</p>
<p>
Verzoening is geen luxe, 1997. In de Waagschaal, nr. 12.
</p>
<p>
In de antithese solidair, 1998 - in: De toekomst van de kerk. Rotterdam.
</p>
<p>
Pacifisme in discussie, een briefwisseling met ds J. Simonse over de bombardementen op Kosovo, 1999. In de Waagschaal, nrs. 12 en 13.
</p>
<p>
De bazuin geeft een helder geluid, de betekenis van Krijn Strijd voor de vredesbeweging, 1999 – in: Gidsen en Getuigenissen. Narratio. (samen met ds J. Simonse).
</p>
<p>
Barth, een gevaar voor de joden? 2000. In de Waagschaal, nr. 3.
</p>
<p>
Iesus Dominus. 2000. In de Waagschaal, nr. 17.
</p>
<p>
Veiligheid en ouderen. 2001. Hervormd Zuid, 2.
</p>
<p>
Jezus Christus, onze Heer en Verlosser 2001. Hervormd Zuid,9.
</p>
<p>
Over de Verzoening 2001. In de Waagschaal,8.
</p>
<p>
De Rivier 2001. In de Waagschaal,9.
</p>
<p>
EO jongerendag 2001. In de Waagschaal,12.
</p>
<p>
Zelfmoordcommando&#8217;s 2001. In de Waagschaal,12.
</p>
<p>
Solidair met Israël 2001. In de Waagschaal,13.
</p>
<p>
Denkend aan Bert  2001. In de Waagschaal,16. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente 1 2001. Hervormd Zuid, 23. 
</p>
<p>
Vragen na de aanslagen  2001. In de Waagschaal,14. 
</p>
<p>
Islam en anti semitisme 2001. In de Waagschaal,17. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente 2  2002. Hervormd Zuid,5. 
</p>
<p>
Een scheppende kerk 2002. In de Waagschaal,5. 
</p>
<p>
De terugkeeroptie,  2002. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
Visser en de wet,  2002. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente 3  2002. Hervormd Zuid,11. 
</p>
<p>
Herstel het politieke debat,  2002. Trouw, 15 mei. 
</p>
<p>
&#8216;Een weergaloos Godsbewijs&#8217;,  2002. In de Waagschaal, 10. 
</p>
<p>
Omwille van de deemoed,  2002. In de Waagschaal, 11. 
</p>
<p>
Roemenië contacten,  2002. In de Waagschaal, 13. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente 4  2002. Kerk op Zuid,6. 
</p>
<p>
Geloof en ervaring,  2002. In de Waagschaal, 16. 
</p>
<p>
Integratie met behoud van eigen cultuur,  2003. In de Waagschaal, 1. 
</p>
<p>
Theologie en Ideologie,  2003. In de Waagschaal, 3. 
</p>
<p>
Irak en het pacifistische denken,  2003. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
Barth ontleed,  2003. In de Waagschaal, 7. 
</p>
<p>
De road map en verder,  2003. In de Waagschaal, 8. 
</p>
<p>
Tegen de onverschilligheid en de naïvieteit,  2003. In de Waagschaal, 9. 
</p>
<p>
De grondige desillusie,  2003. In: Terug tot Barth, red. Rens Kopmels en Ad van Nieuwpoort, Eburon. 
</p>
<p>
Uitdagingen van de stad voor de kerk,  2003. Lezing Kiosk-conferentie mei 2003, Rotterdam. 
</p>
<p>
Op zoek naar Barth,  2003. In de Waagschaal, 14. 
</p>
<p>
Onopgeefbaar verbonden,  2003. In de Waagschaal, 17. 
</p>
<p>
Geen plaats meer in de herberg?,  2004. In de Waagschaal, 3. 
</p>
<p>
Wort oder Existenz?,  2004. In de Waagschaal, 5. 
</p>
<p>
Een dogmatische kanttekening,  2004. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
De naaste ons gegeven,  2004. In: 1 zo&#8217;n mannetje, Frans Breukelman en zijn invloed op tijdgenoten, red. Nico Bakker e.a., Kok, Kampen. 
</p>
<p>
Een nieuwe bijbelvertaling,  2004. In de Waagschaal, 8. 
</p>
<p>
Bin Laden als modern wereldburger,  2004. In de Waagschaal, 9. 
</p>
<p>
De staat neutraal!,  2004. In de Waagschaal, 10. 
</p>
<p>
Antwoord aan Dick Boer,  2004. In de Waagschaal, 14. 
</p>
<p>
Accra, zaak van confessie?,  2004. In de Waagschaal, 15. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente 5  2004. Kerk op Zuid,13. 
</p>
<p>
Kanselboodschap  2004. In de Waagschaal, 17. 
</p>
<p>
De uitdaging van de stad  2004. Kontekstueel, 2. 
</p>
<p>
Assimileren of anders....?&nbsp; 2005. In de Waagschaal, 1. 
</p>
<p>
Terug tot de kern  2005. Centraal Weekblad, 2. 
</p>
<p>
Verlicht Extremisme?&nbsp; 2005. In de Waagschaal, 2. 
