Commentaar (Helmen)

In september verblijf ik in Duitsland. Ik zie er tegen op. Niet omdat het land mij tegenstaat of Duitsers mij niet sympathiek zijn. Verre van dat. Het land is prachtig en ik kom maar zelden Duitsers tegen die mij onheus behandelen. Integendeel, ik verbaas mij telkens weer over hun hoffelijkheid. Nee, ik zie er tegen op omdat in de maanden er voor het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland gehouden wordt. Ook Nederland heeft zich daarvoor gekwalificeerd. Verheugend natuurlijk, maar het betekent ook dat er zeer vele landgenoten in die periode naar Duitsland gaan. Daar zit mijn probleem.

Een Nederlands bedrijfje zag een gat in de markt. Als bijdrage in de supportersstrijd bracht het een oranje Weermachthelm op de markt. Het is de bedoeling dat die door het Nederlandse legioen in grote getale gedragen gaat worden. Je gelooft je ogen niet, maar het is waar. Ook al is de KNVB niet blij met deze ‘ondersteuning’, het bedrijfje meldt trots dat de helm goed verkocht wordt. Ja, zij wordt ook in andere landen in de eigen landskleuren goed afgenomen, jubelt het persbericht.

Stuitend vind ik het. Ik moet denken aan een jonge Duitsers die ik enige tijd geleden ontmoette. Hij had in NAVO-verband dienst gedaan in het voormalige Joegoslavië. Bitter vertelde hij mij dat de Duitse eenheid steevast als Nazi’s werden uitgejouwd, terwijl andere eenheden onthaald werden. Hij was zich bewust van de rol die Duitsland in de Europese geschiedenis gespeeld had. Dat was hem op school en in vele andere verbanden als het ware met de paplepel ingegoten. Als reactie daarop hadden hij en zijn generatiegenoten zich ingespannen om de schuld enigszins te vereffenen door zich als voorbeeldige Europese burgers te ontwikkelen. Het helpt niets, zo constateerde hij. Als hij op de tribune zit of thuis TV kijkt zal dat gevoel bevestigd worden. Duizenden ‘supporters’ met weermachthelmen op die leuzen roepen. Zo wordt wat een sportief feest moet worden voor mij bij voorbaat al verpest. Je zou nog hopen dat Duitsland kampioen wordt of tenminste Nederland verslaat, hoewel ik dat vanuit sportief oogpunt ook wel weer jammer vind.

Ik heb geen enkele illusie dat deze uiting van anti-Duits sentiment door dit soort stukjes verhinderd wordt. Toch zou ik wel een signaal aan die jonge Duitser willen afgeven en aan al die andere landgenoten van hem, die met een bewonderenswaardige eerlijkheid de schuld van het verleden onder ogen gezien hebben. Het moet toch mogelijk zijn aan hen duidelijk te maken dat er in de buurlanden ook anders en met respect over hen gedacht wordt. Ik heb daar grote behoefte aan. Daarom hoop ik op nog een klein bedrijfje dat voor mij en naar ik hoop velen met mij iets wil maken. Ik zou graag in september in Duitsland met een rood-wit-blauwe sticker op mijn auto rijden. Op die sticker met grote letters de tekst: Ich geniere mich!

AP

In de Waagschaal, nieuwe jaargang 35, nr. 5, 8 april 2006