Liefde en lof

Ten tijde van het SoW-proces was vaak de klacht dat er van de kerk niets meer uitging. Alle energie ging in dat proces zitten. Het imago van de kerk heeft er onder gelden, zeker toen ook nog een deel zich afscheidde Het is daarom begrijpelijk dat nu dat procesafgerond is, getracht wordt de kerk weer positief te presenteren. Die ondertoon hoor ik in het visie document van de kerk. De kerk is de moeite waard. Daar mag je trots op zijn. Er is geen reden voor doemdenken. Er is alle reden voor verwondering dat de kerk nog bestaat. Het gevoel moet weg dat de kek een aflopende zaak is. Voorwaarde daarvoor is wel dat de kerk met één mond spreekt. Gezamenlijk moet één visie uitgedragen worden, dwz. de landelijke, de provinciale en de plaatselijke kerk moeten als één geheel herkend kunnen worden. Alleen dan kan het imago van de kerk verbeterd worden. In de samenleving moet een Protestantse kerk oplichten die wervend is, warm, een plaats waar mensen terecht kunnen. De kerk als serieus instituut voor de zoekende, onzekere mens. Om hen te helpen kan de kerk uit haar rijke traditie putten. De kerk heeft aan de mens van heden veel te bieden. Die uitstraling moet er komen.

De visie op en van de kerk wordt in een aantrekkelijke brochure gepresenteerd. Veel wat er in staat, herken ik en lees ik met instemming. Laat dat duidelijk zijn! Ik deel ook wel de achterliggende gedachte de kerk positief over het voetlicht te krijgen. Toch merk ik aan mij zelf, dat ik niet echt door het document geraakt word. Dat komt niet door de onmiskenbare invloed van het marketingdenken in de brochure. Waarom zouden we als kerk daar geen gebruik van maken. Daar gaat het mij dus niet om.

Na de lezing van de nota blijf ik met het gevoel zitten dat mijn eigen verlegenheid als predikant van de kerk niet echt gepeild wordt. Dat is nog tot daar aan toe als deze verlegenheid niet zou raken aan de nood van de kerk zelf. Dat die in de nota niet doorklinkt, is misschien wel het meest zorgwekkende. Het is de onzekerheid wat de kerk is en als je het al zou weten, niet te weten hoe dat in onze tijd gezegd moet worden. De nota heet ‘Leren leven van de verwondering’. Ja en amen zeg ik daarop, maar hoe zit dat met die verwondering? Waardoor ontstaat die? Het wordt in de tekst wel genoemd, maar die vraag bleef bij mij opkomen.

In het vervolg zal ik proberen onder woorden te brengen wat ik in het visiedocument mis; wat de nota tot meer dan een beleidsstuk zou maken, waarvan ik er in mijn leven al vele van gelezen heb.

Volgens eigen zeggen wil het visiedocument een uitwerking zijn van artikel 1 van de kerkorde. In dat artikel is de visie op de kerk onder woorden gebracht. Het zou goed zijn het document nog een naast dat artikel te leggen. De kerk leeft uit de genade in Jezus Christus. De kerk belijdt Jezus Christus als Heer en Verlosser van de wereld. Dat zijn de kernzinnen in het kerkordeartikel. Wordt er nu ook zo in het visiedocument over de kerk gesproken, een kerk levend vanuit de genade in Jezus Christus? Wordt in het document uitgewerkt hoe de kerk in onze samenleving Jezus Christus als Heer en Verlosser belijdt? Het kost mij moeite dat in het document terug te vinden.

Laat ik dat proberen uit te leggen. Als Karl Barth het leven van Christenen en van de kerk typeert, gebruikt hij daarvoor twee woorden: liefde en lof. Met liefde bedoelt hij de liefde Gods die Christenen hebben leren kennen. Deze liefde is in Jezus Christus geopenbaard. Het is de liefde van Hem die mensen in diepe verlorenheid gevonden heeft. Leven dat gekenmerkt wordt, weet dat het afhankelijk is van Hem. Het is afscheid nemen van jezelf, jezelf geheel en al aan Hem toevertrouwen. Het is het diepe besef dat onze toekomst in Zijn hand is; dat aan Hem alleen de eer toekomt. Dat lijkt mij toch echt meer dan wat op p. 5 in het document onder woorden gebracht wordt. “De woorden van God klinken ons soms als muziek in de oren. Zij vertellen dat God ons accepteert zoals we zijn”. Ik wrijf mijn ogen uit. Is dat de vertaling van wat Paulus schrijft? ‘Zijn woorden raken ons soms pijnlijk. Wij worden onder kritiek gesteld als we in onszelf gekeerd zijn, of wanneer wij onze eigen gang gaan”. De zonde als een te repareren defect, als een menselijk tekort?

