Commentaar (Burgerparticipatie)

In mijn nieuwe hoedanigheid van raadslid van de deelgemeente Rotterdam-IJsselmonde bezocht ik een conferentie van alle raadsleden van Rotterdam. Zoals bij dit soort conferenties gebruikelijk mocht je in workshops stickers plakken bij thema´s die volgens jou prioriteit hebben. Eén van de onderwerpen die zeer hoog scoorde was ´burgerparticipatie´. Begrijpelijk als er zoveel volksvertegenwoordigers bij elkaar zijn. Wie wil niet dat de burger voluit meedoet? Zijn of haar stem moet in de politieke arena gehoord worden. Wie zal daar tegen zijn?

Ik heb mijn sticker er niet geplakt. Het wordt tijd dat we bij dit verschijnsel weer een paar vragen gaan stellen. In dit commentaar noem ik er twee.

De eerste vraag is of het accent op participatie op den duur niet de frustratie verhoogt in plaats dat zij, wat de bedoeling er van is, die verlaagt. Participatie wekt de indruk dat de burger meepraat, dat zijn/haar belang nu eindelijk eens gehoord en gehonoreerd wordt. De praktijk wijst uit dat dat helemaal niet gegarandeerd is. Een van de eerste stukken die in als deelraadslid onder ogen kreeg was een brief waarin een burgerinitiatief afgewezen werd. Een sympathiek initiatief, ingediend begin 2007. Drie jaar later blijkt het plan onuitvoerbaar. De argumenten zijn duidelijk, maar zullen de indieners er door overtuigd zijn? Dan is dit nog een plan dat niet om politieke redenen sneuvelde. In dat geval is het nog lastiger aan burgers uit te leggen waarom hun voorstel het niet haalde. De beloofde participatie leidt dan uiteindelijk tot frustratie, met alle gevaren van dien.

Burgerparticipatie versimpelt de werkelijkheid. Het risico is zelfs aanwezig dat het recht van de sterkste de overhand krijgt. Wie het hardst roept, krijgt gelijk, omdat niemand meer weerstand durft te bieden. Door het zware accent dat burgerparticipatie nu krijgt, wordt het politieke proces niet meer serieus genomen. Daarmee bedoel ik het vaak moeizaam zoeken naar een goed compromis tussen de vele belangen.

Daarmee kom ik bij de tweede vraag. Wordt het langzamerhand niet weer eens tijd dat politici hun vak serieuzer nemen? Dat is uiteraard geen pleidooi om weer de eigen gang te gaan. Goede politici weten wat er in hun eigen achterban leeft en beheersen het vak dat belang in het politieke debat in te brengen. Dat is praten, denken en doen, strategie voeren en onderhandelen. Het is winnen of verliezen en in de praktijk heel vaak compromissen sluiten. Bij het vak hoort ook de eigen achterban uitleggen wat er gebeurd is.

Het wordt tijd dat politici op komen voor hun vak en zich niet langer verschuilen achter een oproep tot nog meer burgerparticipatie. Die burger heeft meer behoefte aan politici die hun vak verstaan.

Het is verheugend dat de PKN daarvoor bij monde van de scriba van de Synode een lans breekt. Aan hem het woord. ´Politiek is een nuchter bedrijf en heeft beperkte betekenis. Het wordt tijd om dat weer eens nadrukkelijk te zeggen. Politiek is niet het terrein van de permanente revolutie, maar het terrein van kleine stappen. Gebaseerd op recht en gerechtigheid.`

Ik ben blij met dit kerkelijke woord op dit moment.

AP

(In de Waagschaal, 3 april 2010, nieuwe jaargang 39, nr. 5)