Commentaar (Vergeving)

Bij de heropening van Yad Vashem had Balkenende namens Nederland excuses moeten maken. Zijn Belgische collega werd hem ten voorbeeld gesteld. Ik stoorde mij aan het taalgebruik. In onze sorry cultuur is het maken van excuses niets bijzonders. Dagelijks kunnen we het horen in Nederlands langst lopende soap. Je zegt sorry. Daarna ga je over tot de orde van de dag. Excuses maken is een ander woord geworden voor zand erover. Sorry en de holocaust, in mijn oren zijn het vloekende begrippen. Daar past het woord excuses niet. Daar is alleen het woord vergeving op zijn plaats.

Wie vergeving vraagt, kan en mag er niet zonder meer van uitgaan dat zij ook gegeven wordt. Vergeving verdien je niet. Je hebt er geen recht op. Nederig kan je het slachtoffer er op wijzen dat je zijn nood gehoord hebt, die jij (mede) veroorzaakt hebt. Je aanvaardt de schuld aan het lijden van de ander. Daden die daaraan beantwoorden maken het slachtoffer duidelijk dat het je ernst is. Die daden voorkomen dat vergeving vragen degradeert tot het maken van excuses.

Vergeving vragen betekent dat wij weten dat wij daders en de joden slachtoffers zijn. Als Nederlandse samenleving zijn wij schuldig aan de situatie van toen en – zeg ik er met nadruk bij – van nu. Vergeving vragen zonder politieke solidariteit met Israël nu is een loos gebaar. Excuses aanbieden zet nooit een streep onder het verleden, ontslaat ons niet van de verbondenheid in het heden met hen. Wie denkt dat het om een zaak uit het verleden gaat die nu eindelijk eens opgeruimd moet worden, miskent het lijden dat generaties lang doorwerkt. Tot op de dag van vandaag bepaalt dit trauma de Israëlische politiek. Vergeving vragen betekent dat we ons dat bewust zijn en er rekening mee houden.

Vergeving vragen betekent ook dat wij de verhoudingen waarbinnen deze misdaad kon ontstaan, onderkend hebben. Er moet een bereidheid ontstaan zijn om te veranderen, opdat een herhaling voorkomen wordt. Die zekerheid moet het slachtoffer geboden worden. Dat besef is maar zeer langzaam in de Nederlandse samenleving ontstaan. Velen keken weg, zei Balkenende. Na de oorlog werd de schuld aan Duitsers toegeschreven. Dat we zelf ook schuldig zijn, is maar moeilijk te aanvaarden.

Hebben we de lessen geleerd? Ik ben er niet zeker van. Ook nu werken ambtenaren zwijgend mee aan dubieuze maatregelen om mensen in een kwetsbare situatie te weren. Als ze al eens wat kritisch zeggen, worden ze door ministers ter verantwoording geroepen. Ook nu kijkt een groot deel van de samenleving de andere kant op. Is onze samenleving werkelijk veiliger geworden voor mensen in een afhankelijke positie? Zou een herhaling van toen nu ondenkbaar zijn? Ik ben er niet zeker van.

Nee, het is maar goed dat Balkenende geen excuses heeft aangeboden. Nu hoop ik maar dat hij dat niet wilde zeggen omdat hij als Christen van vergeving weet. Dat betekent in nederigheid solidair blijven met Israël en werken aan een veilige samenleving. Dan kan het misschien gebeuren dat we vergeven worden.

AP

In de Waagschaal, 34e jaargang, 2005, 6