Nogmaals Ateek

Mijn kritische [noot] bespreking van ‘Roep om verzoening’ stelt inderdaad impliciet de vraag of Ateek en zijn instituut Sabeel voor de kerk een gids is in het conflict in het Midden Oosten. Mijn antwoord daarop is duidelijk: nee. Zijn denken neemt ons mee op een heilloze weg van polarisatie. Het conflict wordt door hem ‘geframed’ als een herhaling, ja zelfs verscherping van het Zuid Afrikaanse apartheidsbeleid. Het zionisme is de kwaadaardige ideologie die bestreden moet worden. Zoals de blanken uit de macht verdreven moesten worden, zo nu de joden en hun joodse staat. Bij die verdrijving kiest hij voor een geweldloze aanpak, boycot ed..

 

Mijn bespreking zette ik in met een herinnering aan Abel Herzberg, een zionist van het eerste uur en een criticus van de Israëlische politiek. Wie wil weten wat zionisme betekent, kan bij hem te rade gaan. Zijn gedachtengoed met al zijn kritiek binnen het zionisme blijft actueel, maar wordt helaas kennelijk nauwelijks nog gekend.

In zijn boek somt Ateek tien basisregels op, die – gebaseerd op Ghandi – behulpzaam kunnen zijn ‘bij de strijd voor gerechtigheid en vrede in Palestina’. Dat doet hij op p. 229! Was hij zijn boek er maar mee begonnen en had hij zich er maar door laten leiden! Dan had je mij niet gehoord. Dan had ik Krijn Strijd niet hoeven te noemen. Dat had ook niet gehoeven, omdat Ateek dan een totaal ander boek geschreven had. Om een voorbeeld te noemen. Eén van de aanwijzingen luidt als volgt. ‘Beschouw de tegenstanders als potentiele bondgenoten. Doe niets wat de tegenstander benadelen kan of wat hem van je vervreemdt. Vergeet niet dat het doel is de krachten te bundelen om gezamenlijk onwaarheid te bestrijden’. Dat klinkt toch een beetje vreemd na ruim tweehonderd pagina’s waarop de tegenstander gediskwalificeerd is en de eigen partij als slachtoffer gepresenteerd is.

Terecht stelt Greetje Witte dat ‘geweldloze weerbaarheid waarover Strijd spreekt een manier van denken en van leven is die je je eigen moet maken in de conflicten waarin je zélf staat.’ Vandaar dat ik Ateek volstrekt serieus wil nemen in zijn pretentie om geweldloos te zijn. Hij staat in dat conflict, niet ik. Maar mag ik dan wel zeggen dat ik teleurgesteld ben? Terecht als Witte opmerkt dat Strijd niet de Russen aanspreekt op wat zij moeten doen in de Koude Oorlog, maar over wat wíj moeten doen. Begrijp dan mijn teleurstelling als Ateek in zijn boek bijna niets anders doet dan de ander aanspreken, niet als potentiele bondgenoot, maar als vijand. Geen woord, geen poging om het zionisme te doorgronden, als de ziel van het joodse streven naar een eigen staat. Geen enkele poging om dat in verband te brengen met de wens tot de vestiging van een eigen Palestijnse staat. Juist in een poging het zionisme te begrijpen ligt de brug om de ander als potentiele bondgenoot te herkennen.

Als ik dit zeg houd ik er rekening mee dat ik Ateek misversta. Witte wijst daar op. Ik geef een voorstelling van de visie van Ateek die strijdig is met hetgeen Ateek zelf schrijft. Zij noemt dan als voorbeeld ‘(diens  – vermeende (!)[i] – minimalisering van Palestijns) geweld en (diens – vermeende (!) – wens van het verdwijnen van) de joodse staat. Minimaliseert Ateek het Palestijnse geweld dan niet? Pleit hij dan niet voor het verdwijnen van de joodse staat? Ik volsta met een paar citaten uit zijn boek. ‘Het zionistische geweld stuitte op tegengeweld van de Palestijnen die daarmee hun rechten … verdedigden’ (62). Dat tegengeweld komt niet voort uit de Palestijnen, maar is er omdat zij door de Israëlische manipulaties (69) zijn aangetast. Waar dit tegengeweld manifest werd, is dat ‘onmiddellijk door de Palestijnen aan de orde gesteld’(69). En over de joodse staat: Het belangrijkste obstakel op de weg naar vrede is ‘Israëls eis dat de staat als exclusief joods wordt erkend’ (195).

