Commentaar (zelfredzaamheid)

Evenals vele andere politieke organen moet ook de deelraad van IJsselmonde bezuinigen. Van die deelraad maak ik deel uit. Het debat over de bezuinigingen volg ik dan ook met meer dan gewone interesse en dan vooral de discussie over de kortingen op welzijn en zorg. In de verdediging van hun bezuinigingsbeleid leggen de verantwoordelijke bestuurders vaak de nadruk op de zelfredzaamheid van de burger. Het gaat er om dat de burger weer ‘in zijn kracht’ gezet wordt. Hij moet niet aangesproken worden op wat hij niet kan, maar op wat hij wel kan. Het zijn geluiden die niet alleen in mijn deelgemeente klinken, maar overal waar bezuinigingen op welzijn en zorg aan de orde zijn. Zo stelt de Rotterdamse wethouder Louwes (D66), dat mensen moeten leren om het zelf te organiseren. Het centrale woord in de nieuwe Rotterdamse aanpak is ‘zelfredzaamheid’’. (AD, 15-09-11).

 

Wie de argumenten hoort, kan eigenlijk niet anders dan er mee instemmen. Eén van de uitgangspunten van het Oude wijken pastoraat, waar ik jarenlang bij betrokken was, werd op dezelfde wijze verwoord. Toch kan ik een gevoel van irritatie niet onderdrukken als ik deze argumenten in het publieke debat hoor. Ik vind het gelegenheidsargumenten. Dat is op zich nog niet zo erg, maar waar ik mij vooral aan stoor is, is aan de uitholling van deze noties.

Nog niet zo lang geleden was het een eer voor politieke partijen om de welvaartsstaat op te bouwen. De staat die medeverantwoordelijkheid nam voor het welzijn van zijn burgers. Daar is, lijkt mij, niets mis mee. Het is een teken van beschaving, dat we als samenleving ouderen zorg bieden die zij nodig hebben. Natuurlijk kan dat ook door betrokken buren of familieleden gebeuren. Dat gebeurt ook op grote schaal, maar het mag nooit betekenen dat de betrokkene object van liefdadigheid wordt en dus afhankelijk van de welwillendheid van anderen. Daarom was de zorg van de overheid noodzakelijk. Door die zorg waren mensen in staat op eigen kracht te leven.

Iedereen weet dat we moeten bezuinigingen. Dat is voor niemand prettig; niet voor de betrokkenen en ook niet voor de bestuurders. Voer die bezuinigingen door, maar doe dat zonder al te veel ideologisch gekleurde taal. Leg helder en zakelijk uit aan mensen wat het betekent, maar doe dat niet onder het mom, dat we dat nu in het belang van de zorgvragende doen. Dat is betutteling van de overheid in een modern jasje. ‘We bezuinigen om uw eigen bestwil, om u in uw kracht te zetten’. Dat zegt dezelfde overheid die met kracht van argumenten eerst die zorg en het welzijn opgebouwd heeft.

Nee, we moeten bezuinigen omdat er een banken- en kredietcrisis is. Dat is al pijnlijk genoeg. Zelfredzaamheid van burgers heeft daar niets mee te maken. Integendeel, die wordt er door aangetast. Daarom doet de bezuinigende overheid er goed aan burgers naast het beroep op hen te bezuinigen, tegelijk een toezegging te doen. Zodra het weer kan, zullen wij weer in uw zorg en welzijn investeren, teruggeven wat wij nu noodgedwongen moeten afpakken.

(In de Waagschaal, 8 oktober 2011, nw jaargang 40, nr. 14)