Noordwijk-Zandvoort

Met de bus naar Noordwijk. Ondanks onze voornemens is het toch weer half twaalf voordat we kunnen wandelen. We zijn benieuwd. Vandaag (1 april) lopen we een stuk strand, dat nauwelijks door strandpaviljoens voor badgasten ontsloten wordt. Het zogenaamde stille strand dus. Het is weer prima wandelweer. De wind zit nog steeds in de Nood Oost hoek, maar is minder dan de dagen er voor. De zon geeft voldoende warmte. We hebben dan ook onze dikkere kleren in de caravan gelaten. Het duurt lang voordat we inderdaad op het stille strand terecht komen. Ver voor en achter ons zien we niemand meer, zelfs geen hond. Aan het strand is te zien dat er weinig mensen komen. Er ligt meer afval uit zee en het strand is vlakker. De ophogingen zijn we voorlopig kwijt. Dat betekent dat het strand goed beloopbaar is. Het zo af en toe door het opgespoten zand heen ploeteren is even niet nodig. Wat daarvoor in de plaats komt zijn de door het terugtrekkende water in het zand getrokken ribbels. Ondanks onze goede wandelschoenen is dat uiterst vermoeiend lopen. Dat moet toch weer naar het rullere gedeelte. Dat is veiliger dan de zandplaat bij de waterkant op te zoeken. Dat leren we uit ondervinding. Verschillende malen komen we in die zandplaten kreken tegen. De meesten zijn zo smal dat ze met enige geluk te doorwaden zijn. In een enkel geval gaat het bijna mis. We springen dan net te kort of de kreek is toch iets dieper dan we dachten. Een beetje water komt in onze schoenen. In zijn verslag had Douwes daar voor gewaarschuwd. Het kostte hem een dag met pijn en blaren. Om dat te voorkomen lopen we toch maar liever iets meer richting duin, hoewel het vermoeiender is. Ook nu zien je al vrij snel heel wazig de contouren van Zandvoort. Het lijkt een gebouw te zijn, met een witte toren er boven op. Na uren wandelen zien we dit bouwwerk nog steeds. Na uren wandelen rusten we uit de wind tegen het Duin aan. Noordwijk is in de verte nog te zien, maar de toren van Zandvoort is dichterbij. We vallen zelfs even in slaap. Als ik wakker word, zie ik ongeveer tien meter van mij vandaan een naakte man in het Duin staan. Als we verder wandelen zien we er vele meer. We lopen op het naaktstrand. Dichterbij Zandvoort, blijkt de toren een samentrekking van twee hoge gebouwen te zijn, die overigens teamelijk ver uit elkaar staan. Tegen vijfen komen we aan. We hebben beiden last van blaren. Mijn schoenen knellen. Er moet toch nog eens naar gekeken worden door een schoenmaker. Met de trein en de bus komen we weer terug in Katwijk. We zijn blij dat we het gedeelte naar Noordwijk de dag daarvoor gelopen hebben. Vijftien kilometer op een dag vinden we eigenlijk mooi genoeg. Dat zal voor de rest van de tocht nog weleens problemen opleveren, vrezen we.