Sexbierum-Nije Altoena

Het weer is prachtig als we om ongeveer half twaalf vertrekken. Het lukt ons maar niet eerder weg te komen, hoewel we het ons telkens stellig voornemen. Eerlijkheidshalve moet vermeld worden dat we deze tocht in omgekeerde richting lopen. Van Nije Altoena naar Sexbierum. De camping waar de caravan staat, ligt vlak bij de Waddendijk, Zwarte Haan. Over de wandeltocht is eigenlijk niet zo veel te melden. We komen nauwelijks andere wandelaars tegen. Schapen zijn voor een groot deel van de tocht de enige levende wezens die ons begeleiden. Elly probeert hardnekkig de schapen te verleiden naar haar toe te komen. Het lukt haar niet. Telkens als ze vlakbij is, hollen ze op een drafje weg. Halverwege wordt er aan de dijk gewerkt. Een grote, zware zandauto passeert ons op het schuine gedeelte aan de zeekant van de dijk. Opeens rijdt hij naar beneden. Spectaculair hoe schuin zo’n wagen kan zonder te kantelen. We zien de chauffeur uitstappen en een aangespoeld vaatje oprapen. Even later wandelen we hem voorbij als hij wacht om geladen te worden. We spreken onze bewondering uit voor het kunststukje. Hij glundert. Dat had hij in het begin ook niet gedaan, vertelt hij, maar met een lege wagen durft hij het nu wel aan. We vragen ook nog naar het vaatje. O dat was leeg. Ik heb het meegenomen voor mijn vrouw. Kan die het in de tuin zetten. We geloven hem maar half. Tegen half vijf komen we in Sexbierum aan. In het café waar we de vorige keer Karel en Irma troffen drinken we een lekker koel glas bier. Ondertussen heb ik de chauffeur van de bus gevraagd hoe we naar Nije Altoena kunnen. De laatste bus rijdt al niet meer, maar een belbus kan nog besteld worden. Hij is zo vriendelijk om dat voor ons te doen. Inderdaad staat een uur later, als we bij de halte Mooie Paal aankomen, een taxi voor ons klaar. Die brengt ons eerst naar het verkeerde adres. Na overleg met de centrale mag de chauffeuse (Jitske) ons voor de deur van camping De Noordster afzetten.