Leven van de liefde is een voortdurend Hem zoeken, betekent een voortdurend afstand nemen van jezelf. Hier klinken in het bijbelse getuigenis woorden als kruis, zonde, oordeel, bekering genade. Woorden die je in de nota niet of in afgezwakte vorm terugvindt. In het evangelie worden we meer dan soms pijnlijk geraakt. Ons hele bestaan wordt geraakt. Onze hoop is bij Hem en niet bij onszelf. We worden juist niet aangesproken op wie we zijn. Zoals we zijn, blijkt geoordeeld te zijn. Dit verloren zijn zien we onder ogen, juist omdat wij zijn liefde voor ons, onze redding in Hem, in Jezus Christus hebben leren kennen. Vanuit die diepte ontstaat de verwondering.

Als tweede kenmerk van het leven van de Christen en de kerk noemt Barth de lof. Wie van zijn nood weet en weet dat hij in die nood door de Here God opgezocht is, die zal niet ophouden de lof van Hem te zingen. Bij Hem is er toekomst! Loven is openlijk uitspreken dat de Here God ons in onze nood gevonden heeft. We zijn niet aan ons lot overgelaten. We hebben een helper. Dat geldt voor ons, dat geldt voor allen. De lof spoort anderen aan zich in hun nood ook door Hem te laten vinden.

Liefde en lof, het zijn twee kenmerken die telkens in een niet ophoudende wisselwerking het leven van de Christen en de kerk bepalen. Voor mij zijn het wezenlijke woorden geworden. Scherper kan voor mij het bijbelse getuigenis niet samengevat worden. Als deze woorden het spreken over de kerk toonzetten, wordt er anders over de kerk gesproken dan in de nota. Dan zijn we meer in de buurt van de teksten van de kerkorde. De kerk die leeft van de liefde en daarom looft, is een kerk die op Hem vertrouwt en Zijn Woord de ruimte geeft. Elk roemen in zichzelf is haar vreemd. Zo verwijst de kerk in haar gestalte naar Jezus Christus, legt zij van Hem getuigenis af.

Ik sprak over de nood van de kerk. Welnu, door dit visiedocument word ik er niet van overtuigd dat de kerk van dit roemen in de Heer leeft. Het wordt wel gezegd,dat de kerk gedragen wordt door het Woord, maar waar blijkt dat nu uit? Het Woord moet ook handen en voeten krijgen in het leven en de dienst van de gemeente en haar leden. Het is waar, maar het klinkt mij te veel als een klus die wij wel zullen klaren, alsof geloven een door ons zelf te realiseren eigenschap is. Er wordt mij te ongebroken over de kerk gesproken. Misschien is dat wel de kern van mijn onbestemde gevoel na lezing van de nota.

Weet de kerk zich afhankelijk van Hem als Heer en Verlosser? In een eerder stuk van de Synode is dat wel uitgesproken, maar werkt het ook door? Als de kerk dat niet meer of onvoldoende weet, wijkt zij ten principale niet meer af van andere organisaties die om zich te profileren een mission statement schrijven. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Als predikant blijf ik met de vraag bezig hoe deze fundamentele deemoed in onze zending gestalte gegeven kan worden. Ik geloof dat dat voor onze samenleving van overmoed en overvloed heilzaam is. Tegelijk sta ik met een mond vol tanden. Ik weet niet hoe het moet. In die verlegenheid word ik door dit document niet geholpen. Eigenlijk verlang ik naar een aanzet, een oproep tot geestelijk Reveil, naar een kerk die in deemoed van Jezus Christus getuigt, naar een document dat de kerk daarvoor toerust. Daarmee bewijzen we de wereld waarin we leven een dienst mee.

At Polhuis

In de Waagschaal, 35e jaargang. 2006, 1