</p>
<p>
Commentaar  (Dienstencentrum) 2005. In de Waagschaal, 2. 
</p>
<p>
Decennium voor de evangelisatie!&nbsp; 2005. Centraal Weekblad, 11. 
</p>
<p>
Commentaar  (Alverzoening) 2005. In de Waagschaal, 4. 
</p>
<p>
Commentaar  (Vergeving) 2005. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
De overheid als weldaad   2005. In de Waagschaal, 6. 
</p>
<p>
De Ramallah conferentie   2005. In de Waagschaal, 8. 
</p>
<p>
Commentaar  (Antillen) 2005. In de Waagschaal, 8. 
</p>
<p>
Commentaar  (Slavernij) 2005. In de Waagschaal, 8. 
</p>
<p>
Mohammed B. en het oordeel   2005. In de Waagschaal, 11. 
</p>
<p>
Commentaar  (Ontnuchtering) 2005. In de Waagschaal, 12. 
</p>
<p>
Om de toekomst van de gemeente-6   2005. Kerk op Zuid, 12. 
</p>
<p>
Commentaar  (Opvoeden) 2005. In de Waagschaal, 14. 
</p>
<p>
Commentaar  (Advocaten) 2005. In de Waagschaal, 15. 
</p>

<p>
Verder diverse artikelen in: Diakonia, Tijd en Taak, Trouw, Woord en Dienst, (Militia Christi) Kerk en Vrede, OIKOS nieuws, Ophef, Opstand, Missionaire gemeente, Nieuw Rotterdams Kerkblad.
</p>
<p>
Interviews in Tijd en Taak, Hervormd Nederland, Kerk Vandaag, Woord en Dienst, Aktie. 
<br />

</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2006-01-04T13:49:00+01:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Commentaar (Volkswil)</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/commentaar_volkswil/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Actueel, Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>Een belangrijk kenmerk van populistische partijen is hun afkeer van de huidige democratie. Bij elke verkiezing komt dat thema terug. Kernpunt van de kritiek is dat in de huidige democratie niet het volk het laatste woord heeft, maar een kleine selecte groep, die totaal niet meer weet wat er in het land leeft. Dat gaat anders worden als de ´nieuwe´ politiek aan de macht komen. Dan wordt gedaan wat het volk wil. Dan is de politiek de uitdrukking van de volkswil.
</p>
<p>
Als het de ene populistische partij niet lukt, dan dient de volgende zich al weer aan. Het verschijnsel hoort als het ware bij onze democratie. Het populisme is om met Maarten van Rossem te spreken ´het onkruid dat groeit in de kloof tussen de belofte en de werkelijkheid van de democratie´. De democratie belooft burgers dat zij het voor het zeggen hebben, maar van die belofte komt in de werkelijkheid vaak weinig terecht. Althans naar het gevoel van de burger die geen gelijk gekregen heeft. Kortom, populisten gaan uit van het bestaan van een ´volkswil´, die als een soort collectief uitdrukt wat het volk en de leden van dat volk willen. Welnu, zo´n soort volkswil bestaat niet. Het is een fictie. Een instrument in de politieke strijd. 
</p>
<p>
Nog een stapje verder. Er is geen volkswil, omdat er geen volk is. Wie in de stad rondloopt, weet dat. Er zijn honderden verschillende levensstijlen en culturen. Allemaal met elkaar maken ze deel uit van de samenleving. Tegelijk moeten afspraken gemaakt worden over belangrijke zaken op zo´n manier dat de belangen van al die verschillende stijlen op de een of andere manier tot hun recht komen. Dat is de kern van het democratische proces en debat.
</p>
<p>
Als er gesproken wordt over het volk en de volkswil is het altijd weer noodzakelijk door te vragen wie of wat bedoeld wordt. Dan blijkt meestal, in de vorm van het populisme dat wij kennen, dat met het volk een deel van de blanke burgerlijke samenleving bedoeld wordt. Wat zij willen is de volkswil, waaraan anderen zich moeten aanpassen.
</p>
<p>
Terecht noemt Van Rossem dit spreken over volk en volkswil gevaarlijke onzin. Gevaarlijk omdat de democratie er door ondermijnd wordt. Nog gevaarlijker wordt het als wetenschappers deze gevaarlijk onzin overnemen en een wetenschappelijk fundament geven. Een voorbeeld daarvan is de afscheidsrede, die Frank Ankersmit als hoogleraar te Groningen begin april uitsprak. In zijn rede noemt hij onze democratie een ´electieve aristocratie´. Er is geen sprake van democratie omdat het ´volk niet aan het langste eind trekt´. De ´volkswil wordt niet geformuleerd´.
</p>
<p>
Dit lijkt mij nog gevaarlijker dan het politieke populisme. Hier wordt met een schijn van wetenschappelijkheid een bom gelegd onder ons democratisch bestel. Dat mag als het nodig is om de democratie beter te maken, maar dan wel graag met deugdelijke argumenten. Daartoe reken ik niet de begrippen ´volk´ en ´volkswil´. Wie daarop bouwt, bouwt op zand. De democratie wordt er door ondermijnd.
