Den Helder Zuid-Westerland

Met heel veel moeite hebben we een dag gevonden waarop we onze wandeling kunnen voortzetten. Twee kinderen zijn de afgelopen weken verhuisd. Dat betekent hen helpen met verhuizen. We beseffen dat we ons doel voor dit jaar niet zullen halen: de Afsluitdijk. Na een paar uur rijden zijn we omstreeks twaalf uur weer bij station Den Helder Zuid. Het weer is mooi, maar koud. We hebben ons er op gekleed. Dikke jassen en truien aan. Na een uurtje lopen staan we puffend stil. Wel erg warm al die kleding, maar uittrekken kunnen we het ook niet. Het eerste gedeelte lopen we langs de weg van Den Helder naar Alkmaar. Aan een stuk door razend verkeer naast je. Na De Kooybrug verandert het. Voor de zekerheid vragen we of we op de goede weg naar Westerland zijn. De vrouw aan wie we het vragen kijkt ons bewonderend aan. Ja, we zijn op de goede weg. Ze wenst ons een goede wandeltocht. Gesterkt door deze aandacht gaan we verder. Ze had er nog bij gezegd dat we Westerland eigenlijk niet kunnen missen. Hoe waar dat is, blijkt als we even op weg zijn. Een eindeloos lange kaarsrechte weg waaraan geen eind schijnt te komen. Saaiheid troef schrijft onze reisleider. We lezen het naderhand. Gelukkig maar. Aan het eind van de weg gebeurt er toch nog iets. Vlak voordat we links af moeten slaan naar Westerland, zien we zwaailichten. Op de rotonde blijkt een aanhangwagen vol hooi omgevallen te zijn. We kijken er naar en zien hoe snel het verkeer vastloopt. We hadden gehoopt dat we het laatste stuk naar Westerland op de top van de dijk konden lopen. Dat blijkt evenwel verboden. We moeten aan de voet over het fietspad. Opnieuw geen opwindend uitzicht. Tegen half vier zijn we in Westerland. We aarzelen. Zullen we doorlopen naar Hippolytushoef of nu stoppen. In Hippolytushoef stopt in ieder geval een bus die rechtstreeks naar Den Helder rijdt. In Westerland had ik via de routeplanner zo’n verbinding niet kunnen vinden. Een voorbijganger wijst ons op een bushalte op ongeveer 5 minuten lopen. Ook daar stopt een bus naar Den Helder. Dat lijkt ons de beste oplossing. Als we er naar toe lopen zien we inderdaad een bus rijden, maar dan richting Den Oever. We zijn helemaal gerustgesteld als we de halte zien. Alleen het duurt nog drie kwartier voordat de bus er is. Iemand die ons bij de halte ziet zitten vraagt of of we wel zeker weten dat er een bus komt. Ja dat zijn we. Het staat immers op de routetabel. Als de tijd verstreken is waarop de bus er had moeten zijn, worden we toch een beetje ongerust. We kijken nog eens en zien dan tot onze verbijstering in kleine lettertjes staan dat de dienstregeling as zondag ingaat. We bellen Connexxion voor een bustaxi. Dat kan nog wel een uur duren. Daar willen we niet op wachten. Het is inmiddels 17.00 uur en we krijgen het koud. Als we teruglopen naar de snelweg komt een bus ons tegemoet. We wenken en inderdaad hij stopt. We vragen hoe we nu naar Den Helder moeten komen. De chauffeur kijkt ons bemoedigend aan. Stap maar in. Hij moet eerst naar Den Oever, maar rijdt daarna leeg terug naar Den Helder. En inderdaad zo gebeurt het. De chauffeur is zelfs zo aardig iets voor ons om te rijden. Hij zet ons vlak bij Den Helder-Zuid af. Tegen zessen stappen we onze eigen auto weer in.