Commentaar (Het Deense model)

Enkele jaren geleden was ik onder de indruk was van de manier waarop de toenmalige Deense premier Rasmussen het opnam voor Kurt Westergaard, de cartoonist die de profeet Mohammed tekende. Zijn reactie vond ik toen heel wat moediger dan die van onze eigen minister-president en minister van Buitenlandse zaken. Balkenende en Verhagen deden er alles om Wilders te bewegen zijn film Fitna niet uit te zenden. Islamitische regeringen werden van te voren al geïnformeerd dat de mening van Wilders niet die van de Nederlandse regering was. Een actie waaraan ook de PKN indertijd meedeed. De houding van Rasmussen sprak mij aan omdat hij het onverkort opnam voor de vrijheid van meningsuiting, ook als het gaat om opmerkingen over de Islam.

Rasmussen sprak als premier van een minderheidskabinet, gedoogd door een partij, die lijkt op die van Wilders. Over zo’n minderheidskabinet in Nederland wordt druk gesproken. Velen lopen zich te hoop en beweren dat zo’n kabinet schade berokkent aan de Nederlandse positie in de wereld. Het kan allemaal waar zijn, maar respect afdwingende handelingen zijn dus ook mogelijk. Misschien is dat het wel waar veel kiezers van Wilders op zitten te wachten. Misschien is het wel zo dat hun stemkeuze een afrekening is met de houding van de CDA politici ten tijde van het Fitna-rumoer.

In reacties bespeur ik nog als eens een zeker dedain voor de Denen. ‘Dat zij zo zijn, het zal wel, maar wij als Nederland en Nederlanders hoeven ons toch niet aan hen te spiegelen? Wij zijn toch groter en internationaler dan zij?’

In zijn boek ‘Strepen aan de hemel’ schrijft G.L. Durlacher het volgende over de Denen. De toenmalige Deense koning Christiaan X weerstond de Duitse bezetter toen deze ook in Denemarken de jodenster wenste te in te voeren. Als dat zou gebeuren, zou hij zich als eerste met de gele jodenster tooien. Zijn karaktervolle houding, zo meldt Durlacher, heeft de bezetter er van weerhouden de maatregel door te zetten. Aan dit ‘incident’ voegt Durlacher een interessante waarneming toe. Ik citeer: deze houding van de koning ‘kenmerkte de instelling van vrijwel het gehele overheidsapparaat en van de Deense bevolking tegenover het nationaal-socialistische Duitsland’(56). In zijn relaas geeft Durlacher daarvoor overtuigende bewijzen. Wie het als Nederlander leest, voelt de schaamte op komen. Durlacher wijst er fijntjes op dat de Nederlandse autoriteiten in veel gevallen de bezetter administratief ten dienste waren. Het aantal gedeporteerde joden in Nederland is dan ook aanzienlijk hoger dan het aantal dat uit Denemarken weggevoerd is.

Het lijkt mij goed dit historische feit in gedachten te hebben als er nu over het Deense model gesproken wordt. Zou het waar zijn dat het Deense volk nu zo totaal anders is dan toen? Toen dapper opkomend voor de bedreigde Joden en nu bevangen door een vreemdelingvijandige ideologie? Ik geloof er niets van. De reactie van Rasmussen is geen incident, maar heeft precedenten in de Deense geschiedenis.

De Denen vormen een lastig en tegendraads volkje. Achter hun verzet nu zou weleens dezelfde vrijheidsdrang kunnen zitten als toen.

AP

(In de Waagschaal, 2010)