Commentaar (Unglaube)

Vrijwel direct na de aanslagen in Oslo werd er enigszins opgelucht geconstateerd dat de dader zich beriep op Christelijke bronnen. Zo zie je maar weer. Het Christendom verschilt in niets van de Islam. Mohammed B. was erg, maar daar deed deze Noorse B. toch nog vele scheppen boven op.

 

De reacties binnen de kerken waren in grote lijnen gelijk aan de Islamitische na aanslagen. Dit heeft niets met het Christendom te maken. Het gaat om een gek die de godsdienst misbruikt. Het accent in het Christelijke geloof ligt op de liefde enz. enz. De Noorse secretaris generaal van de Wereldraad Tveit noemt de daden van de Oslose massamoordenaar ‘godslasterlijk. Hij is ‘wakker-geschud’ en wil nu in gesprek met de ‘rechts-extremisten’. (Trouw, 29 juli 2011)

Het klinkt bekend in de oren. Defensief en weinig overtuigend. Daar heeft Cliteur ons al voor de aanslagen op gewezen.

Zelf moest ik direct denken aan het onlangs verschenen boek van E.P. Meijering. In dat boek vertaalt hij de bekende 17e paragraaf van de KD, over de opheffing van de religie. In deze paragraaf noemt Barth zonder enige omhaal van woorden religie Unglaube. Of het nu om het Islam, Boeddishme of Christendom gaat. Het is Religion en dus Unglaube. In de religie is het de mens die zich groot maakt. Dat is voor mij de kern van zijn betoog. Ook de schoonste zaken kunnen het gewaad zijn van een mens die zich zelf rechtvaardigt. Sterker nog de mens kan van uit zich zelf niet anders. De mens neemt het heft in eigen hand en schept zich een ‘Koninkrijk Gods’.

Dat wordt door Barth pijnlijk duidelijk onthuld. Dat moet ik beter zeggen. Het wordt niet door Barth onthuld. Hij laat zien dat dit onthuld wordt op het moment dat we aangeraakt worden door de Openbaring, door de stem van de Ander. Elk religieus streven loop t daarop dood. Wie de Stem hoort, kan alleen maar in deemoed zijn/haar hoofd buigen.

Als ik de reacties vanuit de kerken en van individuele christenen hoor, bekruipt mij het gevoel dat we wel van religie, maar niet meer van openbaring weten. Waar die kennis er is, kan er maar één adequate reactie op de Noorse argumentatie klinken. Dit is Unglaube! Unglaube met dezelfde negatieve klank als Ungeheuer, monsterachtig. Dit neen dient krachtig te klinken.

Zetten we ons daarmee op een moreel hoger plan dan de bedenker van deze aanslagen? Nee, we noemen het geen Unglaube vanuit een morele verontwaardiging, alsof wij hogerstaand zouden zijn. We noemen het Unglaube juist omdat we aan ons eigen leven en denken weten hoezeer de religie ons als natuurlijke mensen begeleidt. Dat weten we niet vanuit onszelf, maar door de in de Openbaring ons geschonken kennis. Daarom klinkt het krachtige Christelijke nee in deemoed, maar daardoor niet minder krachtig.

Ik ben blij dat Meijering deze paragraaf juist nu in het Nederlands vertaald heeft. Lezen dus dat boek!

In de Waagschaal, 27 augustus 2011, Nw. Jaargang 40, nr. 12)