Het lijkt er op dat Schravesande gelijk heeft als hij zich afvraagt of wij niet twee verschillende boeken gelezen hebben. Dat geldt voor de reactie van Witte, maar zeker voor zijn reactie. Hij gaat in zijn reactie met Ateek in gesprek op basis van wat Ateek zelf twintig jaar daarvoor geschreven heeft. Hij bestrijdt mijn weergave van Ateeks boek uit 2008 (in Nederland 2012) met citaten uit Justice and only justice. Ik neem onmiddellijk aan dat Schravesande Ateek goed citeert. Dan zou het hem toch te denken moeten geven dat er kennelijk nu heel anders geschreven kan worden. Is het niet mogelijk dat Ateek gedurende die 20 jaar zijn visies aangepast heeft? Het spreekt toch niet vanzelf dat dat wat toen gezegd werd ook nu nog geldig is?

In mijn bespreking van Ateek heb ik geprobeerd ook de punten te noemen waar hij ons bij het vormen van een mening kan helpen. Hebe Kohlbrugge pikte dat op, maar maakt tegelijk een opmerking bij de ondertoon van de artikelen en dan met name bij mijn theologische waardering. Heb ik er wel voldoende rekening mee gehouden dat de vervangingstheologie mede door de Europese zending ook in het Midden Oosten verkondigd is? Aan die vraag gaat naar mijn gevoel een vraag vooraf. Hebben wij als Europese theologen ons voldoende rekenschap afgelegd van de dodelijke effecten van de gangbare vervangingstheologiën, die ook in zending doorgewerkt hebben? Ik sta in een theologische traditie waar die uitdaging inderdaad aangegaan is. De wortel van het anti-semitisme is onder ogen gezien. Ik verwees daarnaar in mijn weergave van Herzberg. Van deze theologische doordenking is dit blad mede een uitdrukking. Daarom was en ben ik verbaasd  er over dat Nederlandse theologen zo kritiekloos achter Ateek en Sabeel aangaan. Misschien ben ik te onbarmhartig geweest, maar kan hier anders gesproken worden? Juist als we de kritiek van Kohlbrugge serieus nemen, moet toch een vraagteken geplaatst worden bij de steun van de kerk aan Ateek/Sabeel?

Daarmee ben ik terug bij waar mee ik begon: is Ateek/Sabeel voor de kerk een betrouwbare gids in het conflict in het Midden Oosten? Dat is inderdaad een Nederlands debat. Om die vraag te kunnen beantwoorden is een grondige lezing van zijn werk noodzakelijk. Die heb ik proberen te geven. Ik herhaal nogmaals. Ateek zegt zeker dingen die wij ons als kerk ter harte moeten nemen, maar het schema waarin hij zijn opmerkingen maakt overtuigt mij niet, dat dat een heilvolle weg is. Hij pleit met zijn instituut bijvoorbeeld voor een boycot van Israëlische producten uit de bezette gebieden. Ik begrijp dat vanuit zijn positie wel, maar dat wil nog niet zeggen dat ik hem daarin volg. Iets te snel ging ik er daarbij van uit dat de kerk en KiA daarin met hem meegingen. Dat is niet het geval. Op dit punt moet ik mij zelf dan ook corrigeren. Neemt de kerk er dan afstand van. Nee, ook niet. Sabeel blijft met geld van KiA gesteund. Dus formeel is er geen steun, maar hoe zit dat materieel? Ik ben daar niet gerust op.

Het is maar een voorbeeld, maar het maakt voor mij wel duidelijk dat Ateek/Sabeel voor de kerk niet dé gids kan zijn. De lezing van zijn boek heeft dat bevestigd. Er zijn betere gidsen, die de steun van de kerk verdienen.

At Polhuis



[i] uitroeptekens van mij.