Julianadorp-Den Helder Zuid

Iets later dan de vorige keer zet de beheerder ons weer af in Julianadorp aan Zee. Dat dat bestaat, weten we nu. Het weer is prachtig. In overhemd en korte broek beginnen we aan de toch. Het is weer vloed, dus zwaar lopen, maar het vooruitzicht dat we vandaag Den Helder bereiken spreekt ons aan. Het strand is weer bijna verlaten. In de verte zien we de vurtoren van Fort Kijkduin. Eerder dan we denken komen we bij de grens van het strand en de dijk. We kijken achterom en elkaar aan. We zijn toch een beetje trots op ons zelf, dat we de kust helemaal gelopen hebben. Ongeveer half twaalf verlaten we het strand en nemen we afcheid van het de Noordzee. Als we die in het kader van deze wandeling weer zien, zijn we jaren verder. We zijn beiden nooit eerder in Den Helder geweest. De dag er voor zijn we door het centrum gelopen op zoek naar een handwerkwinkel. Die was er. Toen kregen we een indruk van het stadje. Onze reisleider noemt de stad een van de troosteloze plekjes van het land. We zijn het niet met hem eens. De binnenstad oogt aardig. Nu we op de dijk lopen zijn we helemaal onder de indruk. Het uitzicht is fascinerend, de dijk indrukwekkend. Kortom, we genieten. In de verte zien we Texel liggen. Daarnaast zien we nog meer land. Dat kan Texel niet zijn, maar wat dat wel. Als we uitrusten om te eten, kan Elly het niet laten. Ze stapt op een paar mannen af die bij één van de vele vissers staan te praten. Als ze terugkomt, vertelt ze dat het stuk land dat we naast Texel zien de razende bol is. Het is een zandplaat die onbewoond is. Verderlopend zien we de veerboten naar Texel. Wat zijn dat enorme gevaartes. Dat zien we goed als we op de kade staan waar ze aankomen. Precies op die plaats is ook volgens de kaart het uiterste puntje van Noord Holland. Daarvoor moet je dan wel een klein piertje op en natuurlijk Elly kan het niet laten. Zij moet op het uiterste puntje gestaan hebben. Als we verder lopen merken we dat Den Helder de marinestad is. We lopen langs kazernes en in de verte zien we de schepen liggen. Vlak voor ons marcheren matrozen. Dan zien we in het grasveld van de kazerne op eens een groep matrozen driftig zoeken. Een politiewagen komt aangereden en de agenten springen over het hek en zoeken ook mee. Het blijkt dat ze naar vier vingerkootjes zoeken. Vlak voordat wij passeerden was de tuinman met zijn hand in de maaimachine gekomen. Er zijn al twee kootjes gevonden. We speuren meer, maar zien niets, totdat een van de matrozen roept dat hij iets gevonden heeft. Uit het gras pakt hij het derde kootje op. Daarna wordt niets meer gevonden. Na een half uur lopen we verder. Nu we op straat lopen lijkt alles sneller te gaan. Het is wel aanzienlijk warmer dan op het strand. Tegen drieen houden we het voor gezien. Als we doorlopen weten we niet of we met het openbaar vervoer naar het station in Den Helder kunnen komen. Op het punt waar we dan zijn, is het station Den Helder Zuid op loopafstand. Half vier komen we daar aan. Bij het station van Anna Paulowna staat de beheerder met zijn auto op ons te wachten.