Eva Braun redivivus?

Op haar weblog pleitte de Rotterdamse wethouder Marianne van den Anker voor verplichte abortus. Toen waren de rapen gaar. Links en rechts politiek vielen over haar heen. Columnisten waren het sinds lange tijd weer met elkaar eens. Dit kan niet door de beugel. Toegegeven verstandig is het niet van Van den Anker en het is inderdaad ook een brug te ver. Critici ontdekten in haar een nieuwe Eva Braun. Met kracht dient die bestreden te worden. Een gevaarlijk, harteloos mens, er op uit om weerloze kinderen te doden en mensen het recht te ontzeggen kinderen te krijgen. Iemand die het op het opneemt voor staatsterreur, inclusief abortuspolitie. Zij moet geëlimineerd worden, van het politieke toneel verdwijnen.

Bij mij kwam een heel ander beeld naar boven toen ik de berichten in de kranten en daarna ook haar bijdrage zelf las. Een aantal maanden geleden bezocht mw. Van den Anker de wijk waarin ik als predikant werk. Met anderen begeleidde ik haar door de wijk. In de rondgang deden we ook een basisschool aan. Dat bezoek duurde aanzienlijk langer dan gepland. Minutenlang liep de wethouder op het schoolplein rond met aan haar borst een zwart meisje, dat zich aan haar vastklampte. Aanvankelijk dachten we als begeleiders dat het om de mooie plaatjes ging, maar er waren geen fotografen aanwezig. Toen ik dichterbij kwam, zag ik een geëmotioneerde wethouder. Ook de anderen zagen het en lieten haar maar even begaan. Dat was geen gespeelde, maar echte emotie.

Later op de dag vertelde zij dat het meisje haar verteld had dat ze bang was. Zij durfde niet naar huis te gaan omdat ze geslagen werd door haar ouders en haar broer. Na afloop van het bezoek heeft de wethouder er alles aan gedaan om voor het betreffende gezin begeleiding te regelen. Woedend was zij over wat het meisje aangedaan werd. Woedend op de ouders en op de hulpinstanties die in haar ogen maar matig presteerden.

Dat beeld kwam weer bij mij boven toen ik de berichten las. Die dag zagen we een jonge vrouw die het lot van het kind door haar ziel sneed. In haar werk hoort zij van en krijgt zij te maken met tientallen van dit soort situaties. Ze probeert er alles aan te doen, maar de harde werkelijkheid kan zij niet veranderen, ook niet met de macht die zij als wethouder heeft. Zij ziet kinderen te gronde gaan en ziet hulporganisaties die in haar ogen daar laconiek op reageren.

Over dit voorval heb ik in mijn verslag van het bezoek aan Pendrecht niet geschreven. Ik vond het te persoonlijk. Het leek mij goed om het nu wel te beschrijven en in de discussie in te brengen. In haar oproep hoor ik de machteloze woede van een vrouw die weerloze kinderen in de stad verloren ziet gaan.  Machteloos omdat zij er niet veel aan kan veranderen en organisaties in haar ogen te weinig doen. Het kan toch niet waar zijn dat we dat als samenleving laten gebeuren. Dat hoor ik er in.

Het gesprek met Van den Anker begint dan ook niet bij haar oproep, maar bij haar woede. Daarin wil ik graag naast haar staan. Daarin horen ook de organisaties die het voor het welzijn van kinderen opnemen naast haar te gaan staan. Daarin hoort ook de Antilliaanse welzijnsorganisatie naast haar te staan. Dat is vruchtbaarder dan boos zijn omdat Antillianen met verstandelijk gehandicapten vergeleken worden. Wie in de stad rondloopt of in de wijk waarin ik werk ziet prachtige jonge Antilliaanse meiden in een paar jaar tijd veranderen tot verlepte vrouwen, die alleen voor de opvoeding van kinderen staan. De mannen zijn verdwenen. Die problemen horen hoog op de politieke en maatschappelijke agenda te staan. Als dat gebeurt, zal ook mw. Van den Anker wel inzien dat de roep om verplichte abortus in het politieke debat niet thuis hoort.

At Polhuis

(Trouw, Podium)