Commentaar (Marokkanendrama)

Het is hem weer gelukt. Met zijn vraag naar ‘minder’ kreeg Wilders correct Nederland op de kast. Er werd massaal aangifte gedaan en solidariteit betoond met de bedreigde Marokkanen. Als hij aan hen komt, komt hij ook aan ons, want ook ‘ik ben Marokkaan’. Lastig werd het toen kort daarna Deurne plaatsvond. Wat nu? De oplossing werd via vertrouwde lijnen gevonden. Natuurlijk de juweliers waren slachtoffers, maar waren de Marokkanen dat ook niet?

 

De uitspraak van Wilders is stuitend. Daar zullen we het wel met elkaar over eens zijn. Het probleem zit wat mij betreft bij de reactie daarop. Die reactie geeft Wilders alleen nog meer wind in de zeilen, omdat het fundamentele probleem niet benoemd en dus ook niet aangepakt wordt. Dat probleem ligt niet in de Nederlandse samenleving, noch in sociaal economische omstandigheden. Het probleem zit in de Marokkaanse gemeenschap zelf. Daar zitten de oorzaken waardoor Marokkaanse jongeren in de Nederlandse samenleving mislukken.

In 2007 analyseerde Fleur Jurgens de oorzaken van het mislukken van zoveel Marokkaanse jongens van de 2e generatie. Zij publiceerde haar bevindingen in ‘Het Marokkanendrama’. Ook nu nog hoogst actueel. Om een paar dingen te noemen. Jurgens merkt op dat de opvoeding in veel Marokkaanse gezinnen bepaald wordt door achterdocht. De Nederlandse samenleving met zijn verworvenheden is niet het kader waarbinnen kinderen opgevoed worden. Integendeel, die verworvenheden worden gewantrouwd. Het gevolg is, dat de opvoeders zo ‘de kloof gebeiteld hebben tussen hun kinderen en de Nederlandse samenleving’. Verergerd wordt dat door de aparte behandeling die jongens in de opvoeding krijgen. Jurgens: ‘op jongens (hoeft) geen toezicht te worden uitgeoefend maar op meisjes juist wel’. Het gevolg is dat de jongens zich als ‘prinsen’ gaan gedragen. Ontastbaar, zich van niemand iets aantrekkend met een grote mate van achterdocht jegens de samenleving. Je hoeft in Rotterdam niet lang op straat te lopen om dat beeld te herkennen.

In de Wilders nasleep werd met enige trots een reportage vertoond waarin moskeebezoekers (mannen dus) hun verontwaardiging uitspraken over de aanslag in Deurne. Met overtuiging had de imam hen opgeroepen hun kinderen goed op te voeden, zodat die dingen niet meer gebeuren. Ik geloof ze op hun woord, maar erg gerust stellen zij mij niet. Wat is een ‘goede’ opvoeding? Dat is de vraag die aan Marokkaanse opvoeders gesteld moet worden. Het is de hoogste tijd dat die bezinning op gang komt.

Ik hoor uw tegenwerping al. Er zijn toch heel wat goed functionerende Marokkaanse jongeren in onze samenleving. Zeker, ik ken ze. Ik weet ook hoe vaak zij uit hun eigen ‘achterban’ het verwijt kregen dat zij ‘overlopers’ waren. Overlopers omdat voor hen de Westerse waarden als vrijheid, gelijkheid norm bepalend zijn. Het zijn de uitzonderingen op de regel. Zo lang dat zo ervaren wordt, is de oplossing van het Marokkanendrama nog niet in zicht.

AP

(In de Waagschaal, nieuwe jaargang 43, nr. 5. 26 april 2014)