Commentaar (Euro(pa))

Hoe de verkiezingen voor de 2e Kamer afgelopen zijn, is op het moment dat ik dit schrijf nog onbekend. De campagne is nog ik volle gang. Een buitengewoon vreemde campagne is het. Niet zo zeer door het retorische geweld dat door de kandidaten gehanteerd wordt. Het hoort erbij. Vreemd, ja voor mijn gevoel zelfs een beetje wereldvreemd was de campagne met name door wat er niet gezegd werd.
Tijdens de campagne ging de koers van de euro onderuit. Na de kredietcrisis, de landencrisis. De kandidaten werden er niet echt door van hun stuk gebracht. Er was een veel belangrijker onderwerp: de hypotheekrente aftrek. Dat dat onderwerp het integratiedebat even afwisselde was wel prettig, maar dat daardoor Europa geheel en al uit het zicht verdween, was ernstiger.

Wie een beetje thuis is in de Nederlandse politiek weet dat die hypotheekaftrek er, ondanks alle plechtige woorden daarover gesproken, er toch wel komt. De verhoging van de AOW leeftijd is er ook gekomen, ook al werd dat in vorige campagnes fel bestreden. Een korte termijn issue dus.

In het debat, voor zo ver het te volgen was, werd er zelden geprobeerd een enigszins redelijke verklaring te geven of analyse te maken van de oorzaken die tot de crises van de afgelopen jaren geleid hebben. Daarvoor moest je bij hele kleine partijtjes in de marge zijn. De grotere partijen liet het afweten. Geen woord over de aanzwellende mening om maar weer terug te keren naar de gulden. Geen enkel kopstuk nam het onverkort op voor de euro en daarmee voor Europa.

Dat vind ik kwalijk. De toekomst van Nederland ligt in Europa. Dat is nog te nationaal geformuleerd. Europa is een en blijft, ondanks alle moeite en moeizaamheid, een vredesproces van ongekende omvang. Waarom durft niemand van de toonaangevende politici daarvoor zijn/haar nek uit te steken? De campagne tijd was er uiterst geschikt voor. In Brussel werd gesproken over een economische regering voor Europa om zo de crises te kunnen bezweren en in het verlengde daarvan de mogelijkheid van Europese kandidatenlijsten voor de verkiezingen. Lijken mij instrumenten die de teugelloze drift van speculanten en andere winstmakers kunnen beteugelen. Geen positief woord er over.

Ik geloof er nog steeds in dat een sterke overheid de markt kan reguleren. Dat is evenwel allang niet meer de Nederlandse overheid, terwijl een sterke Europese overheid ontbreekt. Zo’n overheid moet er komen, dunkt mij. Wie de crises van de afgelopen jaren analyseert, kan tot zo’n conclusie komen. Die analyses werden evenwel niet gemaakt.

Is dat erg? Ja, dat is erg, want nu kan het zo maar gebeuren dat die politieke stroming die mede de crises veroorzaakt heeft: het liberalisme, zo maar de verkiezingen kan winnen. De veroorzaker wordt niet ter verantwoording geroepen. Nee, de veroorzaker kan geroepen om de crises die hij zelf veroorzaakt heef, te bestrijden. Niet bepaald een aanlokkelijk vooruitzicht. Het ziet er dan voor Europa en de euro als gemeenschappelijk munt voor heel Europa niet goed uit.

Daarover had ik graag in deze verkiezingstijd een debat gezien.

AP

(In de Waagschaal, 2010)