Commentaar (Geloofsschaal)

Even stokte de woordenstroom van Beatrice de Graaf tijdens Zomergasten. Waar zij zichzelf plaatste op de schaal van geloof, tussen de 0 en de 10, was de vraag. Daar wist ze geen antwoord op. Ik was zelf ook even uit het veld geslagen. Die vraag had ik mij nog nooit gesteld en was mij nog nooit gesteld. Was de interviewer werkelijk in het antwoord geïnteresseerd? Ik geloof daar niets van. In dit geval dus een 10 op de geloofsschaal. Het was meer een uitdrukking van meewarige minachting. Hoe kon zo’n intelligente vrouw nu nog zo naïef zijn om te geloven. Dat kan niet waar zijn en als het wel zo is, dan is zij ondanks alles wat zij zegt, verdacht, onwetenschappelijk. Een strikvraag dus. Het was een onthullend momentje in het overigens bijzondere programma.

 

Toch bleef deze vraag in mijn hoofd hangen. Wat zou je nu op zo’n vraag moeten antwoorden? Wat had Beatrice de Graaf moeten zeggen? Wat moet ik zeggen als deze vraag aan mij gesteld wordt? Er over nadenkend lijkt mij dit het enig juiste antwoord.

Op die schaal scoren gelovigen een 10. Zonder enige uitzondering. Geloven doe je niet half. Dat is net zo onmogelijk als half zwanger zijn. Je gelooft of je gelooft niet. Een middenweg is er niet. Dus, ja ik scoor een 10 op de geloofsschaal. Ik geloof in God. Ik geloof in de God die zich in Jezus aan ons geopenbaard heeft. Ik geloof in de God die het opneemt voor menselijkheid en zich daarvoor geheel en al ten dienste van mensen stelt. Ik geloof in deze God als mijn toekomst en die van de wereld. Dat is een nieuwe wereld, nieuw omdat gerechtigheid en vrede er bepalend zijn.

Tegelijk als ik dit zeg, is ook het andere waar. Op dezelfde schaal scoor ik als gelovige een 0. Ik geloof er helemaal niets van, dat het waar is wat ik geloof. Ik zie er niets van als ik om mij heen kijk. Ik ervaar er niets van als ik op mij zelf let en mijn daden in ogenschouw neem. Er is helemaal geen menselijkheid. De gerechtigheid en de vrede zijn ver te zoeken. Niets duidt er op dat die naderbij komen. Dus, nee, mijn geloof stelt helemaal niets voor. Ik heb helemaal niet de pretentie dat ik ook maar een haar beter ben dan andere mensen.

Juist omdat ik mij zelf op de geloofsschaal bij de 0 plaats, heb ik het geloof nodig, hard nodig. Vandaar de 10. Zonder dat geloof houd ik het niet vol om in deze wereld te leven zonder cynisch te worden.

Dit dubbele antwoord lijkt mij het enig mogelijke. Origineel is het niet. Markus heeft het er al over. Op de vraag van Jezus of hij gelooft, antwoordt de vader van het zieke kind: ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp. Tot op vandaag dus nog altijd een adequaat antwoord. Een ander is er niet.

AP

 

(In de Waagschaal, nieuwe jaargang 42, nr. 8. 17 augustus 2013)