Commentaar (Advocaten)

Waren het vroeger wellicht de dominees die het aangezicht van onze samenleving bepaalden, tegenwoordig zijn het de advocaten. Er gaat bijna geen avond op de TV voorbij of er is wel een advocaat die geïnterviewd wordt. Met verve en emotie zetten zij uit een hoe zeer het Openbaar Ministerie nu weer gefaald heeft, welke fouten er gemaakt zijn en hoeveel schade dat aan hun cliënt berokkend heeft. Een voorlopig hoogtepunt van de parade van de meester pleiters was het optreden van de verdedigers van de Hells Angels. Behendig ontweken zij de vraag hoe schuldig of onschuldig hun clienten waren. Het adagium was dat als zij zelf zeiden dat ze onschuldig waren, dat voor de advocaten het uitgangspunt was. Hun taak was om die onschuld te bewijzen.

Ik zal de eerste zijn die de grote waarde van advocaten in het rechtsbestel onderkent. Juist als de publieke opinie als vanzelfsprekend de kant van het slachtoffer kiest en een verdachte reeds veroordeelt, is een goede advocaat goud waard. Hij of zij verdient steun. Niet emotie, maar het recht moet het laatste woord hebben. Precies op dat punt heb ik vragen bij het optreden van de pleiters. Het is een vraag naar de ethiek van hun vak.

Gaat het in een rechtzaak niet om de vraag of er recht gedaan wordt. Dat lijkt mij wat anders dan met alle middelen en macht de onschuld van een verdachte te bewijzen. Ook een advocaat dient er aan mee te werken, dat de waarheid boven water komt. Dat hij daarbij de belangen van zijn cliënt in de gaten houdt, lijkt mij vanzelfsprekend.

Wie met slimheid goedpraat wat krom is, verliest op den duur het vertrouwen van de gemeenschap. Dat is een ernstige zaak. Dan is het nog maar een kleine stap naar eigen richting. Om die reden zou een interne bezinning van het gilde geen overbodige luxe zijn.

Door advocaten wordt dikwijls gewezen op fouten die door het Openbaar Ministerie gemaakt zijn. Mensen die onterecht veroordeeld worden. De Schiedamse moordzaak is een triest voorbeeld van de feilbaarheid van het rechtsbestel. Ik kan mij iets voorstellen bij de uitspraak dat het beter als een schuldige vrij uit gaat dan als een onschuldige veroordeeld wordt. Die missers mag het OM zich aanrekenen, maar is het omgekeerde ook niet waar? Hoeveel schuldigen worden er vrijgesproken? Als dat gebeurt, is het net zo’n misser voor de rechtspraak als het veroordelen van een onschuldige. Als dat gebeurt, mogen advocaten zich dat toch aanrekenen. Net als in de eerste situatie, is er dan sprake van een falen van het rechtssysteem.

Dat rechtssysteem is wat anders dan een competitie tussen officieren en advocaten wie de slimste is. In het recht dient het er om te gaan dat de schuldige gestraft wordt. Dat is de taak van officieren en van advocaten, lijkt mij.

AP

In de Waagschaal, 34e jaargang. 2005, 16