Commentaar (Dode hond)

Commentaar (Dode hond)

In het Algemeen Dagblad trof mij de kop van een klein stukje: Mysterie rond dode hond. Mijn aandacht was gewekt. In een paar woorden werd een klein drama ontvouwd. In Rotterdam-Zuid werd een negen maanden oude bordeauxdog gevonden. Dood en gedumpt in een vuilniszak. Het hield de gemoederen in Zuid even meer bezig dan de eurocrisis of de burgeroorlog in Syrië. Toch was dat niet de reden waarom dit bericht mijn aandacht trof. Zo’n dierenliefhebber ben ik nu ook weer niet. Het was de kop die mij intrigeerde. Onmiddellijk schoot mij een ander mysterie van een dode hond in gedachten.

 

Dat mysterie komt in Barths KD I.1 voor. Daar schrijft hij de volgende zin: God kan door het Russische communisme, door een fluitconcert, door een bloeiende struik of door een dode hond tot ons spreken (55). Bij de voorbeelden die hij noemt kan ik mij wel iets voorstellen. Het is begin jaren 30. De Russische revolutie is in het Westen nog niet door het reëel bestaande ingehaald. Bij het fluitconcert denk ik aan Mozart. De bloeiende struik breng ik in verband met de schoonheid van de natuur. Je kunt erdoor in vervoering raken. Ik kan begrijpen dat mensen dit in verband brengen met God, dat zij God er in horen spreken. Het verraadt iets van Barths intieme gedachten. Dat geldt voor alle drie de voorbeelden, maar een dode hond? Kan God ook door een dode hond spreken? Waarom noemt Barth dit voorbeeld op deze plaats? Wat bezielde hem om een dode hond als voorbeeld te nemen?

Een antwoord op die vragen heb ik tot op heden nergens gelezen. Was het omdat Barth een groot hondenliefhebber was? In de biografie van Busch wordt er geen melding van gemaakt. Had hij misschien zelf een hond? Dat zou dan wel een heel erg rustig beest geweest moeten zijn. Want tijd om hem uit te laten, zal Barth wel niet gehad hebben. Was dat dier tijdens het schrijven van het eerste deel van de KD wellicht overleden? Was Barth daar bedroefd over. Ik kan het mij allemaal nauwelijks voorstellen. Zo blijft deze uitspraak in de KD een mysterie, het mysterie van de dode hond.

Daar moest ik aan denken toen ik het berichtje in het AD las. Spreekt God nu door deze dode hond tot ons? Het is mogelijk. Barth wijst daar ook op. Als God zo spreekt, doen wij er goed aan dat ook te horen. Die vraag houdt mij nu al weken bezig. Wat zegt God tot ons door deze dode hond? Worden wij door het crue van haar dood (het was een teefje) aangeklaagd? Worden we door deze dode hond herinnerd aan de zorg die wij voor de schepping dienen te hebben? Worden wij er door God op geattendeerd hoe achteloos we met het leven omgaan? Tekent deze dode hond God zelf als de God die oog heeft voor wat als vuilnis achteloos weggegooid wordt?

Ik ben er niet uit. Barths uitspraak blijft een mysterie voor mij. Wel bewaar ik bij deze pagina van de KD nu het artikeltje uit het AD. Ik heb het gevoel dat de dode hond van de Brielselaan iets van dat mysterie ontrafelt.

 

(In de Waagschaal, jrg. 42, nr. 3. 2 maart 2013)