Een gemeenschappelijk fundament?

Voor mij ligt een document, ondertekend door 138 moslimgeleerden uit alle islamitische tradities, over de belangrijkste overeenkomsten tussen Islam en Christendom. Het document heet ´A common World´ en is in 2007 opgesteld. Dat de 138 moslimgeleerden uit alle tradities van de Islam komen, haal ik uit de aankondiging van een door de PKN te organiseren conferentie op 11 mei over het genoemde document. Op die dag zullen Islamdeskundigen vanuit de kerken met elkaar in debat gaan over dit document. Het document verdient bredere aandacht, dan een conferentie voor deskundigen alleen. De inhoud van het document is dat waard. De 138 geleerden spreken in het document de kerken rechtstreeks aan op basis van de Koran en op basis van teksten uit de Bijbel. Ik heb waardering voor het stuk, maar tegelijk verwart het mij. Ik zal dat proberen uit te leggen, maar eerst een korte samenvatting.

inzet van de verklaring

In het document stellen de opstellers een gemeenschappelijk fundament voor, dat de basis zou moeten zijn van ´elke interreligieuze dialoog´tussen Islam en Christendom. Dat fundament wordt op grond van Koran en Bijbelstudie gevonden in de samenvatting van de wet: God lief hebben en de naaste als u zelve. Dat is gemeenschappelijke grond waarop beide staan. Daarom kunnen de ondertekenaars tegen christenen zeggen ´dat wij niet tegen hen zijn en dat de Islam niet tegen hen is, zolang ze geen oorlog voeren tegen moslims vanwege hun godsdienst, hen onderdrukken en hen uit hun huizen verdrijven´. Eenzelfde uitspraak vragen de ondertekenaars nu ook van Christenen. `Daarom nodigen wij Christenen uit moslims niet te beschouwen als tegen hen maar met hen, overeenkomstig de woorden van Jezus Christus hier´. Ik moet zeggen een sympathiek geluid, dat in onze soms gepolariseerde verhoudingen, gehoord mag worden. De vraag is nu of Christenen deze uitnodiging aannemen. Daarvoor is het nodig de in het document gegeven verklaring van het grote gebod nader te bekijken.

liefde tot God

Het genoemde document zet met dit kopje in. Met vele citaten uit de Koran wordt uiteengezet dat de Moslims ´totaal aan God moeten zijn toegewijd en Hem moeten liefhebben uit heel hun hart, heel hun ziel met alles wat in het is´. Dat zij dat zijn, wordt zichtbaar door de rituele herhaling vele malen per dag van de belijdenis dat er geen andere god is dan God. Deze onderwerping aan God is omdat Hij almachtig en absoluut is. Dat wordt zichtbaar in zijn weldaden in de schepping. Een Koranvers wordt in dat verband geciteerd: ´Gezegend zij Hij in wiens hand de heerschappij is en Hij is almachtig´. Wie zich aan Hem onderwerpt, zal vergeven worden en in uiteindelijk op de dag van de rekening gered worden. Deze liefde tot God is een ´complete en totale toewijding aan God´.

Deze toewijding aan God herkennen de opstellers van het document ook in de Bijbel. Heb de heer, Uw God lief met heel uw hart,en met heel uw ziel en heel uw verstand en met heel uw kracht. Niet voor niets, stellen zij, is dat het eerste en voornaamste gebod in de Bijbel. Naar dit gebod verwees de profeet Mohammed. De conclusie ligt dan ook voor de hand. De formules in Koran en Bijbel ´hebben ongetwijfeld dezelfde betekenis´.

liefde tot de naaste

Liefde tot God houdt onverbrekelijk de liefde tot de naast in, stellen de Islamgeleerden. Er is geen geloof in God mogelijk en geen oprechtheid mogelijk ´zonder de liefde tot de naaste´. ´Als we de naaste niet geven waar we zelf van houden, houden we niet van God en niet van de naaste´. In de Bijbel is dat volgens hen niet anders. Ook daar gaat het in het tweede gebod om de vrijgevigheid en zelfopoffering.

een gemeenschappelijk fundament?