</p>
<p>
Daartegen moet geprotesteerd worden, juist in naam van de vertegenwoordigende democratie. Met alle beperkingen die deze heeft, is en blijft dat het meest democratische systeem, dat mogelijk is.
</p>
<p>
AP 
</p>
<p>
<em>(In de Waagschaal, nr 7, mei 2010)</em>
</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2010-05-10T12:48:00+01:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Commentaar (Burgerparticipatie)</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/commentaar_burgerparticipatie/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Actueel, Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>In mijn nieuwe hoedanigheid van raadslid van de deelgemeente Rotterdam-IJsselmonde bezocht ik een conferentie van alle raadsleden van Rotterdam. Zoals bij dit soort conferenties gebruikelijk mocht je in workshops stickers plakken bij thema´s die volgens jou prioriteit hebben. Eén van de onderwerpen die zeer hoog scoorde was ´burgerparticipatie´. Begrijpelijk als er zoveel volksvertegenwoordigers bij elkaar zijn. Wie wil niet dat de burger voluit meedoet? Zijn of haar stem moet in de politieke arena gehoord worden. Wie zal daar tegen zijn?
</p>
<p>
Ik heb mijn sticker er niet geplakt. Het wordt tijd dat we bij dit verschijnsel weer een paar vragen gaan stellen. In dit commentaar noem ik er twee.
</p>
<p>
De eerste vraag is of het accent op participatie op den duur niet de frustratie verhoogt in plaats dat zij, wat de bedoeling er van is, die verlaagt. Participatie wekt de indruk dat de burger meepraat, dat zijn/haar belang nu eindelijk eens gehoord en gehonoreerd wordt. De praktijk wijst uit dat dat helemaal niet gegarandeerd is. Een van de eerste stukken die in als deelraadslid onder ogen kreeg was een brief waarin een burgerinitiatief afgewezen werd. Een sympathiek initiatief, ingediend begin 2007. Drie jaar later blijkt het plan onuitvoerbaar. De argumenten zijn duidelijk, maar zullen de indieners er door overtuigd zijn? Dan is dit nog een plan dat niet om politieke redenen sneuvelde. In dat geval is het nog lastiger aan burgers uit te leggen waarom hun voorstel het niet haalde. De beloofde participatie leidt dan uiteindelijk tot frustratie, met alle gevaren van dien. 
</p>
<p>
Burgerparticipatie versimpelt de werkelijkheid. Het risico is zelfs aanwezig dat het recht van de sterkste de overhand krijgt. Wie het hardst roept, krijgt gelijk, omdat niemand meer weerstand durft te bieden. Door het zware accent dat burgerparticipatie nu krijgt, wordt het politieke proces niet meer serieus genomen. Daarmee bedoel ik het vaak moeizaam zoeken naar een goed compromis tussen de vele belangen.
</p>
<p>
Daarmee kom ik bij de tweede vraag. Wordt het langzamerhand niet weer eens tijd dat politici hun vak serieuzer nemen? Dat is uiteraard geen pleidooi om weer de eigen gang te gaan. Goede politici weten wat er in hun eigen achterban leeft en beheersen het vak dat belang in het politieke debat in te brengen. Dat is praten, denken en doen, strategie voeren en onderhandelen. Het is winnen of verliezen en in de praktijk heel vaak compromissen sluiten. Bij het vak hoort ook de eigen achterban uitleggen wat er gebeurd is.
</p>
<p>
Het wordt tijd dat politici op komen voor hun vak en zich niet langer verschuilen achter een oproep tot nog meer burgerparticipatie. Die burger heeft meer behoefte aan politici die hun vak verstaan.
</p>
<p>
Het is verheugend dat de PKN daarvoor bij monde van de scriba van de Synode een lans breekt. Aan hem het woord. ´Politiek is een nuchter bedrijf en heeft beperkte betekenis. Het wordt tijd om dat weer eens nadrukkelijk te zeggen. Politiek is niet het terrein van de permanente revolutie, maar het terrein van kleine stappen. Gebaseerd op recht en gerechtigheid.`
</p>
<p>
Ik ben blij met dit kerkelijke woord op dit moment.
</p>
<p>
AP
</p>
<p>
<em>(In de Waagschaal, 3 april 2010, nieuwe jaargang 39, nr. 5)</em>
</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2010-04-03T14:02:00+01:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Een krachtig Nee!</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/een_krachtig_nee/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Actueel, Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>
Op 22 december jl. nam de kerkelijke top van Nederland in de Dom uit handen van een van de initiatiefnemers het Palestijnse Kairos initiatief ´Uur van de waarheid, een woord van geloof, hoop en liefde uit het hart van het Palestijnse lijden´ in ontvangst. Begripvol en licht kritisch waren de reacties. Ik begrijp dat wel. Wie de waanzin in de Palestijnse gebieden ziet, kan niet anders dan geschokt zijn. Roadblocks, vaak vernederende controles door Israëlische soldaten, de tot in het absurde doorgevoerde versnippering van het land zijn voor de Palestijnse bewoners een zware last om te dragen. Het duurt allemaal al heel lang en uitzicht op een spoedig einde van deze situatie is er niet. Terecht spreekt het document over ´Palestijns lijden´. Het valt niet te ontkennen of weg te strepen tegen pijn of lijden van anderen in het conflict, met name Israëli´s. Als vanuit dit lijden broeders en zusters je aan spreken, dien je met terughoudendheid en begrip te reageren. Dat deden de voorlieden van de kerken op die bewuste dag in de Dom. Ik begrijp dat. Zeker als je ook weet dat deze broeders en zusters als minderheid in een hen niet altijd welwillend klimaat proberen te overleven. Toch kan het daarbij niet blijven.
