De Ramallah conferentie

De Ramallah conferentie

Van 14 maart tot 17 maart van dit jaar werd er in Ramallah een conferentie gehouden waarbij vrijwel de hele top van de Palestijnse Autoriteit (PA) aanwezig was. Verder waren er vertegenwoordigers vanuit allerlei sectoren van de Palestijnse samenleving aanwezig. Deze conferentie leverde een slotverklaring op, die een goed inzicht geeft in het huidige debat binnen deze samenleving ten aanzien van de cruciale vraagstukken het conflict met Israël en de vorming van een Palestijnse staat. Kennisnemen van dit document is van belang voor ieder die zich een mening wil vormen van de situatie nu. In dit artikel geef ik een paar lijnen uit de verklaring. Wie de hele verklaring wil lezen, kan deze bij mij aanvragen.

Het feit alleen al dat deze conferentie gehouden kan worden, duidt er op dat er in de Palestijnse samenleving na de dood van Arafat iets veranderd is. Tijdens zijn leven was een dergelijke grootschalige conferentie ondenkbaar. In de verklaring wordt daarnaar verschillende keren impliciet verwezen. In Arafat was zoveel macht samengebald dat hij het publieke debat ook geheel beheerste. Tegelijk is dat ook de aanleiding voor deze conferentie. Na zijn dood is zo’n vacuüm ontstaan dat de kaarten opnieuw geschud moeten worden. Uit de verklaring proef je de behoefte om nu de kansen te grijpen om verder te komen in het interne democratiseringsproces en het externe vredesproces. Hoewel bedekt, wordt de kritiek op Arafat hoorbaar. Tegelijk is er ook de scepsis. De oude garde is immers aan de macht gebleven en de invloed van Hamas neemt toe.

De conferentiegangers bogen zich over drie thema’s:

– wie vertegenwoordigt het Palestijnse volk?
– welke politiek systeem willen de Palestijnen?
– hoe ziet de Palestijnse bevrijdingsstrategie er uit?

Op elk van de drie terreinen een paar opmerkingen.

Vertegenwoordiging

Het lijkt vanzelfsprekend de PA als de officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk te zien. Er is dan nog wel geen officiële Palestijnse staat, maar de PA is daar toch op zijn minst de voorloper van. Er wordt gesproken over de President, de premier en de ministers. Als zodanig wordt de PA ook in de verklaring gehonoreerd. Zij is voortgekomen uit de PLO en heeft in de afgelopen 10 jaar van haar bestaan ook belangrijke taken van de PLO overgenomen. Dat betekent evenwel niet dat de PLO nu aan het eind van haar bestaan is. Integendeel. Tijdens de conferentie wordt door een overgroot deel van de deelnemers gepleit voor een vernieuwing van de PLO. Dat pleidooi is er omdat er onvrede is over de resultaten die door de PA in het vredesproces geboekt zijn. Belangrijker in dit verband is evenwel het principiële argument. De PA is een fase in het bevrijdingsproces van het Palestijnse volk. In het bevrijdingsproces is de vorming van een staat noodzakelijk, maar niet het einddoel. Dat is en blijft – in de termen van de verklaring – de bevrijding van heel Palestina.

Een groot probleem is de afwezigheid van wat de verklaring noemt de Islamitische groeperingen. Bedoeld wordt dan met name Hamas. De Oslo akkoorden waarbij de PA geregeld werd zijn door Hamas nooit erkend. Tot op heden heeft zij zich buiten de door de PA georganiseerde verkiezingen gehouden. In de conferentie is er enig optimisme dat dat zal veranderen. Hamas heeft immers besloten mee te doen aan de deze zomer te houden verkiezingen voor het Palestijnse parlement.

Tegelijk zijn de gevolgen niet te overzien als Hamas in de PA mee gaat praten. Het dilemma wordt geschetst. Zal deelname van Hamas aan de PA, Hamas veranderen of juist de PA? Zal het werk van de PA er door versterkt worden of juist verlamd? In dat verband is het belangrijk welke rol de religie krijgt. Wordt de Palestijnse staat een seculiere of islamitische staat. In de verklaring klinken de zorgen door. Met enig wantrouwen wordt gekeken naar de reden waarom Hamas nu wel aan de verkiezingen wil meedoen. Dat is de groeiende steun van het Palestijnse electoraat. Het kan dus best zo zijn dat Hamas mee wil doen omdat een door haar beheerste PA het best haar eigen doelen kan dienen.

