Commentaar (Mumbai)

In de maanden november en december van het vorige jaar speelden in Nederland Palestijnse acteurs de productie ´Plan B – The Game´. De titel verraadt reeds het probleem met deze productie. Het stuk gaat over de uitzichtloze situatie in de Gaza. Hoe uitzichtsloos die is, bleek toen het de acteurs verbonden werd door Israël Gaza te verlaten om het stuk ook elders te spelen. Nu plan A niet lukte, trad plan B in werking. Acteurs van de Westoever namen het stuk over en speelden het o.a. in Nederland voor met name jongeren.

Ik heb het stuk niet zelf gezien. Wel gedeelten er van. Ik kan mij voorstellen dat het diepe indruk maakte op de veelal jonge toeschouwers. Er wordt een indringend beeld gegeven van de dagelijkse, droevige leefsituatie in de Gaza. Trouw schrijft daarover: ´Het spel ´The Game´ roept een sfeer van suspense op´.

Gruwelijke beelden, zorgvuldig uitgezochte doelgroepen: westerlingen en Joden. De daders zijn moslims. Terroristen noemen we ze. Dat maakt het voor ons makkelijker om met deze aanslagen te leven. Het zijn mensen die de Islam misbruiken. Extremisten zoals die ook in het Christendom voorkomen. Hun handelen heeft niets met de Islam of het Christendom te maken. Dat zijn immers in de kern vreedzame religies. Gelukkig houdt de overgrote meerderheid van de aanhangers zich daaraan. Ik wil het graag geloven. Toch halen de beelden uit Mumbai bij mij de twijfel weer naar boven. Is de Islam in de kern wel een vreedzame godsdienst?

Eerst de hand maar in eigen boezem. Wat bijv. het Leger van de Heer in Afrika uitricht, is hemelschreiend. Het beroept zich op de bijbel. Praktijken van christelijke anti-abortusstrijders in Amerika liegen er ook niet om. Ook zij beroepen zich op de bijbel. Het is waar. Het misbruik van Bijbelteksten is van alle tijden. Ik zeg bewust ‘misbruik’. In het theologische denken is bijbeltheologisch, dogmatisch en ethisch meermalen aangetoond, dat het bijbelse getuigenis in de kern anti-gewelddadig is. Die kern is in Jezus Christus geopenbaard. Die interpretatie is een machtig middel om afstand te nemen van praktijken, die ik noemde. Die interpretatie maakt het mogelijk die praktijken misbruik te noemen; ze als schandelijk te veroordelen. Niet alleen in algemeen ethische zin, maar juist op grond van het getuigenis waarop die misdadigers zich denken te kunnen beroepen.

Klinkt dit type kritiek nu ook na aanslagen zoals in Mumbai? Zeker, er is ook vanuit Moslimkringen afkeurend gereageerd. Dit soort aanslagen hoort niet bij de Islam, wordt er dan gezegd. Deze mensen brengen de Islam in diskrediet. Toch vraag ik mij af wat de grond van deze afkeuring is. Is die gegrond in een gezaghebbende exegese van de Koran, of toch gebaseerd op het algemeen menselijke gevoel van afkeuring? Ik ben er niet zeker van. Er zijn ongetwijfeld teksten in de Koran, die prachtig zijn en daardoor haaks staan op de gruweldaden in Mumbai. Toch is dat voor mij niet overtuigend. Waarom hebben zij meer recht op de juiste uitleg, dan de terroristen die zich ook op teksten uit de Koran beroepen?

Waar het mij om gaat, is of naar analogie van de exegese van de Bijbel, in de Koran een allesdragende wortel van geweldloosheid aangetoond kan worden? Daar zit mijn twijfel. Van mensen die er meer verstand van hebben dan ik hoor ik dat de figuur van de Profeet totaal anders is dan Jezus, die in de Bijbel verkondigd wordt. Anders in de zin van gewelddadiger. Als dat zo is, dan is het te begrijpen dat het protest vanuit de Moslimwereld tegen Mumbai zwak klinkt. Dan is het gebruik van geweld niet een aberratie, maar verankerd in het geloof zelf.

Netjes en beschaafd als we zijn, lopen we het liefst van deze vragen weg. We stoten immers onze moslimbuur niet graag voor het hoofd. Dan spreken we in het geval van Mumbai niet over moslims, maar over terroristen in het algemeen. Ik hoop dat ik ongelijk heb. Ik daag moslimgelovigen graag uit om mijn ongelijk aan te tonen. Zolang dat niet overtuigend gebeurt, blijf ik het gevoel houden dat we ook in onze eigen samenleving een probleem hebben.

AP

(In de Waagschaal, 13 december 2008, nieuwe jaargang37, nr. 17)