</p>
<p>
De Palestijnse initiatiefnemers presenteren hun stuk als een kairos document. Dat is een beladen woord in kerkelijk jargon. Het duidt op een belijdend spreken in de tijd waarop Christenen aangesproken worden. Nu, op dit moment moet dat gezegd worden. Het kan niet anders. Wat gezegd wordt is geldig voor die situatie en daarmee voor allen die zich met de initiatiefnemers Christenen weten. Zo was het met het Zuid Afrikaanse kairos document uit 1985, zo is ook dit document bedoeld. Door dit document worden ook de Nederlandse kerken en christenen opgeroepen partij te kiezen. Op die oproep dient serieus in gegaan te worden. Dat probeer ik in deze reactie. 
</p>
<p>
Het is goed om direct bij het begin maar te zeggen, dat ik een bevooroordeeld lezer ben. Ik sta voor het politieke bestaansrecht van de Israël als Joodse staat. Ik weet me ook aangesproken door de Heilige Schrift waarin ik, geroepen uit de heidenen, mee mag doen, maar  waar ik tegelijk aangezegd word dat ik een oudere broeder (en zuster) heb: Israël. Ik heb dus niet alleen te maken met mijn broeders en zusters uit de heidenen, maar ook met de Joden. Lastig wordt dat als beiden dan ook nog eens in een uitzichtloos conflict terecht zijn gekomen. Hoe lastig dat is, wordt nog eens door dit document gedemonstreerd. Voor mij betekent dat dat kerken en christenen hier telkens opnieuw een uiterste krachtsinspanning dienen te leveren om als het enigszins mogelijk is partijen bij elkaar te brengen, te de-escaleren.
</p>
<p>
Vanuit die uitgangspositie ben ik het kairos document gaan lezen, in de hoop een verzoenend woord te horen, een woord dat in deze uitzichtloze situatie uitzicht biedt. Hoewel enigszins op mijn hoede heeft het document mij teleurgesteld, diep teleurgesteld. Dit document kan en mag, ondanks alle begrip voor het Palestijnse lijden, geen belijdend karakter krijgen. Het dient door de kerken krachtig weersproken te worden. Het stuk lezend heb ik op geen enkele manier het gevoel gekregen dat dit stuk bijdraagt aan de vrede in dit gebied. Ik vind het onhistorisch, theologisch en exegetisch dubieus, politiek onverantwoord en in zijn effect escalerend. Het zijn grote woorden, ik weet het, maar lees zelf.
</p>
<p>
onhistorisch
</p>
<p>
De huidige werkelijkheid wordt in geen enkel historisch kader gezet. We zijn onschuldige slachtoffers van een brute agressor, dat is de toon. Zegge en schrijve één zin over de verwerping van het moslimse fanatisme en extremisme. Een zin die dan terstond weer afgezwakt wordt in de er volgende zin, met een oproep aan de wereld om moslims niet constant als vijanden of als terroristen af te schilderen. (Ja, want wie dat doet, krijgt wat hij oproept). Want moslims zijn er om in vrede mee samen te leven en mee in dialoog te gaan. 
</p>
<p>
De muur die gebouwd wordt, is verschrikkelijk. Ik ontken het niet. Dat deze er o.a. gekomen is door de voortdurende infiltraties vanuit de Palestijnse gebieden. Het wordt niet genoemd. Israël overvalt in wrede oorlogen de Palestijnen. Aan het waarom wordt geen aandacht besteed, of toch wel. Het komt voort uit het agressieve karakter van de Joodse staat. Zij zijn de ´blanken´ in dit conflict.
</p>
<p>
Geen woord over de Arabische aanvallen, geen woord over de weigering van Arabische staten en bewegingen de Joodse staat te erkennen. `Het onrecht dat het Palestijnse volk wordt aangedaan, de Israëlische bezetting, is een kwaad dat weerstaan moet worden. Het is een kwaad en een zonde (!) waartegen verzet moet worden geboden en dat moet verdwijnen´. Deze historische vertekening dient weersproken te worden.
</p>
<p>
theologisch en exegetisch dubieus
</p>
<p>
Kan je over de historie nog twisten, ernstiger wordt het wanneer gekeken wordt naar de theologische en exegetische plaatsbepaling van het stuk. 
