Wilders en de rechtstaat

Wilders tast met zijn programma de grondbeginselen van de rechtstaat aan en dient om die reden met zijn partij van elke vorm van regeren of gedogen uit gesloten worden. Dat is de stelling van hen die nu ook de kerk oproepen zich daartegen uit te spreken. De oproep verwart mij. Politiek gezien zou een andere coalitie verre mijn voorkeur hebben. Inhoudelijk blijf ik argwaan hebben bij wat Wilders nu eigenlijk wil. Toch kan ik de oproep, hoe billijk die ook lijkt, niet ondersteunen. Ik heb daar te veel vragen bij. Bij net als veel anti-Wilders uitlatingen blijf ik het gevoel houden dat ook deze oproep het symptoom bestrijdt, maar niet de oorzaak van het probleem. Het gevolg is dat een politieke boycot van Wilders alleen maar contraproductief werkt. In dit artikel probeer ik dat onder woorden te brengen.

In zijn verkiezingsprogramma schrijft Wilders dat de Islam ‘vooral een politieke ideologie is en dus op geen enkele manier aanspraak kan maken op de voorrechten van een godsdienst’ (14). Concreet betekent dit het sluiten van moskeeën en geen islamitische scholen meer. De kern van de kritiek op Wilders richt zich op deze typering van de Islam. Via deze redenering worden aan Islamitische medeburgers grondwettelijke rechten ontnomen. Maar wat nu als de Islam inderdaad een religie is? In zijn programma geeft Wilders ook argumenten voor zijn stelling. Hij noemt de Islam een totalitaire leer, gericht op dominantie, geweld en onderdrukking, gericht op de invoering van een stelsel van wetten, de sjaria.

Het lijkt mij dat we hier een onderscheid in acht moeten nemen. De vraag is of Wilders een dergelijke stelling binnen de rechtstaat die Nederland is, mag verdedigen in het maatschappelijke en politieke debat. De vraag is dus niet of ik het met deze stelling en argumentatie eens ben. Op de eerst vraag antwoord ik voorlopig met ja. Net als het Christendom mag ook de Islam als ideologie of religie benoemd worden. Net als er partijen zijn die sluiting van Christelijke scholen bepleiten, mag ook Wilders dat binnen onze rechtstaat betogen. Dat lijkt mij nu juist het kenmerk van de rechtstaat. Dat is geen aan geen verandering onderhevig monoliet blok. De rechtstaat is voortdurend in beweging en wordt gevormd door hen die daaraan deelnemen.

Het lijkt mij daarom niet juist als met name kerken te snel het in deze voor Islamitische gelovigen opnemen. De tijd lijkt mij toch langzamerhand wel voorbij dat zij in onze samenleving aangewezen zijn op ‘zaakwaarnemers’. Het zou goed zijn als Islamitische gelovigen in deze niet als slachtoffer van Wilders gedragen voor wie door anderen opgekomen moet worden. Het is beter als zij de door Wilders geponeerde stelling falsificeren. Het Christendom is er ook niet minder van geworden door telkens de geuite kritiek te horen en te verwerken.

Het verontrust mij dat zo’n debat nauwelijks op gang komt. Het heeft geen zin om met Wilders in debat te gaan, sterker nog hij weigert zelf een dergelijk debat aan te gaan. Het lijken mij geen steekhoudende argumenten voor een degelijke reactie. Het ontbreken van een dergelijke reactie kan er ook op duiden dat Wilders meer gelijk heeft dan wij willen toegeven. Wie het debat aangaat, drukt daarmee uit dat de rechtstaat waarin wij leven hem of haar ter harte gaat. Die wil in deze rechtstaat een volwaardige plaats innemen. Uw rechtstaat is ook de mijne. Dat gaat als nieuwkomer niet zo maar. Daar moet strijd voor geleverd worden. Zeker als er factoren meespelen die twijfel oproepen en dat kan van de Islam toch wel gezegd worden. Is het uit de weg gaan van een dergelijk debat, niet ook een symptoom, dat grote groepen van de nieuwkomers zich eigenlijk niet met onze rechtstaat identificeren? Uw rechtstaat is de mijne niet.

Daarmee kom ik bij mijn eigenlijke punt. Voor zover ik kan waarnemen, identificeren veel van de (Islamitische) nieuwkomers zich niet met onze rechtstaat. De vele schotels in de wijken zijn daarvan een teken. Deze non-identificatie is niet beperkt tot de eerste generatie, maar loopt door tot in de derde generatie. In veel gevallen is het profijtbeginsel het leidende principe. Laat ik er maar direct bij zeggen, dat er ook – gelukkig maar – nieuwkomers zijn die zich volledig voor onze rechtstaat in zetten. Daar zit het probleem niet, ook niet voor Wilders! Het gaat juist om die groepen die ondanks alle pogingen om hen bij de samenleving te betrekken, te laten inburgeren, op zich zelf blijven, in een eigen wereld met een min of meer vijandige kijk op de Nederlandse samenleving. Daar zit wat mij betreft het eigenlijke probleem, voor oorspronkelijk Nederlandse bewoners maar ook voor de nieuwkomers die volledig mee willen doen.

