Pijnlijke Solidariteit

Meer dan 10 doden door een aanval van Israëlische soldaten op een schip met hulpgoederen. Wie zou niet verontwaardigd zijn? Die boosheid zie ik in de gezichten van de demonstranten op de foto op de voorpagina van Trouw. Ze kijken ook mij aan. Blijf na zulke daden nog steeds achter Israël staan? Ik voel het appél en heb het er moeilijk mee. Het lot van de Gazanen gaat mij ter harte. Wie kan nu tegen humanitaire hulp zijn? Zelfs voor de strategie om te provoceren kan ik begrip opbrengen. Meer dan 10 jaar geleden liep ik in Gaza stad. Toen al maakte de situatie diepe indruk op mij. Het zal er nu nog aanzienlijk erger zijn. Dat soort situaties rechtvaardigt het gebruik van onconventionele middelen.

Maar toch. Hoewel vrijwel alles er voor pleit solidair te zijn met de getroffen hulpverleners, kan ik het niet. Niet dus omdat ik geen sympathie voor hun actie heb. Dat is het niet wat mij hindert. Wat mij hindert, is de uitgesproken haat die ik ook in de boze gezichten zie. Het gaat hen niet alleen om een afkeuring van deze actie. Het gaat hen ook om de totale afwijzing van Israël. Zo’n mening mag men hebben, maar het is niet de mijne. Ik ben en blijf van mening dat Israël een legitieme plaats als joodse staat in het Midden Oosten op die plaats toekomt. Die solidariteit wil ik vasthouden.

Meegaan in het wereldwijde protest nu betekent meegaan in de steeds breder wordende stroom die het recht van de joodse staat ontkent. Alle publiciteit rond deze acties van de Israëlische commando’s staat in dat teken. Er wordt mee aangetoond, dat Israël – in de woorden van de spreekbuis van de actievoerders mw. Duisenberg – een schurkenstaat is. Wat het lot van schurkenstaten is of behoort te zijn, daar hoeven we ons geen illusies over te maken.

Dat verhindert mij om mij met de actievoerders, hoe sympathiek hun actie ook lijkt, te solidariseren. Ik wil op geen enkele manier bijdragen aan een stemming die de geesten rijp maakt voor een isolement van Israël, met alle gevolgen van dien. Ik blijf dus ook nu, ja misschien wel juist nu, achter Israël staan. Dat is een pijnlijke solidariteit. Niet eens omdat door deze keuze ook de hoon van de velen die nu verontwaardigd zijn, ook jou treft. Pijnlijk is deze solidariteit vooral omdat ook je eigen gevoel van rechtvaardigheid geen goede uitweg vindt. Dan troost ik mij maar met de gedachte dat in Israël zelf onmiddellijk door velen ook afwijzend gereageerd wordt op deze actie.
Solidariteit is er niet alleen als het goed gaat. Solidariteit behoort er ook te zijn als die beproefd wordt. Die situatie doet zich nu voor. Solidariteit is niet zo maar opzegbaar als het je beter uitkomt. De kerk waartoe ik behoor spreekt in de kerkorde over de onopgeefbare verbondenheid met Israël. Die dient juist nu, nu solidariteit pijnlijk is, getoond te worden.

Het betekent concreet op dit moment liever ongelijk te hebben met Israël, dan gelijk te hebben met de actievoerders.

At Polhuis
Emeritus predikant PKN te Rotterdam

(in iets gewijzigde vorm verschenen op de Podium pagina van Dagblad Trouw, 4 juni 2010)