Een krachtig weerwoord

We zijn weer terug bij af. Dat gevoel bekroop mij bij het lezen van de oproep van Willem Aantjes in Trouw van 15 maart. De oud fractievoorzitter van de ARP en het CDA breekt de staf over de manier waarop politici reageren op de anti-islamitische kruistocht van Wilders. Zij buigen te veel met hem mee, in plaats dat een krachtig weerwoord van hun kant klinkt. Als zij het niet doen, moet de premier het maar doen. Die moet moed tonen door het nu openlijk op te nemen voor de miljoen Nederlanders die nu in de verdomhoek zitten. Daardoor zet hij of houdt hij de andere14 miljoen op het goede spoor. Het is het oude liedje. De allochtone Nederlander is het slachtoffer en de schuld daarvan zijn de autochtonen die zich on-Nederlands, onchristelijk en ondemocratisch gedragen door vraagtekens te zetten bij de loyaliteit van de nieuwkomers. Zij dienen bestraffend toe gesproken te worden.

Aantjes is niet de enige die dit roept. Het politiek correcte denken is weer terug. Ik heb geen zin meer om mij door dit geroep te laten intimideren. Ik vind het ook beledigend voor de vele wijkbewoners die ik ken. Zij worden weggezet als domme, misleide schapen die achter Wilders aanlopen omdat het hen aan intelligentie ontbreekt om een weerwoord te bedenken.

Problemen in de wijken in de steden worden gewoon ontkend of weggewoven. Stuitend is het dat Aantjes en anderen wel oproepen tot een krachtig weerwoord, maar met geen woord reppen wat de inhoud van dat woord moet zijn. Zij vragen feitelijk ook niet om een weerwoord maar om bezweringsformules. We moeten geloven dat de miljoen nieuwe landgenoten loyaal zijn. Of ze het wel zijn, wordt niet meer nagegaan.

Ik gun Aantjes en de zijnen hun geloof, maar laten ze het mij als moderne zendelingen niet opdringen. Zoals wel meer met geloof het geval is, de feiten zijn er mee in strijd.

Sinds begin jaren 80 loop ik als predikant in Rotterdam mee in wijken waarin veel allochtonen (zijn komen) wonen. Ik heb gezien hoeveel oprechte energie er gestoken is in pogingen hen bij de buurt te betrekken. Anti-racisme cursussen werden gevolgd, migrantenwerkers aangetrokken, vergadertechnieken aangepast, folders vertaald. Nog vele andere pogingen kan ik noemen. Wat zijn we er mee opgeschoten. Het aantal ´allochtonen´ dat daadwerkelijk meedoet aan de buurtoverleggen is minimaal. Gaat het dan misschien niet om hun belangen? Geenszins! Het gaat over goede huisvesting, leefbaarheid op straat enz. De interesse is evenwel miniem. Dat komt door de taalachterstand, was de troost in de jaren 80. Als de 2e en 3e generatie die Nederlandse scholen doorlopen hebben, zal het anders worden. Het is niet gebeurd.

Soortgelijke geluiden hoor ik ook van schooldirecteuren. In mijn geheugen gegrift is een kort toespraakje van een schooldirecteur na een bijeenkomst van actieve buurtbewoners in zijn school. Hij was jaloers op hun betrokkenheid bij de buurt. Hij vertelde dat hij en zijn team eindeloos veel pogingen deden om ouders van zijn overwegend allochtone schoolpubliek bij de school van hun kinderen te betrekken. Het lukte hem niet of nauwelijks.

Langzaam maar zeker is bij mij het besef gegroeid dat de ontoegankelijkheid van de Nederlandse samenleving maar een klein deel van de verklaring van deze afzijdigheid is. Het heeft wel degelijk te maken met de loyaliteit van ´allochtonen´ met de samenleving waarin zij nu leven. Ik verzeker u dat in de wijken waarin ik woon en werk naar die loyaliteit door grote groepen van oorsprong Nederlandse wijkbewoners intens verlangd wordt. Zij willen niets liever dan dat ook hun allochtone buren zich voor de buurt inzetten. De buurt als hun buurt ervaren.

Dit loyaliteitsprobleem met krachttermen onder de tafel schuiven lijkt mij geen goed plan. Daarom verzet ik mij tegen Aantjes en anderen die dat roepen. Dat roept alleen maar meer Wilders op. In de Nederlandse allochtone samenleving zal een gesprek gevoerd moeten worden over de oriëntatie. Gesproken zal moeten worden over de openlijke of verborgen afkeer van onze westerse samenleving. Dat zal ik blijven vragen.

In dat opzicht heb ik dan ook respect voor Aboutaleb die openlijk uitsprak dat hij hier in Nederland begraven wil worden. In al de jaren dat ik met allochtonen te maken gehad heb, is hij de eerste die dat zo openlijk zegt. Daar is nog altijd moed voor nodig. Daarom had ik het toegejuicht als Albayrak als prominent en goed politica naar haar eigen ´achterban´ een ondubbelzinnig signaal had afgegeven. Daarom is de uitspraak van Arib te betreuren waarin zij een vluchtroute naar Marokko openhoudt. Precies daarover gaat nu juist de discussie!

At Polhuis

At Polhuis werkt sinds 1983 met een korte onderbreking in als predikant in Rotterdam.

(gepubliceerd in Trouw, Podiumpagina, 7 maart 2007, met als titel: Loyaliteitsprobleem ontkennen is slecht plan.)