Dat probleem brengt Wilders voortdurend onder onze aandacht. Dat is lastig omdat we kennelijk niet in staat zijn dat ook daadwerkelijk op te lossen, anders dan Wilders wil. In veel gevallen naïef blijven we volhouden dat uiteindelijk iedereen in de verlichte D66 wereld van ons wil leven. Welnu, dat is een illusie en wel een gevaarlijke illusie.

Wilders mag dus van mij in het politieke debat zijn ergerlijke en uitdagende stellingen blijven poneren. Aan de Islamitische gelovigen is het om zijn stellingen te ontkrachten. Heeft de kerk daarin ook nog een rol? Ja zeker. Niet dus door het onkritisch op te nemen voor de critici van Wilders. Niet door een door een collega bepleite houding aan te nemen waarin we iedere uiting van geloof ten diepste dienen te respecteren. Dat lijkt mij onzin. Dat doen we ook binnen de kerk niet. Er bestaat immers nogal wat onderscheid tussen religie en geloof, waarbij religie telkens weer de boventoon voert en gekritiseerd moet worden. De kerk zou dan ook veel steviger het gesprek met de Islam kunnen voeren. Is hier sprake van geloof of toch meer van religie? Is het mensen bevrijdend of juist bindend (religie)? Daar mag de kerk toch wel een oordeel over hebben of op z’n minst een vraag bij hebben?

Het is dus voor mij nog geen uitgemaakte zaak dat Wilders de rechtstaat ondermijnt. De gevaren loeren mijns inziens dus elders. Laat ik naast wat ik reeds gezegd heb, nog zo’n gevaar noemen, dat in het anti-Wilders geweld nauwelijks aandacht kreeg, maar waardoor hij wel de wind in de zeilen krijgt.

Onlangs werd de wet die Turkse nieuwkomers verplicht een inburgeringscursus te volgen door Europese regelgeving ongedaan gemaakt. De reactie van de betrokken juristen was lovend. Weer een streep door de rekening van Wilders. Het is waar, ook al komt Wilders aan de macht, zo eenvoudig zal het niet zijn om de rechtstaat in gevaar te brengen. Dat mogen de verontrusten van nu zich wel bedenken. Het gaat mij om iets anders. De wet was bedoeld om de inburgering van nieuwkomers in onze samenleving te bevorderen. Dan is het een voorwaarde dat men de taal spreekt. In de portieken moet men toch zijn buren te woord kunnen staan. Dat hoeft nu allemaal niet meer. Laat ik u dit zeggen. Deze uitspraak wordt in de wijken waarin ik gewerkt heb en werk totaal niet begrepen. Zo’n uitspraak ondermijnt het gezag van de rechtstaat, maar dan bij autochtone inwoners. Dat is een bedreiging die ik voor ernstiger houdt dan de uitspraken van Wilders. Of anders gezegd, als we deze reacties niet onderkennen, blijft de voedingsbodem voor Wilders vruchtbaar. Juichend om de kracht van de rechtstaat, ondermijnen we haar. ‘Degenen die niet willen worden door de rechtstaat beschermt, maar niet de degenen die wel willen.’

Dat proces is al heel lang gaande. In de jaren 70 werd door het stadsbestuur van Rotterdam, gesteund door de bewonersorganisaties, geprobeerd een spreidingsbeleid van te grond te krijgen. Dat werd tot tweemaal toe door de rechter veroordeeld. Het spreidingsbeleid is er niet gekomen. Je kan er over twisten of dat terecht geweest is, maar een ding is zeker. De uitspraken van de rechter werden door bewoners niet begrepen. Hun zorg werd niet onderkend. Daar ligt een van de oorzaken waarom velen uit de arbeiderswijken van ons land toen politiek afgehaakt hebben. In het programma van Wilders klinkt daarvan tot op de dag van vandaag de echo door als hij zegt dat Nederland geregeerd wordt door elites, die losgeslagen zijn van de werkelijkheid. Precies dat wordt herkend door velen die ik in Rotterdam ken.

Daarom Wilders nu van ondermijning van de rechtstaat beschuldigen, schrijft hen opnieuw af. Ik kan er niet aan mee doen.

At Polhuis

(In de Waagschaal, 2010)