</p>
<p>
In de exegese wordt de landbelofte aan Israel weggemasseerd. Die landbelofte was slechts een voorspel op een totale universele verlossing. Verder, wordt opgemerkt dat de aanwezigheid van christelijke en moslim Palestijnen in dit land niet toevallig is, maar diep geworteld in de geschiedenis en geografie van dit land. `Onze aanwezigheid als christelijke en moslim Palestijnen in dit land is niet toevallig, maar is diep geworteld in de geschiedenis en geografie van dit land, zoals ieder volk verbonden is met het land waarin het leeft.´ Wie zal het ontkennen. En Joden dan. Zijn zij ook niet diep geworteld in de geschiedenis en geografie van dit land? Nee, die zijn er, volgens het stuk, gekomen door het Westerse schuldgevoel. Het staat er echt. ´Het Westen zocht wegen om de joden te compenseren voor het hun aangedane lijden in de Europese landen, maar deed dat ten koste van ons en ons land´. Zonder dat schuldgevoel waren er geen Joden in het land geweest.
</p>
<p>
Na WO II hebben theologen als Miskotte, Ter Schegget, Kroon en Marquardt zich bezonnen op de plaats van Joden en Jodendom in de christelijke theologie. Dat gebeurde omdat beseft werd dat het christelijke theologiseren de weg voor de Endlösung mede had mogelijk gemaakt. Die weg begint met het ontkennen van de Joodse identiteit, het ´ontzielen` van het Jodendom. Wie het Kairos document leest, ziet het opnieuw gebeuren. Hier wordt de oudste broeder en zuster los gelaten. Zoals daar over de aanwezigheid van Joden in dit gebied van de wereld gesproken wordt, wordt de kern van de Joodse identiteit ontkend. Volgend jaar in Jeruzalem, wordt al eeuwen lang gezegd. Israël en Jeruzalem maken deel uit van de kern van het Jood-zijn. Wie dat ontkent, ontkent dat er Joden zijn. Dat is de antisemitische kern van dit document, waartegen de Nederlandse kerken vanuit hun eigen geschiedenis een krachtig en getuigend Nee behoren te zeggen.
</p>
<p>
politiek onverantwoord
</p>
<p>
De hele verklaring werkt toe naar de boycot. Gaat het dan om een boycot van die producten die komen uit de ´bezette´ gebieden, zoals sommigen suggereren? Nou, dat staat zo niet in het stuk. Boycot komt op vier plaatsen in het stuk voor. Direct al in het voorwoord: een oproep ´om een systeem van economische sancties en boycot van Israel in te stellen´. Tweede keer: Het verzoek is om zich te engageren in desinvestering en commerciële boycot van alles (!) wat bezetting en bezetter geld oplevert.´ Derde keer: ´&#8230; zien wij boycot en terugtrekking van investering als werktuigen van gerechtigheid, vrede en veiligheid voor zowel Israël (sic!) als onszelf. Vierde keer: ´een start te maken met een systeem van economische sancties en boycot tegen Israël.´
</p>
<p>
De oproep tot boycot is naar de mening van de opstellers van het document een uitdrukking van de liefde voor Palestijnen en Joden. Door de boycot worden beiden bevrijd, de Palestijnen van de bezetting en de Joden van hun wraakgevoelens. 
</p>
<p>
In de complexe situatie van het Midden Oosten is zo´n oproep olie op het vuur. Het draagt in geen enkel opzicht bij aan enige de-escalatie van het conflict. Zo´n oproep is dan ook politiek onverantwoord en dient dan ook door de kerken in Nederland verworpen te worden.
</p>
<p>
in zijn effect escalerend
</p>
<p>
Het stuk is onderdeel van de Palestijnse strategie, die uiteindelijk ten doel heeft de Joodse staat op te heffen. In het stuk wordt gesproken over ´het terugkrijgen van het land´. Wat daar precies mee bedoeld wordt, wordt niet vermeld. Gaat het om wat we nu de Palestijnse gebieden noemen of gaat het toch om het hele gebied? Verder in het stuk staat in dit verband een onthullende passage. `Pogingen om van de staat een religieuze staat te maken,hetzij joods of islamitisch, verstikt de staat. … We doen een dringen beroep op religieuze joden en moslims om de staat een staat te laten zijn voor al zijn burgers´. 
</p>
<p>
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het stuk uitloopt op een oproep tot verzet. ´Tegenover de Israëlische bezetting verklaren wij dat onze enige optie als christenen verzet is´. Ik zou in hun situatie wellicht hetzelfde zeggen, al was het maar om niet de woede van de meerderheid van de Palestijnen op te roepen. De pretentie van het stuk dat dit de enige optie voor alle christenen is, dient krachtig weersproken te worden. Verzet, boycot, het zijn middelen die het conflict aanjagen, schadelijk zijn voor de Joden, maar ook voor de Palestijnen zelf. In het stuk worden Israëli´s dringend opgeroepen ´hun angstgevoelens af te schudden en een einde te maken aan de bezetting´. 
</p>
<p>
Wordt er nu echt oprecht geloofd dat dit stuk daaraan een bijdrage levert? Het zal eerder de angstgevoelens bij Israëli´s bevestigen en doen toe nemen, waardoor de maatregelen in de ´bezette´ gebieden eerder zullen toe- dan afnemen.
