(Commentaar) Topinkomens

Op zich is het wel amusant, de regelmatige terugkerende verontwaardiging over de hoogte van de topinkomens. Iedereen maakt zich boos, inclusief de minister van financiën, maar meestal blijft alles zoals het was. De raden van bestuur bepalen de hoogte van de inkomens met als argument dat dat in de markt gangbare bedragen zijn. Hun context is niet de Nederlandse samenleving maar de internationale. Dat geldt zeker voor de private ondernemingen.

Op zich is dat argument juist. De grote ondernemingen zijn internationale bedrijven, allang te groot voor de Nederlandse markt en de daarmee samenhangende regelgeving. Alleen als het bedrijf in staatshanden is, is er, zij met moeite, nog enige controle mogelijk. Dat is de zeldzame uitzondering op de regel. In alle andere gevallen is het een illusie te veronderstellen dat een nationale regering nog enige invloed heeft op het beleid van deze ondernemingen. . Het zijn dus rituele dansen die we uitvoeren. Laten we daar maar mee ophouden. Ik begrijp ook wel iets van het door CEO’s met enige gretigheid geuite geluid dat zij vooral moeten concurreren op een internationale markt.

Nogmaals dat begrijp ik, maar wat ik dan vervolgens niet begrijp is, dat dezelfde ondernemingen, als het hen uitkomt, zich weer voordoen als nationale ondernemingen.
Onlangs zag ik een onthutsende TV-reportage. Die riep – ook politiek – aanzienlijk minder verontwaardiging op. Op overtuigende wijze werd getoond hoe multinationals gebruik maken van de verschillen in de nationale belastingregels. De voordelen die daarmee behaald werden, liepen in de miljarden. Allemaal geld dat toebehoort aan de publieke zaak, maar in de zak van particuliere ondernemers vloeit. Juridisch zit het allemaal goed in elkaar. Ik kan mij zo voorstellen dat er bij de internationale ondernemingen juridische afdelingen zijn die gespecialiseerd zijn in het uitbuiten van de belasting voordelen. Daar worden dus die topinkomens voor betaald. De grote internationale ondernemingen zijn als het zo uitkomt dan opeens niet meer zo internationaal.

Het is van tweeën één. Of internationaal opereren met de bijpassende beloning, of nationaal, maar dan ook met de daarbij horende inkomens. Ook een dergelijke oproep zal dit immorele gedrag niet stoppen. Zeker niet als we de politieke structuur zoals die nu is in takt laten.

Internationale machtsvorming is dus hard nodig. Dat vereist de onderkenning dat de nationale staten uit de tijd zijn, althans als instanties die de markt reguleren. Het is een instrument dat bot geworden is. Het is beter te onderkennen dat internationale bedrijven en instellingen slechts door internationale politieke machtsvorming enigszins beteugeld kunnen worden.

Concreet betekent dat overdracht van nationale macht aan de Europese Unie. Één markt, één bestuur, één belastingstel, ook al betekent dat inkomens die ver boven de nationale ‘Balkenende’-norm uitgaan. Als daar de miljarden gederfde belastinginkomsten tegenover staan heb ik er vrede mee.

AP

(In de Waagschaal, nieuwe jaargang 44, nr. 5. 25 april 2015)