Commentaar (Lex specialis)

Na de troonrede is het denken over de participatie samenleving op gang gekomen. Recent publiceerde het CDA een rapport dat aan dat debat een interessante bijdrage levert. Inzet van het rapport is de onvrede over de maatschappelijke ondernemingen. Daarmee worden woningcorporaties, scholen enz. bedoeld. Dat zijn organisaties de nauw verbonden moeten zijn met de samenleving. Instrumenten dus van en voor burgers om in de samenleving te participeren. Het probleem dat het CDA en vele anderen constateren is dat niemand meer weet van wie deze organisaties nog zijn. Het zijn kolossen geworden waar burgers zich niet meer in herkennen. Het gevolg is dat er overal nieuwe initiatieven van burgers ontstaan, die evenwel te weinig aandacht krijgen in het politieke debat.

 

Wie ook maar even zijn hoofd buiten de deur steekt, zal deze analyse onmiddellijk herkennen. Interessanter is welke weg men kiest om dit probleem te lijf te gaan. Daaraan gemeten is het rapport van het CDA de moeite waard. Er wordt niet, zoals nu in het politieke debat, gekozen voor een regulering van deze kolossen. Meer toezicht helpt niet om de deze instellingen weer in de samenleving te verankeren. Het is nodig om – in typisch CDA taal – de samenleving in positie te brengen. Daarmee wordt bedoeld dat de kracht van de burger ten opzichte van deze instellingen drastisch versterkt dient te worden. Daarvoor worden in het rapport verschillende interessante instrumenten besproken. Ik stip ze aan.

Zo moeten burgers het recht krijgen om taken die uitgevoerd moeten worden in eigen beheer uit te voeren. Dat is niet vrijblijvend, maar moet afgedwongen kunnen worden. Burgers dienen het recht te krijgen bij aanbestedingen mee te dingen. Niet de instelling bepaald wat en hoe het gebeurt, maar de betrokkenen zelf. Verder dient het beleid van iedere organisatie maatschappelijk gelegitimeerd te worden door lokale gemeenschappen.

Dit alles wordt samengevat in een pleidooi voor een ‘lex specialis’. Dat is een aparte wet voor de maatschappelijke onderneming. In die wet wordt het kader neergezet waarbinnen de maatschappelijke onderneming functioneert. Met andere woorden, de regels waaraan iedere organisatie zich afdwingbaar te houden heeft.

Het lijkt mij een voorstel dat zeer de moeite waard is. Het zou een verandering ten goede kunnen inleiden, waarbij ook nieuwe burgerinitiatieven een kans krijgen. Het stimuleert de participatiesamenleving of – in de CDA terminologie – de vitale samenleving.

Of zo’n wet ook tot minder overheid leidt, waag ik te betwijfelen. Dat wordt in het rapport veel te optimistisch voorgesteld. Hoe is dat te rijmen met een het ook voorgestelde jaarlijkse debat in het parlement over de uitvoering van de wet. Reken er maar op, dat er dan jaarlijks bijsturingen nodig zijn. Deze kolossen zijn alleen door een sterke overheid in bedwang te krijgen en te houden. De rol van de overheid zal er hooguit door veranderen, niet verminderen. De leus die het CDA hanteert: ‘minder overheid, meer samenleving’, wordt met deze voorstellen wat betreft het laatste waargemaakt. Dat is al heel wat!

AP

 

(IN de Waagschaal, nieuwe jaargang 43, nr. 1. 4 januari 2014)