Op grond van bovengenoemde exegese komen de Islamdeskundigen dan tot de conclusie dat Islam en Christendom ondanks de verschillen elkaar raken. ´De twee belangrijkste geboden´ vormen een ´gemeenschappelijke band tussen Koran, de Tora en het Nieuwe Testament´. Daar zal het in de PKN conferentie ook wel over gaan. Het is verleidelijk om de uitnodiging aan te nemen en met een soortgelijke verklaring te komen. Sympathieke geluiden mogen gehonoreerd worden en een uitgestoken hand niet geweigerd. Toch heb ik vragen of de stelling dat we in het grote gebod een gemeenschappelijk fundament wel juist is. Waar twee hetzelfde zeggen hoeven zij nog niet hetzelfde te zeggen.

Opvallend afwezig in de exegese van het grote gebod is dat altijd weer lastige zinnetje ´het tweede is daaraan gelijk´. In de tekst van het document wordt het wel genoemd, maar werkt het niet door. De uitleg die er aan gegeven wordt is dat het gebod om de naaste lief te hebben van groot belang is ´direct na de liefde tot God´. Precies daar gaat het om. Het gebod zo uitgelegd geeft een rangorde in de geboden aan, maar dat is nu juist niet de bedoeling. Er is geen rangorde, maar gelijkwaardigheid in de geboden. De Bijbel kan dat voor onze oren vreemde zeggen. Dat komt door de God die in de Bijbel ook in deze geboden verkondigd wordt. Ik zeg het omwille van de beknoptheid wat oneerbiedig, maar hier zit precies het fundamentele verschil dat er telkens weer tussen Islam en Christendom zal zijn. In het grote gebod wordt de ene God in beide geboden liefgehad. Hij is God, ja zeker, maar Hij is God voor ons in de gestalte van de naaste. Hij is in Jezus Christus naar ons toegekomen als één van ons. Niet wij zoeken een naaste, nee Hij is ons tot naaste geworden. Dat is toch echt een heel ander ´godsbeeld´ dan in het document `Een gemeenschappelijk woord´ gegeven wordt. Wie op deze lijn verder denkt, weet dat dat leidt tot een fundamentele kritiek op wat wij als goden zoal benoemen, of die nu Christelijk of Islamitisch zijn.

Hoe sympathiek ik het document ook vind, het zou mij te ver gaan als de kerk op basis daarvan deze uitleg van het grote gebod als fundament van de interreligieuze dialoog aanvaardt.

verwarring

Als ik deze kritiek uit, besef ik dat ik zelf niet zo goed weet wat dan wel het gemeenschappelijk fundament moet zijn. Is zo´n fundament er wel? Kan je als Christen überhaupt over een fundament spreken. Is elk fundament waarop we ons stellen niet een vorm van zelfverheffing? Belijden we niet dat het enige fundament waarop we bouwen kunnen in leven en in sterven Jezus Christus is? Dat is de fundamentele kritiek allereerst op onszelf maar ook op Moslims.

Leidt dat er toe om van een gesprek met Moslims af te zien? Nee, dat kan ook niet. Daarvoor is het stuk veel te sympathiek. Dat verwart mij.

Die verwarring wordt nog groter als ik het slot van de verklaring lees. Terecht merken de Moslimgeleerden op dat het zoeken van een gemeenschappelijk fundament tussen Moslims en Christenen niet alleen voor de dialoog tussen de godsdiensten van belang is. Ook politiek en maatschappelijk is zo´n gemeenschappelijk fundament van groot belang. In de wereld wonen Christenen en Moslims in toenemende mate door elkaar heen. Dan komt het er op aan vreedzame relaties te ontwikkelen. Ook op wereldschaal is een gemeenschappelijk fundament van grote betekenis. Moslims en Christenen vormen meer dan de helft van de wereldbevolking. `Dat maakt de betrekkingen tussen deze twee godsdienstige gemeenschappen tot de belangrijkste factor in de bijdrage aan een zinvolle vrede over de hele wereld. Als Moslims en Christenen geen vrede kennen, kan de wereld geen vrede kennen.´ Welnu, als iets de afgelopen jaren duidelijk geworden is, is dat het wel. Daarom juich ik dit initiatief van de moslimgeleerden toe. Moet dat dan verstoord worden door theologische kritiek? Daarover zwijgen kan ik niet. De inzet van de Moslimgeleerden verstoren wil ik niet. Kortom, ik ben er niet uit.

At Polhuis

Het document is aan te vragen bij Dienstencentrum PKN, dhr. W. van Dommelen of te downloaden (engels) van

http://www.acommonworld.com

————————–

 

In de Waagschaal, nieuwe jaargang 38, nr. 6