Commentaar (Investeren)

Het lukte minister Van der Laan om in een week twee maal in het nieuws te komen met een opmerkelijke uitspraak. Op 21 oktober belooft hij meer aandacht voor de oudere, autochtone inwoners van probleemwijken. Zij komen, volgens de minister aandacht te kort, omdat de meeste aandacht uitgaat naar de problemen van jongeren en allochtonen. Een week later opnieuw een forse uitspraak van de minister. Tijdens een debat met de 2e Kamer geeft hij aan een onbehagelijk gevoel te krijgen als mensen sparen om een huis in Turkije of Marokko te kopen, maar niet investeren in de eigen leefomgeving.

Opmerkelijke uitspraken, niet omdat het om nieuwe feiten gaat. Wat de minister zegt, wordt in oude stadswijken allang geweten. Opmerkelijk is het dat deze feiten nu kennelijk door een minister opgemerkt en benoemd worden. Nu kunnen het losse flodders zijn, bedoeld om Wilders de wind uit de zeilen te nemen. Ik ga er voorlopig maar van uit, dat de minister zijn uitspraken serieus neemt. Dan zal hij op een merkwaardige tegenstelling in zijn uitspraken stuiten.

In de eerste uitspraak stelt hij het logisch te vinden dat de meeste aandacht uitgaat naar de groepen met de meeste problemen. Dat zijn dus in zijn waarneming jongeren en allochtonen. Laat ik mij tot de laatste groep beperken. Allochtonen moeten geholpen worden in onze samenleving te integreren. Dat kost geld, veel geld, ook al weten we door toedoen van dezelfde minister niet, hoeveel. Hoeveel het kost klinkt door in zijn tweede uitspraak. Om de met integratie samenhangende problemen in de oude wijken op te lossen, wordt in die wijken fors geïnvesteerd. Tot zo ver niets aan de hand. Wie de wijken kent, kan zo´n investering alleen maar toejuichen; kan alleen maar aandringen op haast en daadkracht in deze. Arme, weinig kapitaalkrachtige mensen verdienen zo´n investering.

De tweede uitspraak van de minister zet een vraagteken achter deze vooronderstelling. Zijn allochtone bewoners inderdaad weinig kapitaalkrachtige mensen? Zij investeren in eigen land in de bouw van eigen woningen. Daarvoor nemen zij het wonen in armoedige omstandigheden hier voor lief. Renovatie en stadsvernieuwing staan niet erg hoog op hun agenda. De belangstelling er voor is in vele gevallen uiterst gering. Liever in een goedkope woning om zoveel mogelijk over te houden voor ´daar´, dan in een duurdere woning hier.

Ik ken uit eigen omgeving mensen die dat doen. Daar is om met de minister te spreken, weinig tegen te doen, maar met hem ben ik ook van mening dat dat wringt. Allochtone bewoners zijn geen rijke mensen. Velen van hen reserveren van het weinige dat zij verdienen een groot deel voor investeringen in hun thuisland. Dat kan geen minister verbieden. Wel moet de vraag gesteld worden hoe het met de integratie van deze mensen gesteld is? Is hun gedrag er niet een teken van dat het land waarin zij wonen hen ten diepste niet aangaat? Wordt hen dat niet al te gemakkelijk gemaakt door hen te blijven zien als slachtoffers, die zelf weinig te bieden hebben maar waarin geïnvesteerd moet worden? Wordt het niet tijd een niet vrijblijvend beroep op hen te doen ook in deze samenleving, in hun toekomst en die van hun kinderen hier te investeren? Die ruimte is er kennelijk.

AP

(In de Waagschaal, 2009, nr. 16)