</p>
<p>
De PKN doet er goed aan afstand te bewaren en te blijven bij het evenwichtige standpunt dat zij eerder in nota´s over deze problematiek uitte.
</p>
<p>
At Polhuis
</p>
<p>
<em>(In de Waagschaal, nieuwe jaargang 39, nr. 2, 30 januari 2010)</em>
</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2010-02-02T14:05:00+01:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>Commentaar (Uruzgan)</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/commentaar_uruzgan/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Actueel, Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>De oorlog in Afghanistan heeft mij nooit erg beziggehouden. Begonnen als een vredes en opbouwmissie werd al snel duidelijk dat het om een oorlogsmissie ging. Niet zo maar een oorlogsmissie, maar vooral een uitzichtloze missie. Uitzichtloos niet omdat de Taliban onverslaanbaar zijn, maar vooral omdat de Navo-troepen, inclusief de Nederlandse in een al eeuwenlang durende interne machtsstrijd terecht zijn gekomen. Ik citeer J.J.A. van Doorn in Trouw van 21 april 2007. ´Terwijl de Navo-troepen, inclusief de Nederlandse, in de mening verkeren dat zij de oorlog tegen het terrorisme uitvechten, maken ze deel uit van een al eeuwenlang durende stammenstrijd.` Ik denk dat hij gelijk heeft en deel dan ook zijn conclusie. Langer blijven is geldverspilling en - voeg ik toe - zet onnodige mensenlevens op het spel.
</p>
<p>
Tegen deze achtergrond steunde ik het standpunt van de PvdA, vastgelegd in de motie van haar Kamerlid Van Dam. In de motie wordt de regering opgeroepen vast te houden aan het al eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen voor december 2010 uit Uruzgan terug te trekken. De noodzaak daartoe werd nog eens extra onderstreept door alle berichten over de president van Afghanistan. Hij won de verkiezingen, maar op zo´n manier dat zelfs de schijn van correctheid niet opgehouden kon worden.
</p>
<p>
Recent is het debat over de terugtrekking van de Nederlandse troepen opnieuw opgelaaid. Aanleiding daarvoor is de speech van Obama begin december, waarin hij zijn beleid voor Afghanistan uiteenzet. Hij kiest er voor om meer troepen in te zetten. Daarvoor doet hij ook een beroep op de bondgenoten. Ook zij dienen ongeveer 10.000 extra troepen te sturen. Niets nieuws en zeker geen reden om het standpunt over het terugtrekken te wijzigen.
</p>
<p>
Aan deze troepenversterking voegt Obama nog een punt toe. In zijn rede geeft hij ook een tijdschema voor de terugtrekking van de troepen. In juli 2011 wordt begonnen met het terugtrekken van de troepen. Het is voor het eerst dat dat expliciet genoemd wordt. Ik vind dat winst. Er ontstaat uitzicht dat de missie beëindigd wordt. 
</p>
<p>
Voor mij betekent het dat de Nederlandse troepen tot juli 2011 in Uruzgan mogen blijven. De huidige discussie eventueel wel in Afghanistan, maar niet in Uruzgan vind ik in het licht van Obama´s uitsprak onwerkelijk. Ik vrees zelfs dat ons verblijf in Afganistan nog langer zal duren als er voor een andere locatie gekozen gaat worden. 
</p>
<p>
Het lijkt mij dan ook verstandig als de PvdA het verzet tegen een langer verblijf in Uruzgan opgeeft. Blijf, maar geef wel duidelijk aan dat de Nederlandse troepen in juli als eersten weggaan. Op die manier steunen we ook Obama. Ook dat vind ik in het huidige wereldbestel heel wat waard.
</p>
<p>
AP
</p>
<p>
(In de Waagschaal, jaargang 39, nr. 1, 9 januari 2010)
<br />

</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2010-01-11T11:21:00+01:00</dc:date>
    </item>

    <item>
      <title>De staat als weldaad</title>
      <link>http://www.polhuis.net/index.php/ph/actueel/de_staat_als_weldaad/</link>
      <description></description>
      <dc:subject>Actueel, Publicaties</dc:subject>
      <content:encoded><![CDATA[<p>Als pas beginnend student theologie – ik was nog bezig met Grieks en Latijn – liep ik een jaar catechisatie bij de toenmalige studentenpredikant, ds A.A. Spijkerboer. Hij behandelde dat jaar de Barmer thesen. Veel wist ik nog niet van de theologie, maar ik had al wel begrepen dat Karl Barth een belangrijke theoloog was. Belangrijk vooral omdat hij in het publieke debat duidelijk stelling durfde te nemen. Dat sprak mij wel aan. Als hij één van de belangrijkste opstellers van de Barmer thesen was, leek mij een jaar catechisatie bij deze mij toen onbekende dominee wel verantwoord.
