Commentaar (Slavernij)

Op de dag dat in Amsterdam de mislukte herdenking van de slavernij gehouden werd, publiceerde Trouw een artikel over de betrokkenheid van Afrikanen bij de slavenhandel. Het artikel roept op z’n minst de vraag op of het gangbare onderscheid tussen blank en zwart zo maar hanteerbaar is: zwart als slachtoffer en blank als dader. Het is gecompliceerder. Geen populaire boodschap, omdat het ook zwarten dwingt kritisch naar hun eigen rol te kijken.

Geen spoor daarvan is te bekennen bij de demonstranten bij het slavernij monument. Blank is de schuld en de verpersoonlijking daarvan is minister Verdonk. In haar is de oude slavendrijversgeest weer opgestaan, die zwarten discrimineert. Ook de vergelijkingen met de rassentheoretici en vooral practici van het Derde Rijk zijn niet van de lucht. Aan het leggen van een krans kwam zij niet meer toe. Enigszins onthutst stond ze daarna de pers te woord.

Ik voel mij betrokken bij de afgang van de minister. Het is een nederlaag voor het publieke debat, waaraan ik deel neem. Hier werd het eigen gelijk met geweld doorgezet. De inzet van het debat van de afgelopen maanden was om minderheden ook op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken. De slachtofferrol moet doorbroken worden. Dan ontstaat er ruimte voor een gezamenlijke aanpak. Dat werd hier om zeep geholpen. U bent de schuldige en wij zijn de slachtoffers. Als dat de teneur blijft van de slavernijherdenkingen doen we er maar beter aan er mee op te houden.

De woede richtte zich vooral op de harde politiek van Verdonk ten opzichte van Antillianen. Daar mag je kritiek op hebben, maar geef dan tegelijk aan hoe het wel moet met de niet geringe problemen die Antillianen in de steden veroorzaken. Ze zijn toch waarachtig niet alleen maar slachtoffer?!

Als geen ander weet burgemeester Cohen daarvan. Hij weet van de inspanningen van de overheden voor Antillianen en andere minderheidsgroepen. Hij weet ook van de overlast die groepen in de stad geven. Hij weet ook hoeveel last de meerderheid ook van de Antillianen daarvan heeft. Als voorganger van mevrouw Verdonk op het ministerie, belast met vreemdelingenzaken, weet hij ook hoe moeilijk dit dossier is. Hij legde het fundament waarop Verdonk nu verder bouwt. Hij was bij de herdenking, in functie, als burgemeester en niet zo maar een burgemeester. Hij werd gekozen tot grootmeester onder de Nederlandse burgemeesters.

Na de gedwongen aftocht van Verdonk, legde hij gewoon een krans. Dat was misschien nog wel het meest onthutsende van deze dag. Hij liet de minister gaan en bleef zelf. Impliciete steun aan de critici vind ik dat. Waar op z’n minst een krachtig weerwoord had moeten klinken, werd gezwegen. Naar een collega niet erg solidair en voor het publieke debat funest.

AP

In de Waagschaal, 34e jaargang. 2005, 10