Commentaar (Dienstencentrum)

Het kan gebeuren dat iemand zich jaren na de invoering van de euro nog altijd vergist. Dat overkwam de voorzitter van het bestuur van het Protestants Dienstencentrum (PDC) onlangs. Hij sprak over het salaris van de nieuwe directeur. Meer 200.000 euro moest dat zijn. De rapen waren gaar. Slechte publiciteit zo vlak voor de actie Kerkbalans. Onmiddellijk werd het misverstand per brief bij de plaatselijke gemeenten rechtgezet. Het ging niet om euro’s, maar om guldens. Het salaris van de directeur was dus ruim de helft minder.

Ongeluk komt nooit alleen. Wat bleek namelijk. De nieuwe directeur was er nog niet. Het bestuur van het PDC was gedwongen een interim aan te trekken. Deze kost de kerk ongeveer 20.000 euro per maand. Nu snap ik wel dat een interim-directeur duurder is dan een gewone. Hij moet zelf voor zijn sociale voorzieningen zorgen. Ik snap ook dat een organisatie zo af en toe een interim nodig heeft. Hij kan schoon schip maken en vervolgens weer op te stappen. Toch blijven er een paar vragen liggen.

Ook de vorige directeur is begonnen als interim. Dat heeft men op het PDC geweten. Er is grondig gereorganiseerd, niet altijd tot tevredenheid van de werknemers. Na zijn vertrek is er weer een interim nodig. In de excuusbrief schrijft de voorzitter van het bestuur dat van de nieuwe interim ‘een uitzonderlijke prestatie verwacht wordt, waarbij sprake is van een inzet en werkweek die ver boven het normale uitgaat’.  Het zijn niet mijn woorden, maar de superlatieven zijn niet erg geruststellend. Als het zo ligt komt de vraag op of de vorige interim achteraf zijn werk niet goed gedaan. Moet dat dan geen gevolgen hebben voor het bestuur dat hem aangesteld heeft?

Het kan ook anders liggen. Het Dienstencentrum is een onbestuurbare constructie. Ook dan is de vraag niet te onrechte of het bestuur wel functioneert. Dieper: of we, de Synode enz., niet iets gecreëerd hebben dat we niet meer in de hand hebben. Daar zit wat mij betreft de kernvraag. Hoort het Dienstencentrum zoals zich dat nu ontwikkelt wel bij de kerk?

Ik kom nog uit de tijd dat we in de Hervormde kerk over de radenrepubliek spraken. Verschillende raden om de Synode heen. Ik ken de kritiek daarop, maar ik moet er nu wel aan terugdenken. Het accent bij deze raden lag bij gemeenteleden met verstand van zaken, begeleid door een deskundige secretaris en zijn/haar staf. Kortom de verworteling van het werk in de kerk was wel degelijk aanwezig. Uit ervaring weet ik dat gemeenteleden en dominees zich graag bij het werk van de raden lieten betrekken. Met name deze vervlechting zijn we, denk ik in het PDC kwijt geraakt. Ik weet dat er velen afgehaakt zijn. Frustrerend was het dat zij opeens vrijwilligers werden. Dat is denken, typerend voor een beroepsorganisatie. Vrijwilligers zijn lastig en onvoldoende geschoold.

Het zou goed zijn als er naar aanleiding van dit akkevietje over deze zaken nog eens een discussie in de kerk gevoerd wordt. Moet het Dienstencentrum niet een flexibele netwerkorganisatie zijn?

AP

In de Waagschaal, 34e jaargang. 2005,2