Commentaar (Schotels)

De rechter legde in zijn vonnis veel nadruk op de heftigheid van het maatschappelijke debat. Juist daardoor mocht Wilders wat hem betreft zijn door anderen omstreden uitspraken doen. Die heftigheid was er en klonk ook door in ons blad. Over de ‘multiculturele’ samenleving kon alleen met emotie gesproken worden. Die uitspraak horend, realiseerde ik mij hoe ver die tijd al weer achter ons ligt.

Bijna gelijktijdig met het vonnis van de rechter verscheen de integratie nota van dit kabinet: Integratie, binding, burgerschap. Op wat gemopper in de linkse pers na, is er nauwelijks tot op heden debat over deze nota. Opvallend, omdat deze nota, zij het in wat vriendelijker bewoordingen veel van het gedachtengoed van Wilders als regeringsbeleid verwoordt. Afstand wordt genomen van het ‘multiculturele’ model, waarin culturen, verschillend van elkaar mogen zijn, maar in de kern gelijkwaardig zijn. Dat wordt in de nota nu cultuurrelativisme genoemd. Daarmee wordt bedoeld, dat de Nederlandse cultuur leidend is. Het is de ‘Nederlandse samenleving in al haar verscheidenheid, waarin diegenen die zich in Nederland vestigen, moeten leren leven, waaraan zij zich moeten aanpassen en zich in moeten voegen’. Dat is de fundamentele wending in het regeringsbeleid. Het is het voorlopige eindpunt van het heftige debat, ooit door Fortuijn begonnen en door Wilders voortgezet. Pakweg 10 jaar geleden was een dergelijke nota ondenkbaar. Nu roept het nauwelijks debat of emotie op. Ook bij mij zelf merk ik een zekere gelatenheid.

Jaren geleden werd ik gehoord door de cie Blok. De conclusie van deze commissie kwam in grote lijnen overeen met wat ik, samen met vele anderen, daar te berde had gebracht. Als er sprake was van integratie kwam dat niet door het overheidsbeleid, maar door de inzet van (Nederlandse) bewoners en betrokkenen zelf. Dat gold dus het multiculti beleid dat toen geldend was. Overigens was dat minder omvangrijk en dwingend dan meestal nu voorgesteld wordt.

Wat toen gold zal ook nu wel gelden. Ook dit beleid met het accent op de Nederlandse waarden en normen zal maar een beperkte bijdrage leveren aan de integratie. Verklaart dat mijn lauwe reactie op de nieuwe integratienota? Ten dele. Er is nog iets.

Als ik door de Rotterdamse wijken loop met het hoogste percentage ‘allochtonen’, waarover in de nota gesproken wordt, overvalt mij telkens weer een gevoel van moedeloosheid. Er is bijna geen huis meer zonder schotel. Ik begrijp heel goed dat deze bewoners zo’n ding aanschaffen. Tegelijk is elke schotel een zichtbaar teken dat men afstand neemt van de Nederlandse normen en waarden. Het oriëntatiekader blijft het land van herkomst. Men verblijft hier alsof men met vakantie is. Na meer dan 40 jaar aanwezigheid hier worden de schotels niet minder, maar meer. Dat maakt mij somber.

Gelukkig zijn er ‘allochtonen’, die zich in onze samenleving een plaats verwerven. Ook dat komt niet door regeringsbeleid, maar door hun eigen inzet en doorzettingsvermogen. Zij verdienen onze steun, maar het zijn uitzonderingen op de regel. Hun verhalen geven mij moed. Ik zie uit naar een regeringsnota, die hun verhalen tot uitgangspunt neemt.

(In de Waagschaal, 16 juli 2011, Nw. Jaargang 40, nr. 10)