PKN en Israël

Het standpunt van de protestantse kerk over het Midden-Oosten is hartverscheurend lauw. Zij laat na ondubbelzinnig solidair te zijn met Israël.

Over de oorlog in Libanon heeft het Moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland vorige week een onthullende en onthutsende brief geschreven. Deze onthult dat de kerk in het publieke debat geen enkele factor van betekenis is. Het is onthutsend vanwege de angst voor onrust in eigen gelederen.

In de brief wordt herhaald wat in de kerkorde staat: de onopgeefbare verbondenheid met Israël, maar tegelijk wordt op grond van het verstaan van de Bijbel aandacht gevraagd voor het recht van verdrukten en vervolgden. Die spagaat maakt dat de kerk geen enkele uitspraak doet. Kerkenraden en predikanten worden opgeroepen een mooi, maar in de huidige context nietszeggend gebed van Franciscus van Assisi te bidden. Daarnaast mogen we giften geven voor de noodhulp aan de getroffenen, jawel, aan weerszijden. Het is van een hartverscheurende lauwheid.

Het is de hoogste tijd dat over dit standpunt, dat het Moderamen al langer inneemt, een open en duidelijk gesprek gevoerd wordt. Dit enerzijds/anderzijds denken heeft niets te maken met wat de kerk volgens haar kerkorde behoort te zijn: een kerk die Jezus Christus belijdt. Dat houdt keuzes in, ook als die ongemakkelijk zijn.

Voor de onopgeefbare verbondenheid met Israël had en heeft de kerk goede theologische en historische argumenten. Onopgeefbaar wil zeggen dat de verbondenheid niet opgegeven wordt, ook niet als de keus van de ander, in dit geval Israël, ons even niet aanstaat. Ook al kan er getwist worden of met Israël ook de staat bedoeld wordt, feit is dat voor Israël zelf de staat een onverbrekelijk deel van zijn identiteit uitmaakt. Onopgeefbaar verbonden wil ook zeggen dat de kerk onverkort achter de Joodse staat staat. Deze heeft recht van bestaan op die plek in het Midden-Oosten, inclusief het verdedigen daarvan. Dat is ook in deze dagen het geval. Onopgeefbaar verbonden betekent dan een ondubbelzinnige verklaring van solidariteit met Israël, ook nu.

Tot zo’n verklaring komt de kerk niet. Immers, er is uit de Bijbel geleerd ook op te komen voor het recht van de verdrukten en vervolgden. Uit eerdere uitlatingen van het Moderamen is wel duidelijk wie bedoeld worden: de Palestijnen die lijden onder de Israëlische bezetting. Die solidariteit maakt het de kerk onmogelijk onverkort achter Israël te staan.

Ik zal de laatste zijn om het lijden van de Palestijnen te ontkennen. Wie ook maar een uur door de Palestijnse gebieden gelopen heeft, weet genoeg. Het is vreselijk. Wat mij in de brief van het Moderamen buitengewoon stoort, is de suggestie dat dit lot van de Palestijnen de schuld is van Israël. Israël als koloniale mogendheid en de Palestijnen als de verdrukten en vervolgden. Zolang deze redenering gevolgd wordt, blijft de dubieuze spagaat van de kerk bestaan.

De vestiging van de Joodse staat is tot op de dag van vandaag omstreden in de Arabische wereld. Dat wist de kerk ook al toen zij het genoemde kerkordeartikel opnam. Daarmee koos zij partij. De consequentie daarvan is ook dat de kerk weet, of behoort te weten, dat met deze staat telkens strijd verbonden is die ten koste gaat van mensen. Een strijd waarin ook door Israël vreselijke dingen gedaan worden. Die strijd houdt pas op op het moment dat de Arabische wereld deze staat erkent en net als Israël uitgesproken heeft in vrede als buren te willen leven. Dat is de kern van de zaak.

De stelling dat de kerk met Israël op dit moment niet voluit solidair kan zijn vanwege de koloniale en imperialistische politiek van Israël, die leidt tot verdrukte en vervolgde Palestijnen, is onhoudbaar en voor Israël kwetsend. Juist nu komt het erop aan onomwonden uit te spreken onopgeefbaar verbonden te zijn met Israël. Dat gaat voorop. Er mag geen enkele twijfel over bestaan of de kerk de staat Israël wil. ‘Ja’ tegen Israël en ‘nee’ tegen Hezbollah en Hamas en de zaak waar zij voor staan. Als dat duidelijk is, mag, ja moet de kerk ook uitspreken dat het haar diaconale roeping is om royaal de Palestijnen te helpen bij de opbouw van hun eigen staat. Zij mogen niet het slachtoffer worden van wat historisch wellicht als ongerijmd wordt ervaren, maar tegelijk onvermijdelijk was: de vestiging van de staat Israël. Kerk, kom ter zake!

(Trouw, 17 augustus 2006, Podium pagina)