Commentaar (Singulariteit)

Vrijdag, 5 oktober 2012 was een heugelijke dag voor de theologiebeoefening in Nederland. Op die dag startte de leerstoel Miskotte/Breukelman. Inderdaad een bijzondere leerstoel. Beiden werden tijdens hun leven door de academie als niet-wetenschappelijk gekwalificeerd. Van Miskotte weet ik dat viavia, van Breukelman heb ik het uit eerste hand meegemaakt. Nu zijn hun namen opgenomen in een leerstoel aan de universiteit. Over de wetenschappelijkheid hoeven we ons geen zorgen te maken. Dat blijkt wel uit de inaugurele rede die Rinse Reeling Brouwer als hoogleraar bij deze leerstoel uitsprak.

In zijn rede roept hij op de singulariteit van de Naam te respecteren. Om dat helder te maken brengt hij een onderscheid aan tussen particulariteit en singulariteit. Singulariteit is de uitdrukking van het bijzondere van God. Hij is enig. Hij, Zijn Woord is het bijzondere dat in geen mensenhart is opgekomen. Dit singuliere is in geen pars of totum te vangen. Integendeel, deze worden juist door deze unieke God opengebroken. De meest onverwachte stemmen kunnen echo’s bevatten van het goddelijk Woord, van Dezelfde die in de Schrift tot ons spreekt. Deze singulariteit dienen we te respecteren. Dat wil zeggen, tegen elke systeembouw of inkadering van het Woord, hoe verleidelijk dat ook is, dient gewaakt te worden.

Na het horen van zijn rede kon ik een licht gevoel van teleurstelling niet onderdrukken. Hoe is het mogelijk om over de singulariteit van de Naam te spreken zonder daarbij een verband te leggen met één van de ‘fronten’ waar de kerk in onze dagen voor staat: de ontmoeting met de Islam. Als wij Hem als één en enig belijden, wat betekent dat dan in het gesprek met deze godsdienst? De rede na lezend begrijp ik wel waarom RRB daar niet op inging. Hij wil zich verre houden van het ‘voor uniek verklaren’ van een ‘zichtbare wereldgodsdienst’. De ‘exclusiviteit van deze bepaalde God’ wordt dan ‘de exclusiviteit van een religie’.

Ik deel deze vrees, maar mijn teleurstelling is er niet door verdwenen. Juist als je spreekt over de singulariteit van de Naam kan toch het gesprek met de Islam niet gemeden worden. Bedoelt hij met zijn opmerking dat de meest onverwachte stemmen een echo van het goddelijke Woord kunnen bevatten ook de Islam? Betekent het respecteren van de singulariteit dat we als Christelijke gelovigen er rekening mee moeten houden dat de vrije God van Israël ook via dat kanaal tot ons kan spreken. Als dat zo is, waar wordt dan de echo gehoord?

Aan het slot van zijn rede gaat RRB in op het leerhuiswerk van de Stichting die de leerstoel stichtte. In dat leerhuis wordt ‘de weg verkend van de geboden die ter nadere adstructie dit singuliere’, dat voorop gaat, omgeven. In het leerhuis wordt dus geleerd waar het in zijn rede om te doen is: het respecteren van de singulariteit van de Naam. Er wordt ‘heel gericht een weg’ gebaand en gewezen, vul ik aan. Dan kan een richting wijzend woord over de verhouding tot de Islam niet uitblijven. Ja, juist omwille van de singulariteit van de Naam waarvan de concreetheid in het leerhuis ontdekt mag worden.

(In de Waagschaal, nw. jaargang 41, november 2012, nr. 11)