De Psalmen , een levensboek

Van het predikantenwerk vond ik het schrijven van overdenkingen altijd weer lastig. In Crooswijk koos ik er voor bij dat werk de psalmen te kiezen. Ik begon bij de eerste. Aanvankelijk alleen die psalmen die mij aanspraken. Na verloop van tijd psalm na psalm. Ik heb dat volgehouden tot aan de 150e toe. Dat was mij zonder het commentaar van J.J.P. Valeton jr. niet gelukt.

 

Ik had mij voorgenomen bij het schrijven van de overdenkingen geen commentaren te raadplegen. Het moesten persoonlijk getinte opmerkingen bij de psalmen worden. Eén uitzondering op de regel stond ik mij zelf toe. Om op gang te komen las ik de uitleg van Valeton. Hij heeft mij gedurende de 20 jaar van schrijven als vast inspirator begeleid. Hij was de enige en dat was genoeg voor mij.

Wat sprak mij in zijn uitleg aan? Bij elke psalm maakt hij persoonlijk getinte opmerkingen die tegelijk zakelijk en gelovig bleven. Eerst wordt de tekst kritisch bekeken, daarna volgen exegetische opmerkingen om te eindigen met een korte toepassing. Niet gedateerd, maar tot op de dag van vandaag aansprekend en actueel.

In de Voorrede bij zijn Psalm overdenkingen verantwoordt Valeton zich. Het is niet zijn opzet om een geleerd commentaar over het psalmboek te schrijven, maar ook niet een stichtelijk leesboek. In beide gevallen komen de psalmen niet tot hun recht. In de commentaren verdwijnt het ‘leven, dat in deze liederen klopt’. In de stichtelijke literatuur komt het ‘israëlitisch’ karakter van de psalm te kort. Dan is er geen oog meer voor, dat de psalm ‘geboren is in het hart van den Israëliet, in zijn tijd, uit zijn leven, met sterk perspectief, maar toch altoos staande op den bodem van het israëlitisch heden’. De psalm dient dan als illustratie bij het eigen christelijke leven. In beide gevallen, zowel in de commentaren als in de stichtelijke literatuur, wordt aan de psalm geen recht gedaan. In het ene geval helt de uitleg te veel over naar de ‘zuiver menselijke behandeling van de Heilige Schrift’, in het andere geval wordt dat weer te veel uit het oog verloren. Valeton probeert beide recht te doen. De psalmen zijn door mensen geschreven en dienen dan ook als zodanig wetenschappelijk beoordeeld te worden. Tegelijk zijn zij deel van de ‘Bijbel, voor duizenden bij duizenden, ook voor mijzelven het boek’.

Het gaat Valeton dus om het voelbaar worden van het leven dat in deze liederen klopt. Dat omschrijft hij ook. Dat leven is ook het ‘leven der christelijke gemeenten, zijn eigen leven, in allerlei tonen’. Dat leven wordt er dan niet, zoals in stichtelijke literatuur vaak gebeurt, vanuit de eigen contekst, ingelegd. Het is voor alles het leven, dat zich hier ‘op oud-testamentische wijze, in den oud-testamentische tijd’ openbaart. Het zal dan ook als ‘zoodanig moeten worden verstaan’.  Als dat gebeurt, dan horen we ook ons eigen leven er in. Dan is het boek der Psalmen ‘een levensboek, een boek van omgang met God’. Dit betekent dat Valeton in elke psalm probeert aan te geven ‘wat er de gedachte, het karakteristieke, het eigenaardig persoonlijk in is’. Dat is de actuele waarde van zijn commentaar. In die opzet is hij geslaagd.

In januari van dit jaar werd in Utrecht een symposium gehouden over Valeton. Het is dit jaar honderd jaar geleden dat hij stierf. Bij deze gelegenheid werd er een bundel uitgegeven: ‘J.J.P. Valeton jr. als Mens en Theoloog’. In de inleiding daarvan merkt de oudtestamenticus Bob Becking het volgende over De Psalmen op: ‘Hoewel de oudtestamentische wetenschap sinds de tijd van Valeton op allerlei terreinen voortgang heeft geboekt, is dit commentaar zeker niet verouderd: het bevat allerlei exegetische diepteboringen en meditatief-theologische panorama’s’.

(Hernieuwde) aandacht voor dit commentaar op de psalmen is dus op zijn plaats. Het is antiquarisch te verkrijgen. Dat is goed, maar het zou nog beter zijn aals het digitaal beschikbaar komt. Vandaar dit stukje.

At Polhuis

(in de Waagschaal, nieuwe jaargang 41, nr. 5. 28 april 2012)