</p>
<p>
Ik heb er geen spijt van gehad. Vanaf dat jaar hebben de Barmerthesen mij (ook letterlijk) vergezeld. Spijkerboer wist op zijn onnavolgbare wijze van distantie en nabijheid mij van het belang te overtuigen. Zo zeer zelfs dat ik bij mijn belijdenis deze tekst wilde gebruiken. Dat ging Spijkerboer te ver. De Synode had immers net besloten het document niet als belijdenisgeschrift te accepteren. Dat argument begreep ik in het geheel niet. Zo deed ik geen belijdenis bij Spijkerboer, maar bij een ander die in die roerige jaren 60 het net als ik wat minder nauw nam met de regels. Zo werd mijn belijdenis een heel klein teken van verzet tegen de heersende orde.
</p>
<p>
Tegen deze achtergrond is het een soort rechtzetting nu ik bij het afscheid van Spijkerboer als redactielid mag schrijven over de Barmer thesen en dan ook nog over de 5e these. De these waarin Barth het opneemt voor de staat en de daarmee gepaard gaande rechtsorde, waaraan ieder zich te onderwerpen heeft. Dat was precies de these waarmee ik toen en lange tijd in mijn theologische bestaan de meeste moeite had. Moest je je wel onderwerpen aan een overheid die mondiaal en ook nationaal onrecht in stand hield. Was revolutionair verzet niet meer geboden, juist ook tegen de kapitalistische staat? De staat als weldaad, ik kon het niet over mijn lippen krijgen. In deze bijdrage neem ik het juist daarvoor op.
</p>
<p>
Op drie punten ga ik in. Die drie punten geven wat mij betreft precies aan waarom de staat voor kerk en gelovige een weldaad is. 
</p>
<p>
<em>verhouding kerk en staat</em>
</p>
<p>
De grondtoon in het reformatorische denken over de verhouding kerk en staat is een negatieve. De staat is er omdat zij in de niet verloste wereld nodig is eventueel met geweld de boel bij elkaar te houden. Ongetemde driften die het samenleven van mensen bedreigen dienen ingetoomd te worden. Theologisch gesproken, de staat is een instrument van de wet. Christenen dienen zich daaraan te onderwerpen. Dat kunnen zij ook vrijmoedig, omdat zij van de staat niets te vrezen hebben. Christenen weten immers van de zonde, laten zich daar niet meer door leiden nu zij de genade in Jezus Christus hebben leren kennen. Zij weten dus van de zonde, met het oog waarop de wet en dus ook de staat met haar wetten en gezag er is. Tegelijk onderwerpen zij zich vrijwillig en zonder vrees aan deze overheid. Ja steunen haar ook in het werk om orde te handhaven. Dit werk van de overheid blijft nodig zolang het rijk der genade nog niet aangebroken is. Zodra dat zo is, is er geen staat en wet meer nodig.
</p>
<p>
Bij Barth en dus ook in de Barmerthesen is de grondtoon anders. Bij hem is de staat niet een ´Produkt der Sünde´, maar een ´Instrument der göttlichen Gnade´. De staat is niet een tijdelijke maatregel, noodzakelijk door de nog heersende zonde. De staat is blijvend. We verwachten immers een hemelse polis. De huidige staat is een genade gave. Door de staat wordt ons ook de genade Gods deelachtig.
<br />
Niet de wet, maar de genade gaat ook in het denken over de verhouding kerk en staat voorop. Een inzet die grote gevolgen heeft.
</p>
<p>
<em>verzet als positief middel</em>
</p>
<p>
In het klassieke theologische denken over de overheid is onderwerping het kernmoment. Dat is ook bij Barth aan te wijzen. Er is geen spoor van anarchisme bij hem te bespeuren. Pogingen om de staat omver te werpen worden ook in de 5e these klip en klaar van de hand gewezen. De kerk erkent in dankbare eerbied jegens God de weldaad van Zijn beschikking. 
</p>
<p>
Toch is er een fundamenteel verschil met de klassieke traditie. Onderwerpen bij Barth betekent altijd een zich actief bemoeien met de staat. De staat is bij hem juist als instrument van de genade meer dan rechthandhaver. De staat heeft voor vrede, recht en welzijn van mensen te zorgen, voor humaniteit. Dan wordt daarmee altijd de humaniteit bedoeld, zoals die in Jezus Christus geopenbaard is. Die humaniteit kent de staat niet vanuit zichzelf. Daaraan moeten overheidsdienaren telkens opnieuw herinnerd worden. Dat is de politieke dienst die de kerk te verrichten heeft. Juist de kerk die leeft van de genade en als roeping heeft daarvan te getuigen.
</p>
<p>
Dat getuigenis betreft alle terreinen van het leven. Vrede en recht moeten gestalte krijgen, het welzijn van burgers dient voorop te staan. Barth gaat zelfs zover dat iedere ‘Geheimdiplomatie’  afgewezen dient te worden. Wat het licht niet kan verdragen, kan niet dienstbaar aan menselijkheid zijn.
</p>
<p>
Bij dit getuigenis hoort ook, al is het een uiterste middel, de oproep tot verzet tegen de overheid. Juist omwille van de goddelijke roeping van de staat moet het verzet principieel als mogelijkheid opengelaten worden. Verzet kan de uiterste poging zijn de staat te herinneren aan zijn goddelijke roeping.
