Langs een andere weg

Met die paar woorden is in klein bestek de gang van het christendom door de geschiedenis getekend en daarmee ook de weg die wij zelf als christenen gaan. Ook wij keren na kerst langs een andere weg terug naar ons eigen land, naar ons eigen leven.

We hoeven ons geen illusies te maken. Het jaar 2011 zal niet veel anders verlopen dan 2010 en de jaren daarvoor. We komen in 2011 niet in een ander land, dan dat wij in 2010 verlieten. Dan doen ook de wijzen niet, die terugkeren naar hun land. Waar het om gaat is dat wij net als zij langs een andere weg, op een andere manier terug keren.

Die weg naar het kind, naar Jezus toe, is een weg van zoeken, spreken, vragen, luisteren, vinden en aanbidden. Uit zichzelf weten de wijzen niet waar ze het vinden en zoeken moeten, maar ze worden van alle kanten geholpen, door God en mensen. De ster wijst hen de weg en de priesters en schriftgeleerden geven uitleg over de schriften. Zo gaan ze in alle openheid op weg naar Bethlehem. Zo is de heenweg. Ieder wordt uitgenodigd die weg te gaan: naar Jezus toe.

Daar komt nog iets bij. Op de heenweg hebben ze er geen moeite mee om langs Herodes te gaan. Op de heenweg is er geen vrees bij hen voor de macht van Herodes. Onbevangen gaan ze bij hem langs en nemen hem in vertrouwen. Wie zou de macht wantrouwen, die zegt er voor jou te zijn en dat ook in de praktijk lijkt te brengen?

De terugweg is wel een heel andere dan de heenweg. De openbaarheid is weg. De terugweg lijkt meer op een vlucht. Het gebeurt in het geheim. Herodes is geen medestander meer, maar een bedreiging. Op de terugweg houden zij afstand tot hem. De ontmoeting met het pas geboren kind in de kribbe heeft hen tot andere wijzen gemaakt. Zij kunnen niet meer dezelfde weg gaan als daarvoor. Ze zijn gewaarschuwde mensen.

Het kind in de kribbe is het keerpunt. In Hem, in Jezus Christus is het licht in onze wereld gaan schijnen, is de Here God in ons midden komen wonen. Dat is zeker een zaak van grote vreugde en reden om Hem hulde te bewijzen. Ieder wordt uitgenodigd tot dit licht te komen. Dat is de heenreis.

Wie komt en Hem hulde bewezen heeft, kan niet anders dan als een ander mens weggaan. Zijn komst is vreugde, maar tegelijk ook een oordeel. Een oordeel over ons, ons bestaan, onze macht, onze levenswijze. Niet aan ons is de toekomst, maar aan Hem. Wij tellen in zekere zin niet meer mee.

Dat oordeel over ons bestaan willen we liever niet horen. Herodes is er een teken van. Laten we ons evenwel niets wijs maken. Dat verzet zit ook in ons. Vanuit ons zelf zijn wij vaak te trots om dit oordeel te aanvaarden. We willen niet afhankelijk zijn. We willen het niet waar hebben dat we voor onze toekomst van Hem afhankelijk zijn. Naar Jezus toe om Hem hulde te bewijzen willen we wel, maar dat dat bestaat uit het aanvaarden van zijn oordeel over ons, valt ons zwaar. Lege handen vinden we maar niets. We blijven liever zoals we zijn of gaan in het uiterste geval, zoals Herodes, zo ver Hem uit ons leven en uit onze wereld te elimineren.

Wie Hem aanbidt, weet dat aan Hem de toekomst is. Dan houd je afstand van wat in onze wereld gebruikelijk is. Wie van Jezus getuigt, aanvaardt het oordeel over de wereld en zijn eigen leven. Niet ik, maar u o Heer. Wie zo Jezus heeft leren kennen, is een ander mens geworden. Die mens kan in onze wereld van verzet tegen Hem alleen maar omwille van de bedreiging heimelijk zijn weg gaan. Wie het kind in de kribbe als de verlosser heeft leren kennen, keert via een andere weg in de wereld terug. Precies, om die andere weg die we gaan, gaat het! Ook in 2011.
Dat is de vraag die dit gedeelte oproept. Hoe anders zijn wij? Wat heeft de ontmoeting met Jezus ons gedaan? Wat betekent het dat we in Hem het licht der wereld hebben zien stralen?

Ik heb er mijn handen vol aan.

At Polhuis

(In de Waagschaal, januari 2011, 40e nieuwe jaargang, nr. 1)