Commentaar (Dromen)

Om de nieuwe koning te inspireren wordt aan ieder van ons gevraagd onze droom voor ons land hem toe te sturen. Met dit thema is het nationaal comité inhuldiging een gevaarlijk weg ingeslagen. Dat zullen de leden van het comité zich niet bewust zijn. Daarom dit stukje.

 

 

Ongemeen fel haalt Jeremia uit naar profeten die dromen (hfd. 23). Hun dromen draaien het volk een rad voor de ogen. Hun verhalen over een goede toekomst zijn bedrog. Hun dromen leiden af van waar het werkelijk om gaat. De op de site van het Nationaal Comité tot nu toe ingezonden dromen bevestigen dit beeld. Er wordt wat af gedroomd van een goede toekomst voor de kinderen, ons land. Allerlei prachtige vergezichten worden geschetst. Vrede verdraagzaamheid, schoon milieu, tolerantie, ruimte voor elkaar en nog heel andere mooie dingen. Wie wil dat niet, wie droomt daar niet van? Tegelijk weten we dat deze dromen bedrog zijn. Ze draaien ons een rad voor de ogen, zegt Jeremia.

Deze dromen verhullen, volgens Jeremia, wat er werkelijk aan de hand is; ze bieden valse hoop. De werkelijkheid is anders. De benarde situatie van het volk is een oordeel Gods, dat het ook nog eens over zichzelf afgeroepen heeft. Dat moet onder ogen gezien worden. Alleen dan is er hoop op een uitweg.

Nu is onze situatie niet gelijk aan die van Jeremia, maar toch zijn zijn woorden een waarschuwing. Wij verkeren in een diepe crisis, nationaal, maar vooral ook internationaal met de toenemende kloof tussen arm en rijk. Onze verantwoordelijkheid daarvoor is niet te ontkennen. We nemen anderen de maat als zij enigszins aarzelen om bezuinigingen door te voeren, terwijl wij zelf als werkgevers en werknemers rustig weken de tijd nemen om relatief eenvoudige problemen op te lossen. Dat alles kan gebeuren, terwijl wij bezig zijn te dromen.

Nu ik toch met azijn bezig ben, heb ik nog een vraag. Waar droomt onze nieuwe koning eigenlijk over? Geen onbelangrijke vraag, lijkt mij, als we de Schrift kennen. Daar wordt verteld over de droom van de farao en de droom van Nebukadnezar. In beide gevallen zijn het dromen die zij niet begrijpen. Begrijpelijk, omdat machthebbers altijd dromen van voorspoed en vooruitgang. Zij kunnen zich niets anders voorstellen. Precies daar gaan hun dromen over. Het zijn dromen die onheil aankondigen. Dromen die dwars ingaan tegen het gangbare. Nu is de macht van de nieuwe koning maar beperkt. Toch ben ik meer benieuwd naar zijn droom, dan naar al die dromen die nu op de website verschijnen.

Zowel bij de Farao als Nebukadnezar is er een ander nodig om de droom uit te leggen. Zij vertellen wat de betekenis van de droom is. Zij vertellen wat er werkelijk aan de hand is. Ook nu geldt dat een directe toepassing te aanmatigend is. Toch, geeft dat niet een aanwijzing voor de rol van de kerk? In onze werkelijkheid zeggen wat er echt aan de hand is, ook als die boodschap niet prettig is.

AP

 

(In de Waagschaal, nw. jaargang 42, nr. 4. 30 maart 2013)