Commentaar (Christelijke politiek)

Het was de afgelopen weken weer raak. Naar aanleiding van het gehannes door het CDA met Mauro kwam ook het Christen zijn weer onder vuur te liggen. Cynisch werd gevraagd wat het eventuele uitwijzen van hem te maken had met barmhartigheid. Ik voel mij er ongemakkelijk bij. Als Christen word ik ook aangesproken terwijl ik het politieke standpunt van het CDA niet deel. Het bevestigt mij nogmaals in mijn overtuiging dat christelijke partijvorming niet deugt en zelfs schadelijk is voor de kerk en het geloof. Ik weet dat het CDA zichzelf geen christelijke partij noemt, maar een partij van Christenen. Een onderscheid dat in deze weinig winst biedt.

 

In 1946 schreef Karl Barth in zijn brochure “Christengemeinde, Bürgergemeinde”, dat christelijke partijen keer op keer de gemeente en haar boodschap zal compromitteren. De zaak Mauro demonstreert nogmaals zijn gelijk. In de politiek kan een Christen alleen anoniem op treden. Die anonimiteit is er overigens niet uit angst voor de confrontatie met andersdenkenden. Er is bij Barth geen sprake van dat hij om tactische redenen zich niet als christen in de politiek bekend wil maken. Het gaat hem ook niet om het houden van schone handen in de politieke arena, die gekenmerkt wordt door compromissen, belangenstrijden, partijbelangen enz.. De Christen is geroepen daar midden in te gaan staan. Hij pleit voor anonimiteit op grond van het verstaan van de Schrift. In de politiek gaat het niet om het bepleiten van een christelijk belang; het gaat om het algemene belang.

Hoe de Christen dat algemeen belang anoniem kan dienen vat Barth in 12 aanwijzingen samen. Die aanwijzingen vormen een richting voor het concrete politieke handelen. Ik las ze deze dagen nog eens door. Het viel mij op hoe actueel alle opmerkingen zijn, die Barth in dit verband maakt. Ik noem er twee.

De gemeente leeft van de kennis van God die mens geworden is en als zodanig de mens barmhartigheid bewezen heeft. In het politieke handelen betekent dat voor Christenen altijd weer opkomen voor de mens. Geen enkele zaak kan de mens dit primaat ontnemen, ook niet het functioneren van de bureaucratie als zodanig. Deze heeft de mens te dienen. Het omgekeerde dient te allen tijde bestreden te worden.
De gemeente is er getuige van dat de Zoon des Mensen gekomen is om te zoeken en te redden wie verloren is. Dat betekent in het politieke handelen opkomen voor hen die bedreigd zijn.

Het CDA bezint zich op dit moment op haar uitgangspunten. De richting die Barth aangeeft, beveel ik in die bezinning van harte aan. Nog beter is het als het de C uit haar naam schrapt. Dan kan de partij in alle zakelijkheid in de politieke arena haar werk doen. Voor de kerk levert dat ook winst op. Dan kan zij, om met Barth te spreken, zich er op toeleggen Christenen voor het politieke handwerk te ‘leveren’ die weten van deze door het evangelie gewezen richting van menselijkheid en barmhartigheid.