</p>
<p>
<em>actieve burgers</em>
</p>
<p>
In Christengemeinde und Bürgergemeinde legt Barth de 5e these van de Barmerthesen uit. In zijn uitleg voel je de spanning en de frustratie van de houding van Christenen in de 2e WO. Voor velen was het onderwerpen aan het wettig gezag bepalend. Een logisch gevolg van de visie op de staat in het godsbestel. Barth kritiseert deze klassieke visie en daarmee verandert ook de rol van de Christen. De Christen is niet langer burger, de Christen wordt bij Barth een actieve, politiek actieve burger. De staat is niet alleen noodzakelijk, maar ook gewild, niet alleen omwille van de zonde geduld, maar een instelling waarvoor je je als Christen mede verantwoordelijk voelt.
</p>
<p>
De Christen heeft niet alleen de roeping te gehoorzamen als het om het actieve kiesrecht gaat. Hij dient zich ook actief in te spannen voor de overheid. Ook het passieve kiesrecht behoort tot de verantwoordelijkheid van de christen.
</p>
<p>
Daarbij moet wel aangetekend worden dat Barth in zijn thesen de democratische rechtsstaat op het oog heeft. Hoewel er vanuit het christelijk geloof principieel geen voorkeur voor de vorm van de rechtsstaat bestaat, is de democratie voor Barth de vorm die het dichtsbij de voor mensen meest rechtvaardige samenleving komt. Voor die democratie dienst de christen zich actief in te zetten als burger en als politicus.
</p>
<p>
<em>actualiteit</em>
</p>
<p>
De 5e these van de Barmerthese lijkt mij op dit moment nog steeds van hoogst actuele betekenis. Door de komst van de Islam in onze samenleving is opnieuw de discussie over de theocratie opgelaaid. Anders gezegd, wat heeft voor de gelovige het primaat, de wet van God of die van de staat. Voor de theocraat is dat helder: de wet van God. In de praktijk dreigt dan een verzwakking van de democratische rechtsorde. De 5e these van Barmen en de uitleg die door Barth daaraan gegeven is geeft overtuigend aan dat van een of-of situatie hier geen sprake is. De staat is door God gewild en is een instrument van zijn genade. Dienst aan God hoeft dus helemaal niet te strijden met de dienst in de democratische rechtsstaat, integendeel zelfs, ze liggen in elkaars verlengde. Dienst in de democratische rechtsstaat is de politieke dienst aan dezelfde God die in de kerk gevierd wordt. Er is in dat opzicht geen scheiding tussen kerk en staat, wel een duidelijke onderscheiding.
</p>
<p>
Het is verheugend dat de PKN in haar recente nota over ´De kerk in de democratische rechtsstaat – een positiebepaling´ deze noties opnieuw onderkend en onderstreept heeft. Barmen komt dan, met dank aan Spijkerboer die er voor zorgde dat deze thesen in de kerkorde opgenomen werden, uitvoerig ter sprake.&nbsp; In de nota wordt opgekomen voor de democratische rechtsstaat. Een paar citaten uit deze nota: ´De Protestantse Kerk in Nederland aanvaardt de democratische rechtsstaat principieel, en weet juist daarom ook van het recht en de plicht van de kerk zich – in lijn met het profetisch spreken in de Schriften – kritisch uit te spreken over het feitelijke handelen van die overheid´.(35) ‘De democratische rechtsstaat vormt de garantie voor die vrijheid en verdient daarom steun.’ (40) Die steun is nodig omdat door de nadruk op theocratie het misverstand opgeroepen wordt de rechtsstaat te willen vervangen door een andere staatsvorm. Tegen dit misverstand dient krachtig gewaakt te worden.
</p>
<p>
Een middel daartoe kan de actieve participatie van Christenen in het publieke, politieke debat zijn. ´Bewust burgerschap, tot uitdrukking komend in het meedenken over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt en in het bijdragen aan de sociale samenhang mag van een christen gevraagd worden.´(36) ´Het gebod van de naastenliefde impliceert de bereidheid politieke verantwoordelijkheid te dragen´(36)
</p>
<p>
Het lijken mij in het huidige politieke klimaat belangrijke uitspraken. Zelf heb ik, al voor de nota van de kerk, maar wel beïnvloed door de 5e these van Barmen, er de conclusie uit getrokken mij actief als lid van de PvdA in te zetten voor de samenleving. In de kerkelijke praktijk is dat nog lang niet vanzelfsprekend, zeker niet als het om een andere partij dan CDA, CU of SGP gaat. Ik zie de heftige reacties in gemeenten als dienstdoende collega´s zich voor deze ´politische Gottesdienst´ willen inzetten. In die gevallen kan de 5e these van Barmen, o.a. uitgelegd in de PKN-nota, als handreiking voor het gesprek in gemeente en kerk, goede diensten bewijzen. 
</p>
<p>
At Polhuis
</p>
<p>
(In de Waagschaal, jaargang 38, nr. 17)
</p>]]></content:encoded>
      <dc:date>2010-01-11T11:15:00+01:00</dc:date>
    </item>

    
    </channel>
</rss>