Politieke systeem

Buitengewoon kritisch wordt in de verklaring gesproken over de interne organisatie van de PA. De kritiek richt zich op de allesoverheersende rol die de uitvoerende macht de afgelopen tien jaar gespeeld heeft. Opnieuw klinkt de kritiek op Arafat door. Er is begrip voor de situatie waarin hij moest optreden. In de strijd met Israël was een sterk leiderschap noodzakelijk. Dat neemt niet weg dat zeer velen van deze situatie geprofiteerd hebben. Zo is er een paternalistisch systeem ontstaan, gekenmerkt door nepotisme. Dat is ook de reden dat velen de huidige leiders die tot de kring rond Arafat behoorden, ernstig wantrouwen.

In de verklaring wordt naast de scheiding tussen de PA en de PLO gepleit voor het uit elkaar halen van de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. Het mag niet langer zo zijn dat alles aan de uitvoerende macht ondergeschikt gemaakt is.

Ook bij dit conferentie onderwerp duikt de zorg om de positie van de Hamas op. Een volwaardig parlement maakt het wellicht mogelijk de Hamas bij deelname daaraan in de debatten te betrekken. Op die manier kan een voor de Palestijnse samenleving belangrijke stap gezet worden naar een cultuur van dialoog.

Het kan ook anders lopen. Deelname van de Hamas in het parlementaire werk kan ook leiden tot een verdergaande fragmentatie en dus ontkrachting van het parlement in wording. Of een sterk en zelfbewust parlement me een meerderheid van de Hamas, kan het regeren ernstig frustreren, indien Hamas niet tot de regering, de uitvoerende macht behoort.

De strategie

In de verklaring worden drie met elkaar samenhangende routes aangegeven: het beïnvloeden van de Israëlische politiek via de Arabische minderheid in Israël, de rol van Europa en de VS en de eigen Palestijnse strategie. Dit laatste is het meest interessante deel van de verklaring. Ook hier zijn de onderlinge verschillen groot. Aan de ene kant degenen die pleiten voor een Palestijnse staat. In dat kader wordt een oplossing gezocht voor het vluchtelingen-probleem. Ieder krijgt het recht terug te keren, maar heeft alleen het recht van politieke participatie en vertegenwoordiging in de staat waartoe hij ‘etnisch’ behoort. Op die manier kan Israël een joodse staat blijven, hoewel het wel op regionaal gebied met de Palestijnse staat zal moeten samenwerken. Datzelfde geldt dan ook omgekeerd voor die staat.

Aan de andere kant wordt gepleit voor voortzetting van de bevrijdingsstrijd totdat de bezetting van Palestina beëindigd is. In dat kader past geen van boven af opgelegde staat. Dit laatste wordt bepleit door de vertegenwoordiger van Hamas.

Een paar slotopmerkingen.

Om verschillende redenen is het van belang kennis te nemen van de inhoud van deze conferentie. In de verklaring wordt glashelder gemaakt voor welke enorme opgave de Palestijnse leiding staat. Het lijkt mij onmogelijk de verschillende posities met elkaar te verenigen. Het lijkt evenzeer onmogelijk tot heldere, eenduidige keuzes te komen.

Het stuk ontneemt je ook de hoop dat er korte termijn, nu Arafat overleden is, grote doorbraken te verwachten zijn. Het is veel te simpel daarvoor alleen naar de Israëlische politiek te kijken. Het blijft vanuit Israëlische optiek onduidelijk met wie nu eigenlijk onderhandeld wordt. Afspraken maken blijft riskant. Palestijnen zijn een in zichzelf onderling sterk verdeeld huis. Zelfs over de meest elementaire zaken bestaat geen overeenstemming. Welke rol Hamas krijgt blijft ongewis. Wordt deze groter, dan is de kans op een mogelijke oplossing verder weg.

Voor onze eigen politieke en kerkelijk meningsvorming is de verklaring ook van belang. Nauwkeurig moet bij elke uitspraak of stap nagegaan worden welke ‘partij’ in de Palestijnse wereld daardoor gesteund wordt. Het lijkt mij dat daarover weinig discussie over hoeft te ontstaan. In het onderlinge Palestijnse debat verdienen degenen die opkomen voor de Palestijnse staat onze steun. Zij bevinden zich op een weg die mogelijkerwijs een voor alle partijen aanvaardbare en levensvatbare situatie zal opleveren. Anders gezegd, dat betekent een Europees, een Nederlands en een kerkelijk nee tegen Hamas.

At Polhuis

In de Waagschaal, 34e jaargang. 2005, 8